Aankoopstop fataal voor natuur
Verschillende provincies, waaronder Gelderland, Noord-Brabant, Drenthe en Overijssel, hebben echter besloten minder grond aan te kopen en er zijn zelfs aankoopstops ingesteld. Deze maatregelen leiden tot vertragingen in de realisatie van de EHS en dat is fataal voor de samenwerking in integrale gebiedsprojecten.
De Raad voor het Landelijk gebied beveelt gebiedsontwikkeling aan als de manier om gebiedsopgaven op verschillende beleidsterreinen in samenhang uit te voeren. Dat is alleen mogelijk door goede samenwerking tussen overheden en maatschappelijke organisaties.
De afgelopen decennia is ‘integrale gebiedssamenwerking’ een begrip geworden en is hard gewerkt om de verschillende opgaven bijeen te brengen en deze gecombineerd uit te voeren. Dit heeft veel voordelen: door meer zaken te betrekken in de besluitvorming worden betere keuzes gemaakt. Dat leidt tot meerwaarde voor het gebied en voor de partners. Het draagvlak neemt toe, de financiering wordt makkelijker en bovendien kan efficiënter gewerkt worden.
Een goed voorbeeld hiervan is het project Reestdal. Na vele jaren overleg zijn de verschillende partners en belanghebbenden het eens over een groot aantal doelen in het Reestgebied op de grens van Overijssel en Drenthe: het realiseren van 650 hectare EHS, 25 km beekherstel, verdrogingsbestrijding door peilverhoging, stadsrandontwikkeling en het vasthouden van water in het beekdal. Vanwege deze samenhang is het goed gelukt om financieringsafspraken te maken.
Net als in het Reestdal zijn binnen veel gebiedsprojecten doelstellingen geformuleerd voor inrichting van de ecologische hoofdstructuur en ecologische verbindingszones. Deze doelen zijn een katalysator voor de uitvoering van de andere opgaven, bijvoorbeeld op het terrein van recreatie en toerisme, sociaal economische vitaliteit, landschap, waterberging en waterkwaliteit.
Het succes van integrale projecten hangt dus nauw samen met realisatie van de ecologische inrichting en daarom zal een stop op de aankoop of inrichting van natuur onvermijdelijk consequenties hebben. Sterker nog: als de gronden niet kunnen worden aangekocht en ingericht, stort de zorgvuldig opgebouwde samenwerking als een kaartenhuis in elkaar.
De EHS is ook in het Reestdal een belangrijke pijler onder het project. Slechts door huidige functies te wijzigen naar natuur kan het grond- en oppervlaktewaterpeil worden verhoogd waardoor verdroging bestreden wordt. Omdat er te weinig geld is voor de EHS hebben Gedeputeerde Staten van Overijssel echter besloten niet meer actief grond te verwerven in het Reestgebied. Een succesvol vervolg van het project Reestdal is daardoor bijna onmogelijk.
Het is bijzonder jammer dat de besluiten over de EHS niet meer gebaseerd zijn op de samenhang tussen de verschillende gebiedsopgaven en de belangen van de samenwerkende partners. Veelal worden sectorale afwegingen gemaakt, bijvoorbeeld op basis van provinciale doelstellingen in de Natura 2000 en de Toplijst gebieden.
Deze aanpak is tegenstrijdig met de gedachte achter de gebiedssamenwerking omdat deelbelangen de overhand krijgen. Het gevolg is dat de overige gebiedsopgaven niet kunnen worden gerealiseerd en het risico bestaat dat de partners het zorgvuldig opgebouwde vertrouwen verliezen en dat de wens om samen te werken verder afbrokkelt. Niemand is dan nog bereid over de grenzen van de eigen belangen heen te kijken, waarmee de basis voor integrale samenwerking verdwijnt.
Bertho Bulthuis, subsidiemanager en Jeroen Visser, projectleider, waterschap Reest en Wieden
Reactie op dit bericht