of 58959 LinkedIn

Bescherm kwetsbare landschappen en vereenvoudig de ladder

Friso de Zeeuw 1 reactie

De recente politieke discussie over de bescherming van het kustlandschap was een hypocriete vertoning. Toch is er een les uit te trekken: bescherm onze nationale landschappen beter. En vereenvoudig de bureaucratische ‘’Ladder van duurzame verstedelijking’’. Twee vliegen in een klap. 

Hadden minister Melanie Schultz en haar ambtenaren kunnen weten dat de aanpassing van de zogeheten ‘Beleidslijn Kust’ zo’n ophef zou veroorzaken? Wat in hun ogen ongetwijfeld niet meer was dan een routineklus - een hamerstuk op de agenda van de Ministerraad van medio december jl. - groeide uit tot een rel. De minister zou de weg vrijmaken voor geldzuchtige projectontwikkelaars die naar Belgisch voorbeeld onze kusten volbouwen met eindeloze rijen flats. Benidorm aan de Noordzee! Geïntimeerde gemeenten en slappe provincies zouden het allemaal laten gebeuren.  

 

De natuur- en milieubeweging zag een kans voor open goal. Ze startte een landelijke petitie en had binnen een maand 86.000 handtekeningen van bezorgde burgers bijeen. Prompt moest de minister in de Tweede Kamer verantwoording afleggen. De politiek speelde soepel in op de opschudding en deed er nog een schepje bovenop: één vlijtig Kamerlid had zelfs een plakboek samengesteld met mooie duinfoto’s. De minister trok uiteindelijk haar besluit  maar in.   

 

Terwijl minister Schultz niet anders deed dan lopend beleid uitvoeren. In de afgelopen 15 jaar heeft de rijksoverheid steeds meer ruimtelijke ordeningstaken aan provincies, gemeenten en waterschappen overgedragen. Met redelijk succes: de door critici voorspelde ’verrommeling’ bleef grotendeels uit. De meeste vergunningen voor de in dit verband vaak ten tonele gevoerde schreeuwerige bedrijfsterreinen langs snelwegen, dateren uit de vorige eeuw.       

 

Weinig vertrouwen

Met de formele afronding van de decentralisatie van het kustbeleid trof de minister echter een gevoelige snaar. Het laat weer eens zien dat de landelijke politiek - als het er op aankomt - weinig vertrouwen heeft in de politiek-bestuurlijke keuzen van gemeenten, provincies en waterschappen. Opvallend overigens, dat kustprovincies en -gemeenten oorverdovend stil bleven bij alle ophef. Het kustdebat legt ook dubbelhartigheid bloot. Diezelfde landelijke politiek tolereert bijvoorbeeld de plaatsing van grote windmolens in en bij onze kwetsbare, kleinschalige landschappen. Sterker nog: zij stimuleert dat impliciet met het topzware programma ‘Wind op land’.

  

Is er nog wat positiefs te halen uit deze discussie? Jawel. Los van het hypocriete politieke dispuut, blijkt bij de bevolking grote betrokkenheid bij behoud van onze typisch Nederlandse kustlandschappen. Die betrokkenheid geldt ook voor de veenweidegebieden en gave polderlandschappen die ons land nog kent. Het is een unieke Nederlandse kwaliteit dat die landschappen vlakbij steden liggen. De stedelijke regio's in de Randstad, Brabant en Gelderland staat in de komende tien jaar echter een forse bevolkingsgroei te wachten: er komen honderdduizenden woningen bij. Open landschappen kunnen onder druk komen te staan.

 

Daarom lijkt het mij geen slechte gedachte om onze ’nationale landschappen’ weer in ere het herstellen en een (nationale) beschermde status toe te kennen. De directeur van de belangenvereniging van grote projectontwikkelaars, de Neprom, deed onlangs al een suggestie in die richting. Ingrepen als grootschalige woningbouw, megastallen, bedrijfsterreinen en windmolens zijn daar niet toegestaan. Wat betreft het blokkeren van windmolens geeft de provincie Noord-Holland al het goede voorbeeld.     

 

De angst voor het ’volbouwen van weilanden’ wordt nu gekanaliseerd op een stupide manier. Rond de stedelijke bebouwing zijn op papier rode lijnen getrokken. Als de gemeente daar met een bouwplannetje overheen wil gaan - ook al betreft het een onooglijk kassengebied - moet zij een loodzwaar examen doen met dure, maar onzinnige onderzoeksrapporten. En uiteindelijk gaat het plan toch door. In het jargon heet dat de ’ladder van de duurzame verstedelijking’. Bedoeling goed; uitwerking rampzalig.

 

Bescherming van wat mensen echt belangrijk vinden en dimmen van  bureaucratische regelgeving die geen zinnig doel dient, dat is wat er werkelijk moet gebeuren. Zo kan de ‘kust-discussie’, waarvan de landelijke politiek een potje maakte, alsnog een positieve wending krijgen.


Friso de Zeeuw is praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling TU Delft en directeur Nieuwe Markten BPD 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Ferry Heijbrock (Journalist) op
Friso zegt zoals gebruikelijk zinnige dingen. Maar één ding vergeet hij. Inderdaad is de RO gedecentraliseerd. Maar als het Rijk echt iets wil, dan heeft het de middelen om dat tegen de wil van gemeenten en provincies in door te drijven. De hele windenergie op land discussie is daar een voorbeeld van met de Rijkscoördinatieregeling. Vanuit dat oogpunt is het wantrouwen van bevolking. NGO's en lagere overheden jegens de rijksoverheid heel goed te begrijpen. De manier waarop Friso daar nu een karikatuur van maakt, doet onvoldoende recht aan de begrijpelijke wens om ook in dichtbevolkte regio's nog enige ruimte over te houden.