of 59076 LinkedIn

Gemeenteraad tandeloze waakhond: vervolg

Herinnert u zich nog mijn column over de positie van de gemeenteraad in de Omgevingswet? Daarin gaf ik aan dat die positie verbeterd kan worden nu zeggenschap op het programma en de afwijkingsomgevingsvergunning van B&W ontbreekt. Een bewerking hiervan is door griffiers ingestuurd als consultatiereactie. Ik heb dat zelf ook gedaan.

Concreet gaat het om het volgende voorstel:

* Koppel de programmaplicht aan ambities in de omgevingsvisie in plaats van aan omgevingswaarden.

* Neem een advies met instemmingsrecht van de gemeenteraad op voor het programma.

* Neem een advies met instemmingsrecht van de gemeenteraad op voor de omgevingsvergunning voor een (buitenplanse) afwijkactiviteit. Dit ongeacht wie bevoegd gezag is.

* Neem hierbij wel de mogelijkheid op dat de gemeenteraad op voorhand zelf kan aangeven wanneer instemming niet nodig is.

 

Eigenlijk is dit - wat de vergunning betreft - gewoon voortzetting van het huidige systeem van de verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad uit de Wabo. Niet ingrijpend dus. Duidelijk zal u zijn, dat het niet mijn bedoeling is dat voor iedere afwijkingsvergunning instemming wordt gevraagd. Het gaat erom dat de gemeenteraad zelf kan bepalen wanneer dit nodig is en dat dit niet bij de minister hoort te liggen. Lokaal maatwerk dus, maar dan voor wat betreft de democratie en de lokale machtsverhouding.

 

Het standpunt van de minister is als volgt, blijkt uit de kabinetsbrief aan de Tweede Kamer van 14 november:

‘[Inbreng] Er zijn enkele opmerkingen gemaakt over de positie van de gemeenteraad bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor activiteiten die afwijken van het omgevingsplan. Als hoofdregel geldt dat burgemeester en wethouders bevoegd gezag zijn voor deze omgevingsvergunning. In enkele reacties is gesteld dat de gemeenteraad hierbij niet alleen het voorziene adviesrecht, maar ook een instemmingsbevoegdheid zou moeten krijgen.'

 

[Kabinet] 'Naar aanleiding van de reacties is nader gesproken met de VNG. De VNG stelt zich op het standpunt dat de Omgevingswet optimale ruimte moet laten om afspraken te maken tussen de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders over het verlenen van afwijkvergunningen. Uitgangspunt zijn de duale verhoudingen en het generieke instrumentarium uit de Gemeentewet. De Omgevingswet moet deze verhoudingen niet doorkruisen met bijzondere instemmingsconstructies. Binnen hetzelfde bestuursapparaat is advies met instemming een te zwaar en weinig flexibel instrument. Daarmee zou ook bij eenvoudige gevallen formele besluitvorming van de gemeenteraad nodig zijn, waardoor procedures al snel zouden uitlopen. Met de gekozen werkwijze kunnen relatief eenvoudige zaken snel door het college worden afgehandeld, terwijl voor de meer wezenlijke afwijkingen van het omgevingsplan de kaders gesteld vanuit de raad bepalend zijn. Het kabinet zal in de nota van toelichting in samenspraak met de VNG goede voorbeelden geven van werkprocessen, waarbij de raad in effectievere en snellere vorm betrokken wordt bij de vergunningverlening door het college. Moderne technische middelen maken daarbij meer mogelijk dan vroeger.’

 

Tja. Een onvolledige samenvatting dus en de VNG als bliksemafleider. En dat terwijl gemeenten op onderdelen fundamenteel anders denken over de AMvB´s dan de VNG. Zie de eerdere commentaren van Saskia Buitelaar. Dat zou toch juist een reden moeten zijn voor een eigen standpunt van de minister?

 

Bovendien: punt 4 is juist gericht op ‘optimale ruimte om afspraken te maken tussen de gemeenteraad en B&W over het verlenen van afwijkvergunningen’. Vreemd is ook de stelling dat de raad over een toereikend instrumentarium beschikt, waarbij verwezen wordt naar kaders stellen, actief informatie vragen en controleren en ter verantwoording roepen. Maar: een afwijkingsomgevingsvergunning verandert voor een project de regels en soms zelfs ook het kader. Daar moet de raad toch enigszins invloed op hebben? En ‘actief informatie kunnen vragen’ wil toch niet zeggen dat een college anders besluit? Tenslotte: controle en verantwoording gebeurt achteraf: dan is de vergunning al lang een feit en de activiteit ook! Hoezo: een toereikend instrumentarium?

 

De minister verwijst naar de politieke instrumenten van de raad. Dat maakt programma´s en afwijkingsbesluiten dus per definitie politiek gevoelig. Wil een gemeenteraad echt iets tegenhouden wat B&W willen doordrukken, dan moet het zwaarste middel worden ingezet: een wethouder dwingen om af te treden. Is dat proportioneel? Dit zal ook snel om andere (politieke) redenen achterwege blijven. Het ruimtelijk besluit verdient naar mijn mening op de eerste plaats een inhoudelijke afweging en pas in uitzonderingssituaties een politieke afrekening.

 

Dan nog de snelheid. De toekomstige afwijkingsomgeving gaat al van 26-32 weken naar 8-14 weken. Alleen als een initiatiefnemer instemt, mag het langer duren. Instemming van de raad vertraagt inderdaad. Maar hoe erg is dat bij een dergelijke beslistermijn? En inderdaad ook griffiers kunnen ´moderne technieken´ inzetten en de vertraging beperkt houden. Meer principieel is de vraag: gaat democratische legitimatie niet voor turbosnelheid? Het kabinet overtuigt mij dus niet.

 

Het is nu aan de Tweede Kamer om ervoor te zorgen dat de gemeentelijke politiek zelf kan bepalen hoe het spel op lokaal niveau wordt gespeeld. Dat is niet iets waarover de minister of een woordvoerder van de VNG moeten besluiten. Hopelijk wil de Tweede Kamer de tanden er nog eens inzetten!

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.