of 59180 LinkedIn

Hoe ontwikkel je schaalsensiviteit?

De afgelopen tien jaar ben ik als vrije-uitloopambtenaar betrokken geweest bij allerlei interventies in de stedelijke ontwikkeling in Rotterdam en heb zo alle verschillende aspecten leren kennen. Uit de experimenten komt zowel de worsteling binnen de overheid als de confrontatie tussen het oude ‘regime’ en de nieuwe praktijken scherp naar voren.

Centraal stond hierbij telkens het herinrichten van verrommelde publieke ruimte op basis van dialoog met bewoners en ondernemers. De publieke veiligheid maakte hiervan ook onderdeel uit. Er is een toenemende behoefte aan het creëren van betrokkenheid en ruimte voor mondige, ondernemende en betrokken burgers om invloed uit te oefenen op hun leefomgeving, de stad en het bestuur hiervan.

 

Bijvoorbeeld het mede-organiseren van interventieprocessen rond de multiculturele winkelstraat van Rotterdam de West-Kruiskade, dat leidde tot het kantelen van het veiligheidsgevoel van bewoners en ondernemers. Dit was een samenwerkingsverband van Woonstad Rotterdam, de gemeente, de toenmalige deelgemeente (nu gebiedscommissie) en de winkeliersvereniging die de Kruiskade en omliggende straten uit het slop moest trekken.

 

Daarna werkte ik op lokaal niveau met allerlei partners aan een nieuwe vorm van wijkontwikkeling onder de noemer 'Mooi, Mooier, Middelland' waarbij plekken, scholen en bewoners zelf het vertrekpunt vormen voor ontdekking, probleemidentificatie en daarna pas het vinden van oplossingen zoals wijkgebouwen in zelfbeheer en gemeenschapstuinen.

 

Ruim twee jaar geleden maakten in Rotterdam daarom de deelgemeenten plaats voor gebiedscommissies. Een van de richtlijnen om aan de slag te gaan bij co-creatieprocessen start met het in kaart brengen van bestaande energie in de wijk. Burgemeester Aboutaleb heeft demissionair premier Rutte daarom gevraagd om niet met nieuwe plannen te komen, maar ruimte te scheppen voor plannen uit de wijken in steden. De lessen voor het heruitvinden van de wijk stonden centraal. Juist op het lokale niveau van buurt en wijk kan zo een meer participatieve en directe democratie ontstaan. Maar hoe regel je de toegang tot co-creatie en zorg je dat alle bewoners hier toegang toe krijgen?

 

Dit varieert van het uitdragen en mensen betrekken tot: dat is toch echt aan bewoners zelf. Je kunt niet wachten tot de laatste bewoner meedoet. De trein rijdt en als je niet instapt, besluiten anderen voor je. Volgens de directeur van het SCP, Kim Putters, gaat het om het heruitvinden van rollen. Het gaat over het publieke domein en hoe wij onszelf daar tot elkaar verhouden. In het rapport van DRIFT, ‘Een kwestie van Kiezen’, is onder andere aangegeven dat er een beter gevoel voor schaalsensitiviteit moet zijn, minder top-down en meer bottom-up benadering. Behoefte aan een meer integrale werkwijze, resultaatgericht ook. Hierop is een plan van aanpak ontwikkeld waarin de relatie met wijkgestuurd werken wordt uitgewerkt.

 

Het beleid wordt geïnitieerd vanuit de stad, met inhoud van onderop, de wijkagenda is dus leidend en er komen transparante budgetten op wijkniveau. Ook zal de vaardigheid ontwikkeld worden om schaalsensitiviteit te ontwikkelen: wanneer moet welk schaalniveau (landelijk, regionaal, stedelijk, gebied, wijk, buurt, straat, pand) worden ingezet en welke inzet de meest relevante maatschappelijke betekenis heeft.

 

Is het democratische vernieuwing, co-creatie of een soap? Wie het weet mag het zeggen. De komende jaren werk ik als stadsdramaturge van Rotterdam graag verder aan het versterken van de maatschappelijke invloed. Door met elkaar in gesprek te gaan. Niet in een klein groepje gelijkgestemden, maar met een breed palet aan mensen uit verschillende hoeken. Die met de poten in de modder staan, verbinden of juist de knuppel in het hoenderhok gooien.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.