of 59236 LinkedIn

Duurzame speeltjes

Hans van Boxtel 1 reactie
De crisis biedt een kans om te breken met de oude - verspillende - economie en toe te werken naar een duurzame samenleving. Die transitie moeten we onder meer bereiken met grootschalige groene overheidsinvesteringen die de economie uit de malaise helpen en meteen ook duurzamer maken.

Zo zijn voor het ‘verduurzamen’ van de woningbouw honderden miljoenen beschikbaar gesteld door het Rijk. En is in het crisispakket van het kabinet twee miljard euro opgenomen voor duurzame energie, zoals windmolens in zee.

 

Ook lokaal en regionaal ontbreekt het niet aan plannenmakerij. Wekelijks passeren tientallen lokale voorstellen - hele en halve ideeën - voor die duurzame samenleving.

 

Goed hieraan is al het optimisme en enthousiasme dat eruit spreekt. Dit hernieuwde geloof in de maakbaarheid van de (duurzame) samenleving is bijna hartverwarmend. Ook de Nederlandse bevolking staat volgens trendwatchers en deskundigen positief tegenover duurzame maatregelen.

 

Nog wel. Want aan al dit elan kan ook snel een einde komen. Er liggen drie bedreigingen op de loer.
De eerste bedreiging is de crisis zelf: op korte termijn worden allerlei milieudoelstellingen nog wel bereikt, vooral door dalende bedrijvigheid en dus vervuiling. Maar het is zeer de vraag of de milieudoelstellingen na 2015 nog steeds worden gehaald. Banken en beleggers zijn nauwelijks bereid te investeren in duurzame innovatie. Dit terwijl het Rijk, maar ook provincies en gemeenten afstevenen op fikse bezuinigingen. Duurzaamheid kost geld en dat is de komende jaren schaars.

 

De tweede bedreiging: duurzaamheid is te vanzelfsprekend. Je kúnt er eigenlijk niet tegen zijn. Dus wordt duurzaamheid vooral met de mond beleden, terwijl er bij de overheid ondertussen niets gebeurt - nou vooruit dan: te weinig.

 

Uit onderzoek van Binnenlands Bestuur onder bijna duizend ambtenaren klinkt de grief door dat er veel mooie voornemens zijn geformuleerd, maar dat ze ook eens uitgevoerd moeten worden. En dat de overheid zélf veel duurzamer kan. Ambtenaren storen zich vooral aan de gebrekkige duurzaamheid van de eigen organisatie. Ze menen terecht dat de overheid het goede voorbeeld dient te geven.

 

Niet alleen in woord, maar eindelijk ook eens in daad. De derde bedreiging is het gebrek aan coherentie. De duurzame samenleving dreigt te verzuipen in de veelheid aan plannen. Illustratief is de bonte optocht aan plannen voor duurzame mobiliteit: de ene gemeente wil elektrische auto’s, de andere kiest voor aardgas en weer een andere gemeente verwacht alles van beter openbaar vervoer of milieuzones. Elke stad haar duurzame speeltje.

 

Hierbij ontbreekt vooralsnog de nodige nationale sturing. Duurzaamheidsminister Cramer moet met urgentie werk maken van de beloofde duurzame overheid. Ze moet toezien op snelle en samenhangende uitvoering: goede projecten bundelen en financieren, en het dode hout en vage voornemens wegkappen.

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Ruud van Vliet (senior adviseur) op
de heer van Boxtel legt de vinger op de zere plek: wanneer bijvoorbeeld Balkenende en Eurlings de ene week in een aardgasauto een ritje maken en de andere week als 2 kwajongens in de snoepwinkel een elektrische auto besturen, welke boodschap willen zij dan uitdragen? Ik kan hun antwoord voorspellen: alle opties openhouden, alle technieken zijn nodig, de markt moet investeren en nog een paar van dat soort gemeenplaatsen.
Politiek uis een vak, maar transitie naar een duurzame samenleving vraagt leiderschap, visie en consistent beleid.
Wat let overigens die teleurgestelde ambtenaren om zelf duurzaamheid in hun denken en handelen een centrale plek te geven? Zij zitten vaak in de positie waarin zij sturing kunnen geven aan de besluitvorming. Wat meer lef van hun kant zou veel helpen. Vooruit met de geit....