of 59045 LinkedIn

Volkshuisvesting en vluchtelingen: kruispunt van lastige dossiers

De Herzieningswet is nog maar net van kracht of er wordt een lastig, onlosmakelijk met huisvesting verbonden hoofdstuk aan het dossier toegevoegd: vluchtelingenproblematiek. De minister, gemeenten, (woning)corporaties, vluchtelingenorganisaties,  huurders- en bewonersorganisaties tuimelen over elkaar heen om standpunten te delen en oplossingen te zoeken. Op de achtergrond speelt een complexe juridische werkelijkheid. Zijn snelle oplossingen mogelijk, of staan ook hier wetten en regels tussen droom en daad?

Huisvesting, vluchtelingen, het zijn maatschappelijke kwesties die terugvoeren op internationale verdragen en de Grondwet. De overheid moet de toelating van vreemdelingen regelen én voldoende woongelegenheid bevorderen. Geen lichte dossiers voor de overheid dus. Voor gemeenten komt daar bij dat de vluchtelingencrisis samenvalt met de decentralisaties. De Wmo 2015, de Jeugdwet en de Participatiewet impliceren ook verantwoordelijkheden jegens vluchtelingen.

 

De Vreemdelingenwet regelt de toelating van vluchtelingen. Zij worden statushouder met de ontvangst van een (tijdelijke) verblijfsvergunning en kunnen dan van asielzoekerscentra doorstromen naar de woningmarkt. Naar gemeenten dus. Die krijgen op basis van hun grootte jaarlijks een taakstelling van het rijk om statushouders te huisvesten. De huidige toestroom van vluchtelingen compliceert dit. De stroom zal waarschijnlijk nog toenemen. Het kabinet zoekt naarstig naar oplossingen.

 

Wat zegt de wet? De uitvoering van huisvestingstaken ligt blijkens de Woningwet primair bij corporaties. Zij moeten naar redelijkheid bijdragen aan de uitvoering van gemeentelijk volkshuisvestingsbeleid, gemeenten zullen het rijksbeleid in acht moeten nemen. Pas als corporaties niet voldoende voorzien in de woningbehoefte kunnen burgemeester en wethouders (b&w) ingrijpen en rechtstreeks aanvullende voorzieningen treffen.

 

Vluchtelingen behoren tot de doelgroep van corporaties. De minister neemt dat als uitgangspunt in een brief van oktober 2015. De Woningwet benoemt het, door de doelgroep te omschrijven als hen die moeilijkheden ondervinden met het vinden van passende huisvesting door inkomen, of andere omstandigheden. Werkzaamheden voor de doelgroep vormen met de Herzieningswet van 1 juli de kerntaak van corporaties, de diensten van algemeen economisch belang (daeb).

 

Na binnenkomst zullen asielzoekers eerst het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) treffen. Het COA is ingesteld met de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers, die onder meer regelt dat het is belast met de materiële en immateriële opvang van asielzoekers en het plaatsen van asielzoekers in een opvangvoorziening. Een asielzoeker met een verblijfsvergunning is een vergunninghouder. Het COA stelt een informatieprofiel op van vergunninghouders, waarin voor de gemeente relevante gegevens worden opgenomen zoals gezinsgrootte en gezinssamenstelling, herkomstland, taal, opleiding, werkervaring. Daarop zal de gemeente geschikte woonruimte zoeken. Zij klopt dan veelal  bij corporaties aan. Die mogen woonruimte leveren omdat statushouders tot de doelgroep behoren. Overigens (op basis van het Btiv, het op de Woningwet gebaseerde besluit dat het BBSH vervangt) zonder de inkomenstoets uit te voeren die wel voor anderen geldt. De verklaring van het COA volstaat.

 

Hoe dan verder? De praktijk toont dat er onvoldoende huisvesting is. Wetten zoals de Huisvestingswet 2014 komen in beeld. Die draagt b&w niet alleen op te zorgen voor huisvesting voor statushouders overeenkomstig hun taakstelling. Ook mogen gemeenteraden een verordening opstellen, waarmee woningen kunnen worden aangewezen die alleen met een vergunning kunnen worden betrokken. Aan statushouders kan voorrang worden verleend. De Tweede Kamer sprak recent uit dat statushouders zo veel mogelijk buiten reguliere sociale huurwoningen om moeten worden gehuisvest. Het kabinet kondigde daarop aan vergunninghouders als voorrangscategorie te willen schrappen. Een inperking van de bevoegdheid van de gemeenteraad. Immers, vooral gemeenten bepalen de inhoud van de verordening en het aanwijzen van statushouders als voorrangscategorie.

 

In deel twee van deze column beschrijf ik de huidige praktijk en de mogelijkheden.

 

Lees hier de eerdere columns van Michael de Groot.

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door kim v op
de facto contra de jure op colofoon site 60% is rechtenstudent geweest(kennispartners).Punt uiteindelijk is politiek asielzoekers iets moeten leren waardoor ze zich kunnen redden in hun geboorteland. Simpeler dan eeuwige bijstandsrechten juridisch aan te leggen, waar zijn alle goeie mensen dan?