Big brother
Een greep: Nederlanders dienen zich voortaan te kunnen identificeren. Preventief fouilleren is mogelijk geworden. De wet Bibob (bevordering integriteitsbeoordeling door het openbaar bestuur) is van kracht. Algemene plaatselijke verordeningen worden steeds verder opgerekt. Blowverboden, verblijfsverboden, gebiedsontzeggingen, sofinummers, clubcards, een verwijsindex Antillianen, niemand kijkt er nog van op. Cameratoezicht hoort in dit rijtje.
Telkenmale worden de maatregelen verdedigd met een verwijzing naar een toegenomen gevoel van onveiligheid of zelfs de dreiging van terrorisme. Zware woorden, zware middelen. Het is dus volkomen legitiem om telkens de vraag te blijven stellen naar de proportionaliteit.
Bij cameratoezicht gebeurt dat onvoldoende. Hoewel de onderzoeken naar de effectiviteit van het middel elkaar tegenspreken, komen er alleen maar ‘cameragemeenten’ bij. Het College Bescherming Persoonsgegevens pleit voor een periodieke toetsing van de vraag of de camera’s nog steeds nodig zijn. In de praktijk is er echter geen gemeenteraad die besluit de camera’s weg te halen.
Het voert te ver om te stellen dat Nederland afglijdt richting een politiestaat. Maar waakzaamheid is wél geboden, niet alleen op het moment van invoering van wéér een nieuwe maatregel, maar vooral ook over het totale pakket aan bevoegdheden dat de overheid zichzelf de laatste jaren heeft toebedeeld. Want Big Brother komt te paard, maar gaat te voet.
Sjors van Beek