Kabinet krijgt de waterschappen wel klein!
Column Hans Middendorp
Finalist van de BB Serious Game Top Influencers
“Als we de waterschappen niet kunnen opheffen, dan krijgen we ze wel op een andere manier klein”, lijkt de gedachte van staatssecretaris Atsma van Infrastructuur en Milieu. In de visie van het kabinet leidt een vermindering van het aantal gemeenteraadsleden, leden van provinciale staten en waterschapsbestuurders met 25% “als vanzelf” tot een vermindering van de bestuurlijke drukte.
Voor de waterschappen pakt de voorgenomen wijziging van de waterschapswet wel heel zuur uit. Al bij de invoering van de Waterwet in 2008 werd het aantal waterschapsbestuurders verlaagd van 45 naar 30 zetels (-33%). Nog een vermindering met 25% komt uit op 23 zetels, de helft van het aantal zetels vóór 2008.
De voorgestelde wetswijziging moet ook 77 miljoen euro aan bezuinigingen opleveren. Waterschapsbestuurders zijn parttimers met een onkostenvergoeding, die zich inzetten naast hun fulltime baan en stevig geworteld zijn in de samenleving. Ook de leden van het Dagelijks Bestuur krijgen een vergoeding op basis van een parttime aanstelling.
Kortom, waterschapsdemocratie is nu al “op een koopje”, en het naar huis sturen van waterschapsbestuurders levert weinig op aan bezuinigingen.
Democratisch rammelt er ook nog wel wat bij de waterschappen. Nu zijn er nog negen ‘geborgde zetels’, om de functionele belangen van eigenaren van bedrijfsgebouwen, van akkerbouwers en veetelers en natuurorganisaties te behartigen. Neem het hoogheemraadschap van Delfland, met 1,2 miljoen inwoners als voorbeeld: Als het voorstel van het kabinet doorgaat, dan zouden die 1,2 miljoen inwoners slechts door 16 gekozen bestuursleden worden vertegenwoordigd? Vergelijk dat eens met het aantal leden van een gemeenteraad!
Laten we in de gekte van de huidige tijdsgeest het hoofd koel te houden. Waterschappen zijn al flink opgeschaald in de afgelopen jaren, en het aantal gekozen waterschapsbestuurders is al flink verminderd. Inmiddels zijn ook nieuwe, a-politieke partijen vertegenwoordigd in de waterschapsbesturen, die veel werk maken van hun contact met de achterban. Die ontwikkeling moet je juist een kans geven!
Als het puur om de financiën gaat, is het ook veel voordeliger om alle dijkgraven naar huis te sturen. Om te beginnen worden dijkgraven niet gekozen, en hun salaris is drie keer hoger dan dat van een gekozen lid in het Dagelijks Bestuur. Mijn voorstel is dan ook: dijkgraaf eruit, weg met de geborgde zetels en vasthouden aan dertig gekozen waterschapsbestuurders. Daarmee wordt pas echt recht gedaan aan het democratisch mandaat van de waterschappen. Ook in de toekomst!
Hans Middendorp
Lid van het Algemeen Bestuur van het hoogheemraadschap van Delfland voor de Algemene Waterschapspartij.

*Lees ook columns van andere BB Top Influencer-finalisten>>
*Al LinkedIn-lid? Zoek de finalisten op in de BB Linkedin-groep of in één van de subgroepen:
Reactie op dit bericht
Ik heb mijn twijfels bij jouw stelling. Niet bij de intentie.
Ik heb net vorige week een aanval gedaan in D66 aangaande het voorstel de waterschappen maar op te heffen.
Wat is mijn insteek?
a. door steeds maar schaalvergrotingen, neemt de essentiële, lokale kennis van terrein, waterstanden en omstandigheden af. Het draagvlak dus ook, want niemand kent meer iemand, die iets weet van veiligheid en zuiverheid in eigen omgeving. Zelfs dijkgraven en heemraden moeten nog als een kleuter het proces leren als zij worden benoemd. Dat maakt ze geen slechtere bestuurders, maar ze worden managers, die van 'het vak' niets meer weten.
Door de schaalvergroting weten de meeste werknemers naast hun 'wetenschappelijke' vakkennis echter ook niets meer van gebiedskennis. Zij spreken de taal zelfs niet eens en moeten een tolk vragen om de bevolking te kunnen begrijpen.
b. hetzelfde is het geval bij RWS en andere beheerders. Bij RWS werken diverse dames, die zich - vreemd genoeg - (hoofd)ingenieur-directeur mogen noemen, maar noch dat woord kunnen spellen, noch ir zijn. Twee zijn er, die cultureel antropologe resp. sociologe zijn.
Meer aandacht voor plantjes en bacteriën, dan voor veiligheid en zuiverheid. Zelfde gevolg als bij de besuurders: geen kennis van gebied noch van de bevolking.
c. het reduceren van het aantal algemeen bestuurders past geheel binnen het laten benoemen(gekozen worden) van mensen door politieke partijen. Als dat (ex-)politici zijn, die tòch niets met het gebied hebben en dan bedoel ik niet trekken van stemmen van stemvee uit dat gebied, maar kennis van waterlopen, zuiveringsvraagstukken e.d., dan kan reductie in aantal slechts besparend en bevorderend zijn.
Kortom: er moet meer draagvlak vanuit de bevolking komen. Dus van boeren, tuinders en deskundigen met gebiedskennis en tijd/gelegenheid om daar tijd in te steken en aandacht aan te besteden.
Gezondheid, vreugde en succes in 2012!
Theo te Winkel
Ik snap heus wel dat er mensen zijn die serieus afvragen waarom de waterschappen zo belangrijk zijn en waarom dat het niet onder gebracht kan worden bij rijkswaterstaat, de provincie of de gemeente. En dat geeft ook niet want je kan niet overal verstand van hebben. Maar ik begrijp nog beter dat dit pijnlijk is voor mensen die wel verstand hebben van waterbeheer.
Het waterbeheer is zoiets elementairs, zoiets is een primaire taak die niet gedeeld kan worden met andere belangen. "Alsof je zou voorstellen dat ambulances door taxibedrijven gerund zouden worden.ze houden zich toch ook al bezig met gehandicapten vervoer en ambulance dienst is dan gewoon een volgende logische stap." Dat klinkt gek en is belachelijk want iedereen kan zich goed voorstellen dat de primaire zorg niet bij de patient ligt zoals dat zou moeten. Maar dat is feitenlijk wel wat er wordt voorgesteld bij het waterbeheer. En al dat gezeur over besparen op kosten is iets wat je het best aan het waterschap zelf kan overlaten. Die zijn afgelopen decenia al twee keer gedecimeerd van 2500 naar 250 naar 25 waterschappen. Wat voor bezuiniging kan daar tegen op? Je kan hooguit zeggen dat we de tering naar de nering moeten zetten en minder aan waterbeheer kunnen uitgeven (wat ik zelf natuurlijk een verkeer soort besparing vindt) en dat we daarom maar minder uitvoeren. Minder garanties op veiligheid minder projecten, lopende projecten in de tijd uitsmeren. Maar niet zeuren als er dan iets mis gaat in het waterbeheer.
Dat is een groot goed en niet voor niets komen delegaties van 'all over the world' regelmatig op bezoek om te zien hoe wij dat in Nederland doen. Ze bezoeken de Deltawerken, de Maeslantkering
en nemen kennis van onze wettelijk vastgelegd toetsrondes voor primaire en secundaire waterkeringen en van het eigen belastingstelsel, waardoor investeren in waterveiligheid niet hoeft te worden afgewogen tegen investeren in ander beleid.
De resultaten zijn er: bij hevige regenval waardoor in andere EU-landen rivieren buiten hun oevers traden, is de situatie in Nederland tot nu toe onder controle gebleven. En dat is te danken aan de investeringen in primaire en secundaire keringen en in goed regionaal waterbeheer.
Nu het bestuur: ik deel de analyse dat het aantal waterschapsbestuurders zeker niet verder dient te worden verlaagd. Dat is al gebeurd bij de invoering van de Waterschapswet 2008.
Democratische controle is nodig om een goede discussie over nut en noodzaak van maatregelen en kostenbewustzijn een plek te geven binnen het waterschap. Zo is een twee keer zo dure oplosing zelden ook twee keer zo goed, gaan we niet altijd voor een 9 maar mag het ook wel een keer een 6 of 7 zijn. Binnen de relatief technisch ingestoken waterschapsorganisatie is het heel goed als er checks and balances zijn vanuit het Algemeen Bestuur, die stoelen op brede praktijkervaring (in bestuur, techniek, agrarisch, natuur, bedrijfsleven) en gezond verstand.
De kennis en ervaring van de geborgde zetels leveren m.i. toegevoegde waarde op in het waterschapsbestuur. Gebiedskennis en praktijkervaring zijn bij de geborgde zetels een wezenlijk en nuttig onderdeel van hun inbreng.
Wat betreft de dijkgraven: hun rol is o.a. te zorgen voor een goed lopend besluitvormingsproces in Algemeen en Dagelijks Bestuur, af te stemmen met andere partijen in de regio en in het Haagse teneinde planvorming en uitvoering goed te laten verlopen. Daarop bezuinigen valt in de categorie penny wise (of zelfs dat niet?) en pound foolish.
Trouwens door een waterschap op te heffen en de organisatie bij de provincie of rijkswaterstaat onder te brengen zal weinig opleveren. De taken van het waterschap zullen toch uitgevoerd moeten worden. Of je het nu waterschap noemt of een dictatortjes afdeling bij de provincie.
Het argument van de columnist dat de waterschappen door de wetswijzigingen minder democratisch zouden worden is overigens ronduit lachwekkend. Wie is er ooit voor de waterschappen gaan stemmen?
Sinds de installering van de huidige Verenigde Vergadering van het hoogheemraadschap van Delfland volg ik de vergaderingen met interesse. De eerste keer dat ik een vergadering meemaakte deed het me erg denken aan de tweede kamer in Den Haag, maar dan in het klein. Zoals ik kijk naar de leden van de VV lijkt het mij een betere afspiegeling van de ingelanden (grotere diversiteit van ook niet politiek getinte partijen) van het waterschap dan wanneer er een bestuur wordt gekozen bijvoorbeeld vanuit de Provincie. Wanneer de afstand groter wordt tussen de ingelanden (kiezers) en bestuurders wordt het waterbeleid nog anoniemer/ondoorzichtiger dan het nu al is.
De nu gekozen leden staan dichter bij de kiezers en moeten ook binnen het waterschap wonen(dacht ik). Zijn ervaringsdeskundigen van het specifieke gebied waar zij in wonen. De dertig gekozen leden zijn geen overbodige luxe voor een goede afspiegeling van de ingelanden om tot een goede besluitvorming te komen. Zeker als je weet dat er in drie verschillende commissies veel aan voorbereidingen wordt gewerkt om goed voorbereidde besluiten te kunnen nemen in de VV. Daar heb je voldoende mensen voor nodig om zaken goed te doen.
Sinds ik de vergaderingen volg ben ik bijna altijd de enige die op de publieke tribune zit op de keren na dat er een inspreker is. De dijkgraaf maakte nog de opmerking dat het opkomstpercentage van de kiezers laag was en er nu niemand op de tribune zit. De eerste keer zat ik dus op de verkeerde tribune omdat de bordjes nog de oude aanwijzing aangaf. Omdat de publieke tribune omgewisseld was met de ambtenaren tribune had ik op de verkeerde tribune plaatsgenomen. Reden: het aantal ambtenaren dat aanwezig is bij de vergaderingen vaak groter is dan het aantal plaatsen dat de ambtenaren tribune heeft. Nog geen enkele keer heb ik de pers gezien of gesproken. Er is weinig interesse in wat waterschappen doen, terwijl zij de noodzakelijke inspanningen moeten verrichten om het watersysteem op orde te houden. Het is eigenlijk vreemd dat een waterland als Nederland zich daar in zijn algemeenheid zo laconiek en ongeïnteresseerd over is. De waterschappen staan alleen in het voetlicht als er een calamiteit is met daarbij vaak negatieve publiciteit.
Conclusie zou kunnen zijn dat de waterschappen hun werk nu zo goed doen dat Nederland het als vanzelfsprekend vindt dat we droge voeten en Schoonwater hebben.
Wat de kosten betreft lijkt de waterschapsbelasting een hoog bedrag. Het is ook veel geld voor sommige mensen. Wanneer we kijken wat we er voor terug krijgen moeten we misschien niet zo hard roepen dat ze te hoog zijn. De ingelanden krijgen de bijna garantie van het hele jaar droge voeten te houden. Dat wat het waterschap doet is een onderdeel die in de basisbehoefte voorziet van het kunnen blijven wonen op een plaats onder de zeespiegel. Er wordt veel geld uitgegeven aan telefoons, vakanties, pc's etc. noem maar op. Zonder dat de mensen zich daarover druk over lijken te maken. Als er wordt teruggerekend wat kost het per dag om droge voeten te houden? Dit in vergelijking met de uitgaven teruggerekend per dag die mensen doen aan niet basisgebonden (luxe) uitgaven. Ik zeg hier niet mee dat het niet misschien goedkoper kan/moet.
Hoe groot de zeggenschap van het bestuurlijke apparaat ten opzichte van het ambtelijke apparaat binnen het waterschap is mij niet helemaal helder. Soms denk ik dat de ambtelijke invloed op een besluit erg groot is, misschien wel te groot. Ik kan mij daar natuurlijk als geïnteresseerde onafhankelijke ingeland wel in vergissen. Wat zou dit dan betekenen voor het bestuurlijke/ambtelijke apparaat als dit zou verhuizen naar bijvoorbeeld naar de Provincie.
Iets anders, is het niet zo dat de muskusrattenbestrijding van de Provincies overgedragen wordt aan de waterschappen? Dan is het de omgekeerde wereld. Wat willen we nou?
Zelf houd ik het erop dat de zorg voor de waterhuishouding dicht bij de direct belanghebbende moet blijven. Waterschappen zijn vaak uniek wat de waterhuishouding betreft en door in een groter geheel te worden opgenomen letterlijk onder kunnen sneeuwen (lopen). Waterbeheer is een te specifiek onderwerp en moet zelfstandig bestuurt blijven. Hoe het bestuur georganiseerd moet worden/zijn daarover heb ik nog geen mening.
Mijn kijk op waterschappen.
Gerard Jansen ingeland van het Hoogheemraadschap van Delfland
Leuk voor de columnvorm is ook dat je als lezer zelf kunt invullen of Hans de dijkgraven nu echt wil afschaffen (en waterschappen verworden tot “zelfsturende teams”) of dat hij wil laten zien dat die maatregel net zo onzinnig is als het verkleinen van de bestuursomvang.