Verrommelde provincies
In plaats van serieus werk te maken van herstructurering, bedenken gemeenten liever plannen om lapjes schaars groen geschikt te maken voor nieuwe terreinen. De ondernemers van de verpauperde locaties verhuizen naar deze frisse werkplekken en creëren daarmee een vraag naar nóg meer nieuwe bedrijfsruimte.
Gelukkig zijn er nu signalen van veranderend inzicht. Onlangs maakte een aantal gemeenten in het noorden van de Randstad - waaronder Amsterdam - bekend dat zij drastisch gaan snijden in de plannen voor nieuw te bouwen kantoren. Bovendien gaan deze gemeenten nauw samenwerken bij de acquisitie en het onderbrengen van nieuwe bedrijven.
Dat zijn bemoedigende berichten maar niet veel meer dan dat. De stichting Natuur en Milieu hield onlangs een onderzoek onder alle provincies naar de plannen voor het aanleggen van nieuwe bedrijventerreinen. Dat bleek voor 22.000 hectare te zijn, terwijl de bestaande voorraad nog vijftien jaar aan de vraag voldoet.
De cijfers kwamen naar buiten op het moment van de provinciale verkiezingscampagne. Daarin doen politici hun uiterste best de kiezers ervan te overtuigen dat de provincies belangrijk werk verrichten.
De provinciebestuurders hadden zich hun vergeefse beroep op erkenning van de kiezers kunnen besparen, als ze zich de afgelopen vier jaar krachtiger hadden gemanifesteerd op het gebied van ruimtelijke ordening. Juist op het beleidsterrein waarop de provincies zich nadrukkelijk kunnen laten gelden, hebben zij het laten afweten. In plaats van de regierol op zich te nemen en het tegengaan van de aanwas van bedrijventerreinen is volop planologisch meegewerkt aan de verdere teloorgang van het landschap.
Misschien dat de recente betrokkenheid van de vastgoedondernemers de verrommeling van het landschap alsnog met stip kan doen stijgen op het provinciale prioriteitenlijstje. Want als ondernemers zich meer zorgen gaan maken over het landschap dan over hun portemonnee is er écht iets mis.
Philip Brouwer