of 58959 LinkedIn

Provincie, toon lef

Het lijkt in de ruimtelijke ordening wel een hype: de provincie moet haar regierol pakken. Wat deed ze de afgelopen jaren dan?

Persoonlijk kan ik weinig met verwijzen naar de regisserende en faciliterende overheid. Maak het eens concreet. Roep niet regierol als je zelf niet weet hoe je het leegstands-en sloopvraagstuk op moet lossen of hoopt dat er nog wat euro’s aan de boom hangen. Benoem wat de provincies dan anders moeten doen.

Duidelijk is dat de deze lente aangetreden nieuwe colleges van Gedeputeerde Staten zich anders moeten gaan opstellen. Uit mijn analyse van de provinciale bestuursakkoorden, bleek dit besef helaas nog niet; die zetten te eenzijdig in op groei. Zowel de aanpak van leegstand als noodzakelijke en pijnlijke verduurzaming van de vastgoedmarkt kregen een te bescheiden plek. Over het financieren van sloop- en schrapoperaties werd niet gerept.


Een andere rol is hard nodig. De provincie was teveel één van de acteurs die werkte aan noodzakelijke en moeizame schrap- en verduurzamingsacties. Het is tijd te bepalen waar de lokale en regionale publieke en private acteurs naartoe moeten. Provincies beschikken over de cijfers waarom schrappen en verduurzaming nodig is. De nieuwe titel van het Brabants bedrijventerreinenbeleid ‘van meer naar anders’ vind ik nog steeds erg treffend en verdient navolging. Provincies zullen in gesprek met de regio’s vaker het motto moeten hanteren ‘leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker’.

 

Gelukkig zie ik sinds de lente de nodige best practices en bestuurders met lef. In provincies leeft bij de politiek echt het besef dat je een erg goed verhaal moet hebben om fors nieuw te bouwen. In Drenthe krabbelt men na ‘te voorbarig ja’ nu terug met betrekking tot de komst van een outlet bij Assen. Men wil eerst de cijfers zien. Vorige week werd mijn hoopvolle beeld bevestigd tijdens een presentatie voor PS van Zuid-Holland, en in Brabant en Overijssel ervaar ik hetzelfde.

Provincies willen dus wel, alleen moeten ze dit concreet maken. Provincies zullen vaker (pro- en reactief) gaan aanwijzen en ingrijpen. Utrecht liet met haar aanpak van kantorenleegstand zien dat flink schrappen van planaanbod mogelijk is. Gelderland toonde lef door de uitbreiding van het Nijmeegs bedrijventerrein De Grift te blokkeren via een reactieve aanwijzing. Het zou getuigen van lef als Nijmegen afziet van hoger beroep bij de Raad van State. Gelderland laat via het programma ‘steengoed’ zien dat ze de lijn doortrekt en middelen koppelt aan binnensteden. Voordeel van (dreigen met) aanwijzen is, dat de provincie de regionale druk opvoert en meer focus legt op bestaande terreinen.

 

Grootste uitdaging waar provincies voor staan, is op welke manier de financiële pijn kan worden uitgesmeerd/verzacht, die gepaard gaat met schrapoperaties. Ik pleit niet voor kwijtschelden van schulden, wel voor regelingen om de schulden geleidelijk te betalen.

De cijfers zijn helder en de cultuuromslag is gaande. In mijn ogen draait de opgave voor provincies  om meer bestuurlijk lef en creativiteit. Zorg bijvoorbeeld voor langjarige financiële regelingen voor lokale overheden om kosten voor acuut schrappen overbodige plannen geleidelijk op te vangen. Zonder meer schaarste op de bedrijfsruimte-en retailmarkt blijven de vele lokale en regionale leegstandsinitiatieven spreekwoordelijke goedbedoelde druppels.

 

Cees-Jan Pen is lector Brainport Fontys Hogescholen en nieuwe columnist voor Binnenlands Bestuur. 

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.