of 59142 LinkedIn

Volkshuisvesting: voetballen in een diffuus speelveld

Stel, de instructie aan één voetbalteam luidt: “Daar ligt het speelveld. De buitengrenzen zijn niet helemaal bekend. U moet voetballen en presteren. Succes!” Aan een ander: “Hier heeft u de grootte van het speelveld. Niet buitenspel spelen, anders fluit de scheidsrechter. Maak zoveel mogelijk doelpunten.” Het tweede team zal natuurlijk makkelijker succes boeken. Het weet wat de spelregels zijn en wat te doen. 

Chargerend gesteld is het eerste team de woningcorporatie in de volkshuisvesting: zij moet presteren op “het gebied van de volkshuisvesting” met ruime spelregels (“zelfregulatie” genoemd).


Het recente parlementaire enquêterapport gaat hierover. Het levert belangrijke informatie op met nuttige analyses en aanbevelingen, maar veel vragen blijven onbeantwoord.

De enquêtecommissie onderkent dat de spelregels onduidelijk waren. “Zelfregulatie” is de boosdoener, de minister greep pas in als gepiept werd door anderen. Toch is de eerste aanbeveling niet gericht op de minister of de wetgever, maar op cultuuromslag bij corporaties. De spijker op de kop, menen velen. Immers, corporaties hebben de maatschappij veel geld gekost. Reden genoeg voor stevige woorden. Maar is deze analyse volledig?

 

De commissie noemt vijftien “casussen”. U kent ze wel, het stoomschip, derivaten, de Maserati, etc. Terzijde wordt opgemerkt dat de rest van de corporatiesector hard werkte en goede prestaties leverde. In procenten vertaald (uitgaande van 389 corporaties) heeft dan 3.9% aanleiding gegeven tot casussen. 96,1% niet, die krijgt zelfs een compliment. Voor corporaties die feitelijk een beetje aan hun lot zijn overgelaten, is dat toch een mooie prestatie.

 

De commissie onderkent dat speelveld en spelregels veel vragen opriepen. Bijvoorbeeld de leefbaarheid. Het was primair een kwalitatief probleem (welk soort activiteit valt er onder?). Pas na deze voorvraag komt de kwantificering. De commissie suggereert voor leefbaarheid een maximumbedrag: een kwantitatieve benadering. Of “nevenactiviteiten” (andere dan kernactiviteiten uit het BBSH), die tot veel discussie leidden. Het speelveld moet helderder begrensd. De commissie wil terug naar de kerntaak: “huurhuizen bouwen voor mensen met een lager inkomen”.

 

Dat betreft dus de doelgroep. De Woningwet omschrijft die als hen die moeilijkheden ondervinden met het vinden van passende huisvesting door inkomen, of “andere omstandigheden”. De commissie wil aansluiten bij de inkomenstoets van de Europese Commissie (de DAEB-gevallen). Wat doen we met die “andere omstandigheden”? Commerciële (neven)activiteiten wil de commissie niet meer toestaan en de WSW-borging mag minder. Dat heeft wel financiële consequenties. Subsidies zijn afgeschaft, maar onrendabele toppen blijven.

De commissie wil woonvisies en prestatieafspraken verplicht stellen omdat die (vaak) niet op orde zijn. Dat is mooi. Maar ook dat begint met duidelijke spelregels. Een regisseursfunctie van de minister – zoals de commissie voorstelt – is onvoldoende.

 

Natuurlijk, een parlementaire commissie is geen wetgevingscommissie. Zij moet onderzoeken en aanzetten tot discussie, zoals de Tweede Kamer doet in december tegelijk met de behandeling van de Herzieningswet. Hopelijk wordt het een fundamentele discussie over het stelsel, het speelveld en de spelregels en niet “hoe verspijkeren we het wetsvoorstel”. Ook het toezicht zal aan de orde komen. Hopelijk met aandacht voor de goede prestaties en niet alleen met de blik op die 3.9%.

 

Niet alleen strakker toezicht in kwantitatieve (vaker en regelmatiger), maar vooral ook in kwalitatieve zin is nodig (worden geïndiceerde prestaties gehaald?). Dat begint met duidelijke spelregels, grenzen en prestatie-indicatoren. Pas dan is goed toezicht mogelijk. Het huidige wetsvoorstel biedt daarvoor te weinig. Een fundamentele discussie is nodig. Dat 96% van de “teams” goed heeft gescoord, ondanks de onduidelijk grenzen van het speelveld, de vage spelregels en prestatie-indicatoren, geeft hoop voor de toekomst met een wet die wél duidelijk richting geeft. Op centraal én lokaal niveau. Want daar wordt gepresteerd.

 

Lees hier de eerdere columns van Michael de Groot

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Freek op
Toch is de kans groot dat de Tweede Kamer het kind (96,1%) met het badwater (3,9%) weggooit.
De dames en heren politici willen immers zo graag daadkrachtig overkomen.