of 59100 LinkedIn

Biovergisting biedt oplossing voor slechte waterkwaliteit in de sloot

Hans Middendorp 10 reacties

Europa streeft naar een 'goede waterkwaliteit' in 2027. Dit doel is vastgelegd in de Kaderrichtlijn Water (KRW). Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) voldeed in 2016 pas iets meer dan de helft van het Nederlandse oppervlaktewater aan de normen voor stikstof en fosfaat. Zo gaat het niet lukken om in 2027 aan de KRW doelen te voldoen.

De mest uit de intensieve veehouderij is de grootse bron van stikstof en fosfaat. Kern van het mestprobleem is dat de toegestane mestgift de opnamecapaciteit van het gras op sommige momenten in het jaar te boven gaat. En dan heeft Nederland ook nog toestemming van de EU om méér stikstof en fosfaat uit te rijden dan elders in Europa (derogatie). Zo raken bodem en sloot verzadigd met deze stoffen.

 

Een structurele oplossing zou zijn om minder koeien te houden in Nederland. Dan heb je vanzelf minder koeienmest. Economisch lijkt dat weinig realistisch, schaalvergroting is juist de trend. Toen het melkquotum in 2015 werd losgelaten, groeide de veestapel met tien procent. Nu wil de staatsecretaris het aantal koeien in Nederland weer terugbrengen naar de situatie van vóór het loslaten van de melkquota. In de praktijk komt dit neer op een sanering van de bedrijfstak met méér koeien per bedrijf op de bedrijven die overblijven.

 

Biovergisting is wel een kansrijke aanpak om de druk op het milieu te verminderen, zonder dat het aantal koeien per bedrijf omlaag moet. In een biovergister wordt een mengsel van ingedikte mest en maaisel omgezet in groen gas en digestaat, dat rijk is aan fosfaat en een goede vervanger van kunstmest. Dan kan de bodem stapje-voor-stapje verschralen en krijgen kruiden weer een kans.


Ook de waterschappen hebben een belangrijke rol in het ontwikkelen en faciliteren van biovergisting, omdat met de huidige toegestane mestgift de gewenste 'goede waterkwaliteit' uit de KRW gewoon niet wordt gehaald in 2027. Daarvoor moet de aanvoer van  stikstof en fosfaat naar de sloot structureel omlaag. Een commerciële samenwerking tussen waterschap en biovergister is dan ook welbegrepen eigenbelang. Voor een schone toekomst van weiland en sloot.

 

Waterschap Vallei en Veluwe bewijst dat het kan. Vorig jaar begon het waterschap met de bouw van een grote biovergister op het terrein van de rioolwaterzuivering (rwzi) in Harderwijk. Uit 100.000 ton mest en andere reststromen wordt 8 miljoen kuub groen gas geproduceerd. Uiteindelijk blijft slechts 9.000 ton restproduct (digestaat) over. Dit wordt als bodemverbeteraar geëxporteerd naar het buitenland. Het water dat uit de installatie komt, wordt geloosd op de rwzi.

 

Hans Middendorp is hoogheemraad bij Hoogheemraadschap van Delfland en vicevoorzitter van de Algemene Waterschapspartij.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Wim van de heijning (AWP lid) op
Jammer dat je de oplossing van vermesting van oppervlakte water zoekt in vermindering van het gebruik van natuurlijke meststoffen. De grootse vermesting gebeurd door gebruik van chemische kunstmest. De productie van kunstmest kost enorm veel energie en vervuilt ons water. Laten we daar nu onze energie in steken om dat gebruik terug te dringen! Gebruiken we minder energie en verhogen we het organische stofgehalte Van landbouwgrond lees: minder verdroging, minder ziekten/plagen meer bodemleven. Minder chemisch mest maar meer organische/natuurlijke mest geeft alleen maar winst....
Door p op
@Hans interessant dat u mijn bestuurlijke vragen laat liggen:

-Waarom organiseert een waterschap deze oplossing en niet de boeren zelf?
-Waarom betalen andere ingelanden voor de boeren om tot deze oplossing te komen? Het principe is toch, 'de vervuiler betaalt'?
Door Hans Middendorp (hoogheemraad Watersysteem) op
Beste Albert en Guus - jullie brengen terecht naar voren dat mestvergisting geen vermindering van de hoeveelheid nutriënten betekent. Jullie brengen ook terecht naar voren dat de bijdrage aan groene energie beperkt is.

De portée van mijn betoog is, is dat mestvergisting een techniek is waarmee het volume van de mest behoorlijk kan worden verminderd, waardoor het eindproduct (digestaat) hanteerbaar wordt. Je kunt het digestaat afvoeren en verbranden (en uit de as weer P terugwinnen), of je kunt het digestaat gebruiken als vervanger van kunstmest (duuraam want vermindering van gebruik van fosfaaterts).
Uiteraard moet voor het effluent een lozingsvergunning worden verstrekt, als het huidige beleidskader niet voorziet in passende eisen moet de regelgeving worden aangescherpt.
Wellicht ten overvloede: ik heb niet voorgesteld om ALLE mest te vergisten. Ik zie het als een oplossing om de mestgift per ha te verminderen en de derogatie af te schaffen. En daarmee draagt de techniek biovergisting (indirect) bij aan een betere waterkwaliteit.

De hamvraag die jullie nog niet hebben beantwoord: steunen jullie nu wel of niet de aanpak van waterschap Vallei en Veluwe? Of, plastischer gesteld, waarom wordt menselijke mest verwerkt op een rwzi en wordt dierlijke mest over het land uitgesmeerd in hoeveelheden die effect hebben op de waterkwaliteit?

De politieke vraag over het aantal dieren in Nederland ligt wat mij betreft buiten de scope van de waterschappen. In mijn visie importeren ondernemers veevoer om een product van te maken. Net zoals ondernemers grondstoffen importeren zoals aardolie, staal maar ook biogrondstoffen als palmolie. Ik respecteer elke privé-opvatting maar deze discussie hoort - in mijn opvatting - niet bij het bestuur van een waterschap...



Door Guus Beugelink (Hoogheemraad) op
Hans,
Ik ben het niet eens met je stelling. Ivm met een recente vergunningaanvraag voor een mestvergister die loost op de ecologisch kwetsbare Kromme Rijn, ben ik op zoek geweest naar een objectieve analyse van het proces van mestvergisting. Dwz een waarin de plussen en de minnen objectief naast elkaar worden gezet. Die heb ik tot op heden niet gevonden. Mocht iemand van het bestaan van zo'n publicatie weten, dan houd ik mij zeer aanbevolen.
Mestvergisting is m.i. het paard achter de wagen spannen. Wat je namelijk doet, is de organische stof in de mest omzetten in biogas, terwijl er met de N en de P die je in de vergisting stopt, niets gebeurt. Er komt net zoveel uit als je erin stopt. Maw mestvergisting is geen oplossing voor het mestprobleem! Uit het digestaat, wat je na vergisting overhoudt, is (een groot deel van) de organische stof verdwenen, terwijl je juist die organische stof nodig hebt om de bodemvruchtbaarheid op peil te houden. Die schijnt hard achteruit te gaan, waardoor het voortbrengend vermogen van de grond afneemt. Ook het watervasthoudend vermogen van de bodem neemt daardoor af, maw er zal eerder wateroverlast optreden dan wanneer het organische stofgehalte van de bodem op peil gehouden wordt. Door het accent te leggen op de duurzaamheid i.c. de produktie van biogas en de verminderde uitstoot van CO2 als grote plussen te bestempelen, dreigen voornoemde aspecten naar de achtergrond te worden verdrongen. En last but not least, het hebben van mestvergisters houdt de vraag naar nog meer mest in stand. Dat staat haaks op de wens om grondgebondenheid van de veeteelt en verkleining van de veestapel na te streven. Kortom, mestvergisters zijn als Paarden van Troje.
Door p op
@Albert

Fijn dat er kundige leden van de AWP zijn.
Als ik uw bijdrage samenvat is het:
Biovergisting draagt niet bij aan het halen van de KRW normen en de bijdrage aan de klimaatdoelen is gering.

Om KRW doelen te halen moeten nog veel extra maatregelen worden genomen. Meer dan dat er nu gebeurd.

Is dan wel heel zuur voor de andere ingelanden, betalen voor een oplossing die niet werkt, voor een probleem dat je niet veroorzaakt...


Door Albert van de Koolwijk (Lid Algemene Waterschapspartij) op
Beste Hans,
Prima dat je de biovergisting zo’n warm hart toedraagt, om middels het produceren van duurzame energie, het klimaatprobleem mede te kunnen aanpakken. Om met behulp van biovergisting de vastgestelde KWR-doelen te kunnen realiseren is voor mij heel verassend. Je deelt de mening van het PBL dat bij verdere autonome ontwikkelingen de ‘goede waterkwaliteit’ niet wordt bereikt. Als voornaamste oorzaak voor het niet bereiken van de ‘goede waterkwaliteit’ noemt het PBL de aanwezige (diffuse) bronnen bij rioolwaterzuiveringsinstallaties en het niet in achtnemen van afstanden tot watergangen bij het gebruik van (kunst)mest- en gewasbeschermingsmiddelen. Daarnaast worden er nieuwe bedreigingen gesignaleerd van stoffen zoals geneesmiddelen, microplastics en nanodeeltjes waarvan de impact onbekend is. Het PBL geeft aan dat een gebiedsgerichte aanpak het meest bijdraagt aan het oplossen van het probleem. De oplossingen om te komen tot verbetering van de waterkwaliteit richten zich daarom met name op gewasbeschermingsmiddelen, stikstof (N) en fosfor (P). Dit vraagt om een verdere integratie van het mest- en gewasbeschermings- en waterbeleid met aanvullende inrichtings- en beheermaatregelen. Er wordt een instrumentenmix van maatregelen voorgesteld om tot verbetering te komen: verbetering van zuiveringsrendementen, precisiebemesting, peil gestuurde drainage, spuit en teeltvrijezones. Dan nog worden de doelstellingen niet gehaald en zijn er extra maatregelen nodig. In het artikel wordt verbetering van waterkwaliteit gesimplificeerd tot overbemesting.

In de perceptie van het bovenstaande artikel is alleen biovergisting van mest de overall-oplossing om de KRW-doelen te bereiken. De aangestipte problemen zijn: de stikstof en fosfor-problematiek, de mestnormering, monoculturen, mestverwerking, ecologische waterkwaliteit, weidevogels, koude sanering veestapel, biovergisting, covergisting, verschralen van de bodem, twee voorbeelden van vergistingsinstallaties, aanpassing van regelgeving, financiering en publiek-private-samenwerking (PPS). De twee genoemde casussen zijn: Groen Gas Gelderland waarbij varkensdrijfmest met gras wordt vergist om biogas te produceren van aardgas kwaliteit (overigens is het vergisten van gras een moeilijk proces). Het biogas kan worden afgezet op het aardgasnetwerk? De afzet van het digestaat is geregeld, onduidelijk is op welke wijze de dunne fractie verder wordt verwerkt. Bij de tweede casus krijgt het waterschap varkensdrijfmest aangeleverd waarna de dunne fractie wordt verwerkt op de rwzi. Je geeft aan dat de dikke fractie (digestaat) wordt afgezet naar het buitenland als bodemverbeteraar. Onduidelijk is of er sprake is van een PPS (private-publieke samenwerking) of dat het een initiatief van het waterschap betreft. Constructies die wij al Algemene Waterschapspartij sectie AA en Maas niet toejuichen. Een veelheid van gesignaleerde knelpunten waarvoor biovergisting als de oplossing wordt aangedragen.

Mestverwerking en vergisting zijn technologisch/praktische gezien vrij identieke processen, ook als vergisting geen deel uitmaakt van de mestverwerkingstechnologie: scheiding vindt plaats waarbij een dikke en dunne fractie ontstaat. De dikke fractie wordt bij voorkeur afgezet naar de landbouw, de dunne fractie wordt geloosd op de riolering, geïnfiltreerd of uitgereden op een productieveld. Indien het wordt geloosd op de riolering/oppervlaktewater worden filtratietechnieken toegepast, zoals ultrafiltratie in combinatie met omgekeerde osmose. De akkerbouwers geven veelal de voorkeur aan ingedikte mest boven ingedikt digestaat. Het enige wezenlijk verschil tussen vergiste en ingedikte mest is dat het organische stof gehalte bij digestaat lager is. Immers een gedeelte van de aanwezige organische stof is omgezet in methaan (65%) en koolzuur (35%) en een klein percentage zeer giftig zwavelwaterstof (0 -0,1%). Bij verwerking van beide stromen blijft de fosfaat in de dikke fractie, stikstof, aanwezige zouten en zware metalen in de dunne fractie aanwezige. Het geproduceerde biogas dient te worden ontzwaveld, gedroogd en het methaangehalte dient eventueel te worden verhoogd tot aardgaskwaliteit. Het meest biogas wordt gebruikt voor opwekken van elektriciteit met een rendement van ca. 33% de overige 65% wordt bij WKK omgezet in warmte. Indien de warmte niet kan worden vermarkt/ingezet blijft er een erg laag rendement over. Uit cijfers van het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) blijkt dat biogas voor 34% wordt omgezet in elektriciteit en voor 59% in warmte. Biogas levert een bijdrage van 0,93% als hernieuwbare energie van het totale energieverbruik. Het aandeel hernieuwbare energie uit biogas is de laatste twee jaar constant gebleven.

Biovergistingsinstallaties hebben een slecht imago o.a. door krantenberichten over dodelijke ongevallen, stankoverlast en vervuiling van oppervlaktewater. Het imago is door de waterschappen verbeterd door concepten van de energie- en grondstoffenfabriek. Het is het een technologie ontwikkeld eind zeventiger jaren uit de vorige eeuw die met wisselend succes enige decennia is toegepast door de industrie (energieopbrengst), waterschap (slibstabilisatie) en landbouw (mestverwerking/biogasproductie). De ingaande hoofdstromen voor biovergisting zijn ingedikt slib en drijfmest met ongeveer 6% droge stof gehalte dat na vergisting wordt ingedikt tot 25 – 30 % . Dit geeft door ontwateren een volumereductie van 100.000 tot het in het artikel genoemde getal van 9.000 ton. Dit getal is voor mestverwerking –zonder vergisting- nog gunstiger omdat de dikke fractie tot 35% en hoger wordt ingedikt. De conclusie is dan ook gerechtvaardigd dat mestverwerking zonder vergisting minder residu oplevert.

Biovergistingen zijn globaal in te delen in drie categorieën: vergisten van mest, covergisting (het vergisten van 50% mest met de zogenaamde Aa-stoffen) en het vergisten van overige organische afvalstromen (in de zin van de wet). Het digestaat van vergiste mest mag worden uitgereden op productievelden. Het digestaat van covergisting mag eveneens al mest worden uitgereden in Nederland. Digestaat van vergist organisch afval blijft organisch afval. Gedeelten van digestraatstromen worden beperkt (evenals ingedikte mest) gedroogd, gepelleteerd en verkocht als organische mest. In een aantal gevallen worden stoffen toegevoegd om de bemestingswaarde te verhogen.

Doordat er in Nederland sprake is van mestoverschot wordt een gedeelte van de mest en digestaat geëxporteerd naar Duitsland. In Duitsland zijn akkerbouwers verplicht om een bepaald gehalte aan organische stof in de bodem te handhaven. Er is daarom een markt voor organische stof ontstaan in Duitsland. Op het exporteren van ingedikte mest en digestaat is Nederlandse, Duitse en Europese wetgeving van toepassing. Voor het exporteren van (ingedikte) varkensdrijfmest en digestaat van varkensdrijfmest gelden alleen regels met betrekking tot hygiënisatie (mest wordt verhit tot 80 OC). Alle digestaten van plantaardige afkomst worden in Duitsland -in tegenstelling tot Nederland- als afval beschouwd. Deze kunnen onder strenge voorwaarden beperkt worden geëxporteerd. Digestaat van zuiveringsslib wordt in de vorm van ingedikt digestaat of pallets geleverd als brandstof voor biocentrales. De digistaten en ingedikt varkensdrijfmest en varkensdrijfmest vertegenwoordigen een handelswaarde tussen de 50 – 110 euro per ton gedroogd digestaat/varkensdrijfmest waarbij de productiekosten variëren tussen 40 – 80 euro. Bij een gemiddelde transportafstand van 60 km wordt deze afstand groter drukken deze op de productiekosten. Daarnaast moeten digestaat van varkensdrijfmest/varkensdrijfmest kunnen concurreren in kwaliteit en prijs met andere organische stof stromen

Struviet is in Duitsland toegelaten als hoofdbestanddeel van fosfaatmeststoffen. Struviet geproduceerd uit dierlijke mest blijft echter aangemerkt als dierlijke mest. In de geldende regelgeving is nog niet voorzien in een dergelijk product. Omdat er nog geen struviet uit dierlijke mest wordt geëxporteerd is het nog onduidelijk welke eisen het product moet voldoen. De assen van Slibverbranding Noord-Brabant (SNB) bestaan voor 30% uit fosfor. Deze assen worden geleverd als grondstof aan de fosforindustrie. Conclusie is dat digestaat met zuiveringsslib afval is in de zin van de wet en kan alleen worden verbrand. Digestaat van een mestverwerking kan mogelijk kostenneutraal worden afgezet mits de transportafstand niet te groot is. Gesteld kan worden dat belangrijke hoeveelheid fosfor wordt hergebruikt.

De akkerbouwer brengen nu net zoveel mest/digestaat op hun productievelden als bodemverbeteraar als wettelijk is toegestaan. Uitgangspunt is dat daardoor sprake is van evenwichtsbemesting dit lukt kennelijk niet altijd even goed volgens het PBL. De wetgeving is limiterend en niet het landbouwkundig gebruik. Dat veranderd niet door mest te vergisten, de maximale toegestane hoeveelheid fosfor en stikstof blijft kwantitatief en kwalitatief even groot. Daarmee blijven de problemen om de KRW-doelen te realiseren in principe even groot met of zonder mestverwerking/biovergisting. De voorgestelde versoepeling van wetgeving zal de problemen op termijn alleen de problemen maar vergroten. Immers een groot aanbod van laagwaardige verontreinigde organische stofstromen bemoeilijken op termijn de afzet voor de gehele markt.

Beste Hans we delen eufemisme over biogas dat het een bijdrage levert aan het bereiken van de klimaatdoelen, maar biovergisting niet zal leiden tot enige verbetering van de waterkwaliteit. In Oost-Brabant hebben eem aantal de intensieve veehouderij biovergisters in eigenbeheer opgestart en collectieven gevormd met eigen controle instrumenten, operators en technologen. Krijgen andere organische stofstromen aangeleverd o.a. snijmais wat zeer stabiliserend werkt op het proces. Afhankelijk van de prijs voor elektra wordt er meer op het randje gewerkt met snelere afbreekbare stoffen of stabiliserende stoffen. Mogelijk is het beter om het digestaat superkritisch te vergassen zodat er extragas wordt geproduceerd en relatief schone zouten overblijven met o.a. fosfor. Dan wordt het echt schoon (http://www.biobasedeconomy.nl/2014/08/10/superkr …

Met vriendelijke groet,

Albert van de Koolwijk namens team AA en Maas van de Algemene Waterschapspartij
Door Gerrit Janssen (Waterschapsbestuurder) op
Mest heeft een zeer lage calorische waarde en vergisting van mest levert geen relevante bijdrage aan energiewinning. Mestvergisting is vooral een poging om het afvalprobleem van de verhouderij voor rekening te laten komen van de burger en waterschappen moeten zich daar niet voor lenen. Inzetten van belastingmiddelen van het waterschap voor het mestprobleem is ook in strijd met de Mededingingswet, Voor de problemen rondom mestvergisting verwijs ik naar het programma van KRO- reporter: "De biogas beerput". Deze reportage staat op YouTube.
Door Geert Verstegen op
Het bekende verhaal van de gefragmenteerde benadering van een bestuurder met oogkleppen. Natuurlijk is er het probleem van de eutrofiering van het oppervlaktewater. Maar er zijn veel meer problemen vanuit de veehouderij. Stank, landschap, gezondheid. Etc etc. Dus er is maar 1 oplossing. Minder beesten. Biovergisting zorgt er voor dat het te grote aantal dieren in stand blijft met alle kwalijke gevolgen van dien. Niet doen. MINDER BEESTEN.
Door p op
Altijd gedacht dat de basisgedachte van milieuwetgeving de vervuiler betaalt was.

Als andere bedrijfstakken zo konden worden gesaneerd, waarom moeten de boeren dan weer de hand boven het hoofd worden gehouden? (en nee we exporteren het meeste dus laat die voedselzekerheid nu eens weg als argument). En de boeren worden al zwaar gesubsideerd door de waterschappen, de grootste weeffout in de waterwetgeving! Er zijn gebieden waar om de agrarische functie van het land in stand te houden het waterschap vijf keer meer uitgeeft dan het van diezelfde boeren binnenkrijgt...