of 59054 LinkedIn

Exit afvalverbrandingsinstallaties?

In de VANG-brief van staatsecretaris Wilma Mansveld staat de ambitie om de hoeveelheid restafval die verbrand en gestort wordt, zo’n 10 miljoen ton, te halveren in 2020. In 2012 bestond dit uit bijna 4 miljoen ton huishoudelijk afval en een dikke 3 miljoen ton bedrijfsafval dat de ovens in ging. Een ruwe 2 miljoen ton afval werd gestort; voornamelijk grondreinigingsresidu, vervuilde grond en de assen uit de ovens.

Nu is de ambitie in de VANG-brief verfrissend. Afval wordt in de brief gezien als grondstof en de afvalberg moet worden verkleind. Mansveld wil toewerken naar een minimaal gebruik van grondstoffen. Er wordt ingezet op recycling. Samenwerking met gemeenten en bedrijven is daarbij belangrijk. Maar door de overcapaciteit op verbranding klagen recyclers dat ze door de ovens te sterk worden beconcurreerd. Die halvering van het restafval lijkt dan een moeilijke zaak.


Tegelijkertijd zijn er andere ontwikkelingen die de ambitie van Mansveld wind in de zeilen geven. De eerste ontwikkeling is ingezet rond 2011. In verschillende gemeenten werden inzamelproeven gedaan op huishoudelijk afval. Er werd gekeken naar de wens van de burger om het afval makkelijker te recyclen. Deze nieuwe methode van afvalinzameling wordt “omgekeerd” of “servicegericht” inzamelen genoemd. De resultaten liegen er niet om. Al in verschillende gemeenten wordt de hoeveelheid restafval gehalveerd tot gedecimeerd. In 2013 was de gemeente Horst aan de Maas koploper met een tiende van de hoeveelheid afval van een gemiddelde Nederlandse gemeente. In enkele gemeenten is de proefsituatie overgegaan naar een permanente situatie. Daarbij zijn de kosten niet toegenomen. In sommige gemeenten zijn de kosten gelijk gebleven, dus “Duurzaam, niet duurder”. In andere gemeenten wordt een besparing van één of twee tientjes geclaimd per aansluiting. De milieuwinst is hier fors. Gemeenten die binnenkort toe zijn aan een vernieuwing van het  contract met een afvalverbrandingsinstallatie, doen er goed aan om hun inzameling eerst “servicegericht” te krijgen.

 

De tweede ontwikkeling die al een lange tijd bezig is, maar de laatste jaren veel meer voorkomt, is het faciliteren van het afvalmanagement bij bedrijven. Specialistische bedrijven zonder inzameling- of afvalverwerkingscapaciteit, en dus zonder belangen in inzameling of ovens, weten de hoeveelheid restafval bij bedrijven op zijn minst te halveren. Deze “facilitators” ontzorgen hun klanten in het afvalmanagement. Ze winnen snel terrein omdat ze flink op de afvalkosten besparen. De directe besparingen maakten hen in de crisistijd erg populair.

Wat gebeurt er als de halvering doorzet voor 2020? De kapitaalsintensieve ovens hebben financieel een bezetting nodig van meer dan de helft tot soms wel twee derde. Er zullen dan ovens financieel onvoldoende gevuld zijn. Nu zullen oudere ovens minder snel “omvallen” dan de nieuwe, omdat de oudere voor een groot gedeelte zijn afgeschreven en goedkoper op bedrijfsafval kunnen draaien dan de nieuwere ovens. Meer import van afval dan? Landen om ons heen zitten niet stil. Zo voerden de Britten in 2012 een dikke miljoen ton aan de AVI’s. In 2013 lanceerden ze hun nationale “waste prevention programme” waarin ze het hebben over een “zero waste economy”. Over ambitie gesproken… De opvulling van de Nederlandse ovens is dus niet vanzelfsprekend.

 

De halvering zit er dus aan te komen. Op afval naar de ovens vanuit het buitenland kan men niet rekenen. Hoe het landschap in afvalverbranding er in 2020 uit ziet is moeilijk te voorspellen. Gemeenten met een aandeel in zo’n oven zullen veel tijd in exitstrategieën moeten steken. 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.