Drugs
In 2004 gooide Peter Paul Lampe, indertijd president van de rechtbank in Maastricht, in de Volkskrant de knuppel in het hoenderhok en pleitte, als eerste hot shot uit de justitiewereld, voor een radicale koerswijziging. De strijd tegen drugs kostte de samenleving handenvol geld, politie en justitie kwamen veel te weinig aan andere dingen toe, en het ergste van alles: het was dweilen met de kraan open, aldus de teneur van Lampes betoog. ‘Ik denk’, zo zei hij destijds, ‘dat we moeten erkennen dat drugs, net als alcohol, niet met het strafrecht te bestrijden zijn.’
Nordholt en De Roos zitten op dezelfde lijn. ‘Iedereen binnen politie en justitie weet dat de strijd verloren is. Het is een krankzinnige situatie en er is nog steeds geen oplossing’, aldus Nordholt.
Het valt feitelijk ook niet recht te praten. De drugsmarkt is wereldwijd na de oliemarkt inmiddels de grootste ter wereld. Overtreders van de Opiumwet zorgen in Nederland voor een kwart van alle in de gevangenis doorgebrachte tijd. Naar schatting de helft van alle veroordelingen in Nederland houdt verband met drugs. Nu zijn overweldigende aantallen op zich geen argument om de strijd maar op te geven. Maar wie de cijfers afzet tegen het minstens zo grote kwaad dat alcohol in de samenleving aanricht, moet toch erkennen dat er iets geweldig is scheefgegroeid. Alcohol is overal verkrijgbaar, de overheid verdient er zelfs goed aan.
Uitgaansgeweld is vrijwel altijd gekoppeld aan drank; een (softdrugs)gebruiker is vrijwel nooit agressief. Ook in het verkeer is alcohol een killer, veel meer dan welke drugs ook. Het standaardargument tegen legalisering van drugs is dat internationale verdragen dat in de weg staan. Ten eerste is dat nooit goed onderzocht dan wel met feiten onderbouwd. Ten tweede zijn internationale verdragen niet voor de eeuwigheid. Ten derde kan ook het buitenland misschien worden overtuigd van de onzinnigheid van de huidige koers. Het wordt tijd voor een gedegen debat over het staken van de ‘war on drugs’.
Sjors van Beek