of 58959 LinkedIn

Fiets ‘m erin met de woonvisie

Maak een voertuig dat je zelf aandrijft en probeer de overkant te bereiken! De vergelijking met een oude tv-show dringt zich op bij woonvisies. Onverschillig of en hoe je het voertuig maakt: wil je meedoen, maak er een om naar de overkant te komen.

Ik overdrijf een beetje. De nieuwe Woningwet is serieus voor gemeenten bedoeld om de volkshuisvestelijke regie te kunnen voeren. Met helaas een onhelder instrumentarium. Dat overdrijf ik niet.

 

Woonvisies bepalen de richting, bleek recent weer. In Rotterdam bevatte de woonvisie een sloopopgave voor goedkope sociale huurwoningen. Veel protest, tot aan de minister. Die meldde de Tweede Kamer dat de gemeente beslist.

 

Of het Aanjaagteam Langer Zelfstandig Wonen dat rapporteerde; corporaties zijn soms te terughoudend met investeringen in woonzorg. Gemeenten, corporaties en zorgorganisaties moeten heldere afspraken maken over regionale vraag en aanbod. Maar gemeenten hebben niet altijd doelgroep en behoefte aan zorggeschikte woningen in kaart, pakken niet altijd de regie met afspraken maken.

 

Een woonvisie-kwestie bij uitstek. Daarmee moeten gemeenten nu al op koers liggen. Een kwestie van timing, management en visie.

 

De wetgever wilde gemeentelijke posities versterken door corporatiebijdragen aan gemeentelijk volkshuisvestingbeleid (woonvisies) te vergroten. “Naar redelijkheid” bijdragen aan uitvoering van gemeentelijk volkshuisvestingsbeleid is een prioriteit. Corporaties moeten daarvoor hun middelen bij voorrang inzetten. Gek genoeg zijn woonvisies niet verplicht. Corporatieplannen voor de komende vijf jaren wel.

 

Non-existent beleid is lastig

De wetgever vond een indirecte prikkel voldoende om woonvisies te stimuleren. Geen verplicht bod als de corporatie 1 juli niet het “overzicht van het voorgenomen volkshuisvestingbeleid op hoofdlijnen” heeft. Overigens, gezien de formulering hoeft het beleid kennelijk nog niet definitief te zijn vastgesteld. Geen (voorgenomen) beleid, geen bijdrage. Het had ook niet opgeschreven hoeven worden. Bijdragen aan non-existent beleid is lastig. Voor gemeenten een vervelende situatie: geen woonvisie, geen afdwingbare prestatieafspraken, geen ministeriële interventie bij geschillen.

 

De woonvisie bepaalt dus de corporatieplannen. Voorheen moesten corporaties die vóór 1 november presenteren. Dit jaar moet dat “overzicht van voorgenomen werkzaamheden” (“het bod”) voor het eerst vóór 1 juli aan gemeenten en huurders zijn gestuurd, vanwege de afstemming op de gemeentelijke begroting. Met een uitnodiging tot overleg, mits de woonvisie er ligt. Vóór 1 juli moet de minister de noodzakelijke financiële informatie over corporaties hebben gegeven en konden gemeenten nadere informatie bij de corporatie opvragen. Dat bepaalt de wet wel.

 

Geen volledig wettelijk kader, wel veel werk voor gemeenten vóór 1 juli; de beschikbare voorraad en de huisvestingbehoefte van alle segmenten van de doelgroep en de mogelijkheden van de corporatie inkaderen. Overleg plegen met omringende gemeenten. Afstemmen met andere beleidsvelden zoals het sociaal domein, onderwijs (studentenhuisvesting), vluchtelingenbeleid, daklozenzorg, ruimtelijke planning, etc. Bepalen welke bijdrage van corporatie(s) wordt verlangd. Een krap tijdschema.

 

Geen pasklaar recept

Vóór 1 juli moeten gemeenten daar beleid van hebben “gebakken”: zoals de ingrediënten de smaak van de taart bepalen, zo bepalen inhoud en kwaliteit van de woonvisie de uiteindelijke prestaties van de corporatie. Ook voor die inhoud biedt de wet geen pasklaar recept. In ieder geval moeten rijksprioriteiten worden meegenomen. Verder moeten gemeenten het hebben van de toelichting op de wet, brochures, kennisbijeenkomsten en voorbeelden van (ook worstelende) collega-gemeenten. Maar vooral van common sense. Het gaat om huisvesting voor alle segmenten van de doelgroep, vraag en aanbod. En dat moet zo concreet mogelijk worden uitgewerkt. Hoe concreter, hoe effectiever de corporatie bevraagd kan worden. Let ook op niet-daeb (investeringen buiten de doelgroep). Voordat de minister corporaties toestemming geeft voor die investeringen moet de gemeente verklaren het “ter uitvoering van het volkshuisvestingsbeleid” nodig te achten. Beleid moet er dus ook daarom zijn.

 

Is alles vóór 1 juli gelukt, dan gaat de taart de ijskast in. Na 1 juli werken gemeenten, corporaties en huurders aan prestatieafspraken. Die moeten 15 december naar de minister zijn gestuurd. Was de taart niet op tijd klaar, dan moet de corporatie haar plannen wel vóór 15 december aan de minister sturen, zonder verplichte bijdrage aan gemeentelijk beleid. De gemeente snoept dan niet mee.

 

Maar nu is er nog tijd. Woonvisies, maak er een mooi voertuig van, voor een getimede rit naar goede volkshuisvesting. Met taart.

 

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.