of 59045 LinkedIn

CO2-reductie: Rijk blinkt uit in aanmoedigen

De energietransitie heeft momenteel niet te klagen aan een gebrek aan belangstelling. Er is volop aandacht voor in de media, er zijn dagelijks conferenties, werksessies en informatieavonden over en het wemelt van de (lokale) initiatieven. Betekent dit dat de transitietrein nu eindelijk voldoende op stoom is gekomen?

De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) kwam afgelopen week met een helder, ontkennend antwoord hierop. In haar advies over de energievoorziening met de pakkende titel ‘Rijk zonder CO2’ concludeert het RLI dat er een aanzienlijke versnelling in CO2-reductie nodig is ten opzichte van het huidige beleid. Dit vraagt om strikte regels en doelgerichte stimulering. Cruciale elementen zijn fiscaal beleid en het wegnemen van belemmering in financiering en regelgeving.


De kans is groot dat we dezelfde boodschap de komende maanden van diverse kanten nog vaker te horen gaan krijgen. Binnenkort komt het Planbureau van de Leefomgeving met de Nationale Emissieverkenning waarmee duidelijk wordt in hoeverre we (niet) op koers zitten voor de 2020-doelen. In december volgt de mondiale klimaattop in Parijs. Je hoeft geen profetische gaven te hebben om te kunnen voorspellen dat ook hierin de noodzaak tot versnellen weer centraal zal staan.

 

De doelen zijn eigenlijk al lang duidelijk, net als wat er de komende jaren nodig is om deze te realiseren. We lijken alleen nog onvoldoende doordrongen van het schaalniveau van de opgave die voor ons ligt. Zo is acht miljoenen woningen klimaatneutraal maken in 20 jaar tijd zoals het RLI adviseert, een immens grote opgave. En zo zijn er nog een paar sectoren met vergelijkbare uitdagingen: mobiliteit, industrie, utiliteitsbouw en de elektriciteitsvoorziening. De tijd van een proefprojectje hier en pilotje daar is dan ook voorbij, het gaat nu om grootschalige implementatie van bewezen innovaties: meters maken!

 

Winst is dat er met het SER Energieakkoord hiervoor een breed maatschappelijk draagvlak bestaat. Van gemeentes tot grote bedrijven, waterschappen tot bewonersgroepen, provincies tot MKB, bij velen leeft de ambitie om nu echt door te pakken. Er komen steeds meer bewonersinitiatieven en het aantal lokale energiecorporaties groeit snel. Kortom, aan energie om voortvarend aan de slag te gaan is geen gebrek.

 

Toch is voor een echte versnelling meer nodig. En dat is meer initiatief van die ene speler die de laatste jaren zo vaak aan tafel zat, maar tegelijk even vaak niet thuis gaf: de rijksoverheid. Het rijk heeft een bijzondere rol te vervullen. Het moet als ‘marktmeester’ van de energietransitie de randvoorwaarden creëren waardoor al die andere spelers het waar gaan maken. Voorbeelden in het buitenland, zoals de Energie Wende in Duitsland, laten zien wat voor een enorme versnelling dat tot gevolg kan hebben.

 

Als je rondloopt op de ministeries van I&M, EZ en Financiën krijg je nogal eens voor de voeten geworpen dat de energietransitie initiatief vereist van alle betrokken partijen: de rijksoverheid kan het niet alleen doen. Helaas betekent dit maar al te vaak, dat de rijksoverheid anderen heel hard aanmoedigt maar haar eigen verantwoordelijkheden ontloopt. Enkele voorbeelden zijn de nog altijd lachwekkend lage energiebelasting voor grootverbruikers, de voorgestelde hervormingen in autobelastingen die zuinige auto’s juist weer ontmoedigen of het verhogen van de maximum snelheden. Zo lang het Europese emissiehandelssysteem niet goed werkt is het zaak om op nationaal niveau te zorgen dat CO2 een prijs krijgt.

 

De grote vraag is dan ook wanneer het kabinet durft door te pakken. Want als het rijk de komende jaren dit soort wissels de goede kant op zet, dan gaat de energietransitie pas echt snelheid maken.

 

Lees hier de eerdere columns van Huib van Essen

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.