of 59054 LinkedIn

Oude scholen beter voor vernieuwing

Er zijn mensen die vinden dat een school na 40 jaar aan vervanging toe is en recht heeft op een nieuw gebouw. Maar dat hoeft niet. Wel is het een mooi moment om de indeling te veranderen en het dak te isoleren alvorens er zonnecollectoren op te schroeven; van label G naar A++. Transformeren, renoveren en verduurzamen in één korte klap met minder exploitatielasten voor de school. Hoe mooi kan het zijn?

Maar nee. In plaats daarvan kijken veel school- en gemeentebestuurders reikhalzend uit naar een nieuw gebouw. In het langdurige en in meerdere opzichten slopende proces dat daarop volgt worden vaak meteen een paar organisatorische en praktische problemen in het onderwijs opgelost langs de weg van bundeling, schaalvergroting en verdere institutionalisering. Het liefst wordt ook meteen een dominante opvoedkundige visie doorgevoerd. Wie kan of durft daar nu tegen te zijn? Foto van de betrokken bestuurders in de krant, kinderen eromheen, click, klaar voor de 21-ste eeuw. Of niet?


Tegelijk met de nieuwbouw ontstaan nieuwe problemen: fysieke en mentale afstand tot de doelgroep, verlies aan identiteit van de school en als het oude gebouw niet voor een goede prijs weg kan ook nog kapitaalvernietiging op kosten van de samenleving. Een samenleving die het oude gebouw meteen opeist want ‘het is al betaald en afgeschreven’ en zij weet er wel raad mee. De rekening is voor de toekomstige generatie.

 

Ik vraag me wel eens af waar we mee bezig zijn en wat we zelf hebben geleerd. In de jaren ’70 bleek dat sloop-nieuwbouw niet alles oplost. We hebben ook gezien waar bundeling, schaalvergroting, blok- en machtsvorming toe kunnen leiden, zeker als het toezicht gebrekkig is. De samenleving laat zich in de toekomst ook echt niet meer door een gebouw, één team of één instituut sturen denk ik. Nog even en de helft van de jonge ouders is hoger opgeleid. Die weten heel goed wat zij hun kinderen willen meegeven, waar ze dat vandaan halen en hoe ze dat organiseren, als het even kan in co-creatie met de bestaande scholen, kinderopvangbedrijven en andere partijen die willen meebewegen, want dat scheelt een hoop gedoe. En het lijkt me ook oké. Want hebben we in de toekomst niet juist meer behoefte aan verscheidenheid? Biedt het kunnen omgaan met meerdere werelden niet meer kans op overleving, economisch succes en weerbare kinderen?

 

Het lijkt me dat juist de oude scholen hier een prima uitgangspositie voor bieden. Scholen met smaak en kraak, met een meer open of juist gesloten leeromgeving, met een algemeen of meer specifiek leer- of leefconcept; in één gebouw met één team, of juist verspreid over de hele ‘village’ van meerdere mensen, teams en organisaties, met de ouder zelf als regisseur en op een schaal en in een omgeving die het kind kan behappen, bijvoorbeeld van 0 tot 6 en van 6 tot 12 en van 12 tot 18 en verder vooruit de wereld in. Ik lees steeds vaker dat echte innovatie vaak in de oude gebouwen plaatsvindt en ik durf ook hier de stelling wel aan dat voor vernieuwing in het onderwijs, de bestaande gebouwen de beste uitgangspositie vormen. Nieuwbouw leidt alleen maar af.


Lees hier de eerdere columns van Ingrid de Moel

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Vincent Thunnissen (asviseur strategie ) op
De eerste twee reacties zijn heel serieus, maar ook heel erg tekenend. Het gekke van de financieringstechniek is inderdaad dat renovatie eerder wordt tegengewerkt dan bevorderd. Het gekke van de vaste denktrant is dat een nieuwe onderwijsmethode kennelijk bikkelharde ruimteeisen stelt. Hoe kan dat nou toch?!?! Het gekke van technisch denken is dat een gebouw na 40 jaar op is.
Als bewoner van een huisje van 470 jaar oud, dat vele functies heeft gehad, denk ik: kom op zeg! Twee jaar terug muntte de school-architecte de ironische zin: onderwijs is vaak een hele goede herbestemming voor na-oorlogsrecht scholen. Dat is naar mijn hart!
Door Luuk Houweling (Beleidsadviseur Huisvesting) op
Mijn ervaring is precies tegengesteld. Bij een tweetal projecten binnen ons bestuur moet er op dit moment een keuze gemaakt worden tussen nieuwbouw en aanpassing/renovatie. Bij het uitwerken van de renovatieplannen bleek in beide gevallen dat zelfs bij een beperkte renovatie waarbij er alleen technische verbeteringen aan het gebouw worden gerealiseerd, de kosten al in de buurt te komen van de nieuwbouw komen.
Het programma Frisse Scholen is bijna niet te realiseren, onderwijskundig blijft het een achterhaald gebouw, energetisch is het gebouw ook maar beperkt te optimaliseren en integratie van kindvoorzieningen om te komen tot een Integraal Kind Centrum blijft ook een beetje "houtje touwtje".
Nieuwbouw heeft de mogelijkheid in zich om een gebouw te realiseren dat zowel bij de huidige onderwijsvisie past, maar ook zo flexibel is dat het ook toekomstbestendig is. Op die manier kun je dubbel duurzaam bezig zijn. Nioet alleen door een energievriendelijk gebouw te realiseren, maar ook door een gebouw neer te zetten dat mee kan groeien met de onderwijsvisie, en niet na 40 jaar vervangen hoeft te worden.
Door Siebren Baars (PhD onderzoeker TU/e - NHL) op
Ik zie een aantal gelijkenissen met de uitkomsten van mijn eerste pilot studie naar het aanpassingsvermogen van schoolgebouwen voor het algemeen voortgezet onderwijs.
De huidige regelgeving stimuleert schoolbesturen te kiezen voor nieuwbouw. Voor ingrijpende renovatie zijn de kostenvergoedingen niet toereikend en nieuwbouw dient de gemeente te betalen. Daarmee wordt het voeren van een objectieve discussie niet makkelijk.
Technisch zijn veel bestaande schoolgebouwen op z'n eind. Bij de pilotstudie bleek een volledige opknapbeurt naar de eisen van deze tijd valt nog binnen de kaders van haalbaarheid van de renovatie te vallen. Daarmee bleef het vraagstuk van de functionaliteit staan.
De bouwkundige zaken die moeilijk zijn te wijzigen of met zeer veel kosten, moeten het onderwijs niet in de weg staan. Het gebruik past zich vaak aan bij de ruimte, maar het is natuurlijk beter dat de ruimte past bij de visie.
Vaak zijn met simpele ingrepen de inrichting van een gebouw aan te passen. Gebouwstructuur en de locatie zijn echter erg lastig aan te passen. Als daardoor ernstige concessies gedaan moeten worden aan het in praktijk brengen van de visie, dan komt nieuwbouw nadrukkelijk in beeld.
Door C. van Rijswijck - aan den Boom (prive) op
Graag wil ik hierbij een correctie plaatsen op mijn eerdere reactie. De onder punt 1 genoemde strijd met artikel 1 BW moet natuurlijk strijd met artikel 1 van de Grondwet zijn.
Door C. van Rijswijck - aan den Boom (prive) op
Ik ben blij verrast met bovenvoornoemd artikel. Deze visie kan ik helemaal onderstrepen. In Arcen wil men een Multifunctionele Accommodatie bouwen, school, kinderopvang en gemeenschaphuis alles in een. Echter bij de afweging om tot een geschikte locatie te komen heeft er nimmer een juiste afweging plaatsgevonden. In de vele procedures die we, vooral wat betreft de locatie, gevoerd hebben, is door zowel de lokale overheid alsmede door de rechtbank en Afdeling tot nu toe voorbij gegaan aan o.a. de volgende bezwaren: 1. Slechts 2 van de omwonenden kregen een perceel grond van circa 3 are aangeboden als zij geen gebruik zouden maken van het indienen van een zienswijze of bezwaarschrift. Andere omwonenden kregen deze overeenkomst niet. (Detournement de pouvoir en in strijd met artikel 1 BW., gelijkheidsbeginsel.)
2. Men is voorbij gegaan aan het feit dat de parkeerplaatsen zich niet op eigen terrein begeven. Ouders en kinderen moeten eerst een drukke weg oversteken om de school te bereiken.
3. Bij de aanvraag voldeed het bouwplan niet aan de redelijke eisen van welstand.
4. Zienswijzen van bezwaarmakers werden ongeanonimiseerd naar half Venlo doorgestuurd en kwamen ook bij twee ex-raadsleden terecht die vervolgens de bezwaarmakers, een geenszins malse, brief/email stuurden.
5. Een monumentenvergunning die nodig is voor de lozing van het hemelwater is niet voorhanden.
Tot dusverre heb ik de indruk dat de lobby sterker telt dan de wet. Terwijl men de belangen van onze klein/kinderen en ouders die in grote getalen bezwaar maakten tegen de voorgenomen locatie gewoon naast zich neerlegt. Ook de VROM-raad heeft eerder het advies gegeven dat het belangrijk is om de zorgvuldiger om te gaan met de locatiekeuzes. TNO-rapporten, zoals rapport KvL/GB/2010.061, gesubsidieerd door Min. VWS en Min. van VROM geeft aanbevelingen om scholen en speelplaatsen niet aan de rand van een wijk te plaatsen.Waarom geven we nog geld uit aan onderzoeken als deze toch maar in de la verdwijnen?
Maar er is nog hoop! Na een tussenuitspraak heeft de Raad van State een zitting gepland op 25 juni 2015 om 11.00 uur. Ik hoop dat het verstand en recht zal zegevieren.