of 59232 LinkedIn

Afwachten geen optie

Reageer

Hoewel 2018 als datum van de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog ver weg lijkt, is het voor gemeenten belangrijk om nu al te kijken naar de gevolgen van de wet voor de gemeentelijke dienstverlening en organisatie. Gemeenten moeten de implementatie van de wet benaderen als een kans.

Gemeenten zijn zich opnieuw aan het uitvinden. Hierbij staan vragen centraal als: welke rol wil ik als gemeente hebben in de samenleving en hoe richt ik daar mijn organisatie op in. In Oldebroek doet men dit onder de noemer ‘Oldebroek voor Mekaar’. Dat staat voor samenwerken aan een sterke en leefbare samenleving, waarbij ruimte is om zelf verantwoordelijkheid te dragen en initiatieven te ontplooien. De gemeente ondersteunt en faciliteert.

De invoering van de Omgevingswet gaat daar over. De wet is een pleidooi voor een andere ambtelijke en bestuurscultuur, waarbij participatie en vertrouwen in burgers belangrijk zijn. Zo zullen meer vergunningvrij bouwen, meer algemene regels en meer doel- in plaats van middelvoorschriften leiden tot een verschuiving van vergunningverlening naar toezicht en handhaving. Toezicht en handhaving moet vanuit een andere cultuur anders worden georganiseerd.

Uit onderzoek van Oranjewoud (najaar 2013) blijkt dat veel gemeenten de wetswijzigingen ‘oude wijn in nieuwe zakken’ vinden en zich er niet of nauwelijks mee bezig houden. Is dat erg? Bij de start van het onderzoek in Oldebroek bestond het gevoel dat gemeenten kansen laten liggen. Ook vanuit de overtuiging dat ‘laat­komers’ in verhouding tot de ‘early adapters’ veel meer moeite zullen moeten doen en meer geld kwijt zijn om klaar te zijn voor de Omgevingswet. Gemeenten zitten immers nu in een proces van verandering. Nu de impact van de Omgevingswet niet meenemen, kost veel tijd en geld, was onze vooronderstelling.

En dat is ook gebleken. De Omgevingswet heeft gevolgen voor de participatie en voor de gemeentelijke dienstverlening. De Omgevingswet vraagt om een projectmatige manier van werken gericht op communicatie en participatie. Dat vraagt van gemeentelijk medewerkers andere kwaliteiten. Ook zal de cyclus van bestemmingsplanherziening (straks omgevingsplan) anders moeten worden georganiseerd, waarbij aan burgers meer verantwoordelijkheid wordt gegeven. Hierover wordt in Oldebroek reeds nagedacht.

De impactanalyse heeft Oldebroek nieuwe inzichten gegeven en bevestigt dat ze met deregulering en ingezette cultuuromslagen op de goede weg zitten. Daarnaast heeft de impactanalyse de medewerkers van de gemeente meer bewust gemaakt van de gevolgen voor de taken die zij uitoefenen. Management en medewerkers hebben het doorlopen van het traject als een steun in de rug ervaren.

Uit het onderzoek in Oldebroek kan aan gemeenten een aantal aanbevelingen worden meegegeven.  Een greep: neem de Omgevingswet vanaf nu mee bij ontwikkelingen; stel een trekker aan met aandacht  voor de wet en de (bestuurs)cultuur en analyseer de impact op je dienstverleningsconcept. Voeg bij herziening waar mogelijk bestemmingsplannen samen. Start tijdig met analyseren van de gevolgen voor de gemeentelijke ict-systemen/digitalisering.

Tenslotte. De nieuwe colleges en in het bijzonder de portefeuillehouder ‘Omgevingswet’ zal met de invoering van de nieuwe wet te maken krijgen. Hij of zij zal zich hier dus in moeten verdiepen en daarin de koers moeten aangeven. Ambtenaren zullen hem of haar daarbij moeten adviseren. Afwachten is geen optie, daarvoor is de impact te groot.

Jos Dolstra, Jan Kaat en Dave Schut. Dolstra is senior adviseur Omgevingsrecht bij NCOD. Kaat is teamleider ruimtelijke ordening, stedenbouw, milieu, recreatie, economische zaken en volkshuisvesting bij de gemeente Oldebroek. Schut is senior adviseur Omgevingsrecht bij NCOD.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.