of 59232 LinkedIn

Vergunning van rechtswege exit onder Omgevingswet

Zoals veel andere vakidioten heb ik met smart zitten wachten op de officiële tekst van de Omgevingswet. Op 17 juni was het zover. Het wetsvoorstel is door de Minister ingediend bij de Tweede Kamer. De komende tijd zal ik aandacht besteden aan opvallende onderdelen van het wetsvoorstel. Om te beginnen de afschaffing van de vergunning van rechtswege.

De Omgevingswet beoogt een vereenvoudiging van het omgevingsrecht. Dit komt tot uiting in het streven om zoveel mogelijk vergunningen volgens de reguliere procedure af te handelen. Dat betekent een beslistermijn van 8 weken, die is te verlengen met 6 weken. Dat is een stuk korter dan de beslistermijn van 26 weken die geldt voor de uitgebreide procedure waarbij een ontwerpbesluit ter inzage moet worden gelegd voor zienswijzen. Op dit moment is het nog zo dat de vergunning van rechtswege wordt verleend als de beslistermijn van 8 weken ongebruikt verstrijkt.


De Raad van State heeft al eerder kritische kanttekeningen gezet bij deze vergunning van rechtswege. Want wie is daar eigenlijk bij gebaat? De aanvrager wil meestal gewoon duidelijkheid. Die wil een document kunnen laten zien waaruit blijkt dat hij legaal bezig is. Liever geen discussies met het bevoegd gezag, dat op zijn beurt graag voorschriften aan de vergunning wil verbinden. En de derde belanghebbende wil al helemaal niet in het duister tasten of het stilzitten van het bestuursorgaan betekent dat er onbedoeld allerlei ongewenste activiteiten worden toegestaan.

 

De trend is dat steeds meer activiteiten vergunningsvrij zijn of onder algemene regels worden gebracht. Het zijn daardoor vaker de complexere activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. De reguliere procedure is niet langer voorbehouden voor de simpele plannen. Ook dit is een al eerder ingezette trend. Sinds de Wabo vallen zogeheten ‘kruimelontheffingen’ onder de reguliere procedure. Voor de tijdelijke ontheffing van het bestemmingsplan geldt nu nog de langere beslistermijn van 26 weken, maar ieder moment kan de wetswijziging in werking treden waardoor de werkingsduur van 5 naar 10 jaar gaat en de beslistermijn van 26 naar 8 weken.

 

Onder de Omgevingswet is het de bedoeling om alle afwijkingen van het omgevingsplan met de reguliere procedure af te handelen. Ook projecten die een relevante impact kunnen hebben op de fysieke leefomgeving zouden onder de Omgevingswet dus van rechtswege kunnen worden verleend. Een beslistermijn van 8 weken – of met verlenging 14 weken – vergt voor dergelijke projecten veel van de betrokken partijen. Gemeenten moeten voldoende menskracht hebben en binnen de termijn zal een zorgvuldige afweging van de betrokken belangen moeten plaatsvinden.

 

Volgens de Raad van State stond deze systematiek van de toetsversie op gespannen voet met de rechtszekerheid. Het advies luidde om te heroverwegen of de vergunning van rechtswege nog wel passend is onder het nieuwe stelsel van de Omgevingswet. Deze heroverweging heeft ertoe geleid dat de vergunning van rechtswege in het wetsvoorstel is geschrapt. Geen ‘lex silencio positivo’ meer in het omgevingsrecht.

 

Staat de aanvrager vanaf 2018 met lege handen als er niet op tijd een besluit wordt genomen? Gelukkig niet. De dwangsom bij niet-tijdig beslissen blijft van toepassing. De aanvrager kan het bestuursorgaan in gebreke stellen en verlangen dat alsnog binnen twee weken een beslissing wordt genomen. Blijft het ook daarna stil, dan worden er dwangsommen verbeurd. Het maximum van € 1.260,00 zet misschien geen zoden aan de dijk, maar de voorzieningenrechter kan deze dwangsom eenvoudig verhogen. Op deze manier blijft voortgang in de besluitvorming geboden.

 

Een bijkomend effect van de korte beslistermijn is wellicht dat er weer meer aandacht wordt besteed aan het vooroverleg. Vooroverleg is niet meer verplicht, waardoor sommige gemeenten niet bereid zijn met aanvragers om tafel te gaan. De strakke beslistermijn maakt het mogelijk ook voor gemeenten weer opportuun om het plan uitvoeriger te bekijken in het informele traject.

 

Idealiter worden in dat stadium ook derde belanghebbenden bij de plannen betrokken. Menig bezwaarschrift wordt immers ingediend omdat dit niet is gebeurd. Vanaf 2018 gaan gemeentelijke bezwarencommissies het druk krijgen als de reguliere procedure vaker wordt toegepast. Een zorgvuldige voorbereiding kan bijdragen aan een beperking van de stapel bezwaarschriften. 

 

Lees hier de eerdere columns van Daniëlla Nijman.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.