of 59250 LinkedIn

Buitengebiedperikelen

Deze week heb ik met raadsleden gepraat over de vraag wanneer iets een verslechtering van milieukwaliteit is. Is dat nu bij meer ammoniak, fijnstof en geurbelasting of pas als daardoor de grenswaarden uit de wet worden overschreden? Met andere woorden: gaat het nu om een feitelijke verslechtering (waar ze zelf vanuit gingen) of een juridische verslechtering (waar de rechter in een zaak van die gemeente vanuit ging)?

Die vraag deed mij denken aan de aardbeienkwestie die deze week speelde. Zes keer verschillend gif spuiten, dat kan volgens de normen. Toch doet het je de lust in een aardbeitje vergaan.
Op de radio was een insectendeskundige. In gebieden in Duitsland is het aantal insecten in dertig jaar tijd drastisch verminderd. Vermoedelijke oorzaken: monocultuur en landbouwgif, pardon…. gewasbeschermingsmiddelen.

 

Het deed mij denken aan de film ‘More than honey’. Daarin zie je mensen in een deel van China zelf de fruitbomen bestuiven met stuifmeel dat zij in de winkel kopen. Met dank aan de landbouwpolitiek van Mao destijds. Geen science fiction dus. Overigens blijkt de mens geen efficiënte bestuiver te zijn. En het stuifmeel is peperduur.

 

Ik zag ook een satellietplaatje van de luchtkwaliteit van Nederland. Knalrood. Het NOS-journaal berichtte over dode zomereiken in bossen, waarschijnlijk omdat er te veel mest in de grond is geïnjecteerd. En in de krant las ik over criminaliteit in leegstaande Brabantse stallen en gesjoemel met mestboekhoudingen. Verder las ik dat wetenschappers het erover eens zijn dat het niet gaat lukken om de wereldbevolking te (blijven) voeden met een 100 procent ecologische teelt. Zelfs niet als we fors minder vlees gaan eten en minder voedsel verspillen.

 

Diezelfde dag vroeg een gemeente of ik wilde meedenken over de problematiek van boeren die met hun bedrijf stoppen en daar blijven wonen. Dat mag geen bestemming plattelandswoning krijgen vanwege de wet. Bijgevolg ontstaat een papieren probleem: een illegale woonsituatie. Er zou dan gehandhaafd moeten worden bij mensen die al jaren ergens wonen.

 

De rustende boer ziet zijn kapitaal verdampen, want hij heeft een onverkoopbare woning. En dat terwijl de milieusituatie feitelijk verbetert omdat het bedrijf stopt en het milieu dus minder wordt belast. (Tenzij er gesaldeerd is, want dan wordt het probleem verplaatst.) De komende jaren gaan veel boerenbedrijven vanwege de leeftijd van de boer en gebrek aan opvolgers stoppen. Roep je met zo’n 

regel de criminaliteit niet over je af?

 

Onze provincie (Limburg) wil de overlast van veehouders gaan indammen. Ook dat las ik in de krant. Er zullen strengere regels komen voor veebedrijven in gebieden waar burgers veel overlast ervaren van intensieve veehouderij. De aanpak richt zich vooral op het verder terugdringen van de uitstoot van fijnstof, stank en ammoniak. Verder moet er meer controle komen van boeren die voor veel overlast zorgen. Hoe zit dat dan?, dacht ik. Wanneer is er overlast? Als je niet voldoet aan de normen – die eigenlijk grenswaarden zijn – of als het stinkt, de bomen dood gaan of er mensen hoestbuien krijgen? En hoe toon je de causaliteit daarvan aan? En wie moet dan handhaven?

 

Al een tijd geleden sprak ik een natuurrechtspecialist, tevens natuurliefhebber. Hij had de indruk dat met het natuurrecht de natuur er in de afgelopen decennia alleen op achteruit was gegaan. En daar had hij dan zelf aan meegewerkt via die ingewikkelde wetgeving en jurisprudentie over compensatie en mitigatie, PAS en meer van die dingen. Ik probeerde hem op te beuren door te vertellen dat de bever het uitstekend doet in Limburg. Alleen vindt het waterschap het vervelend dat hij bomen om knaagt en daarmee waterstromen verlegt. Soms zelfs monumentale bomen… Het duizelt me wel eens, al deze buitengebiedperikelen.

 

Ik heb samen met een vriendin een moestuin. Dit jaar hadden we geen bessen, ook al bloeide de bessenstruik prachtig. Er waren ook geen noten. Net op het cruciale moment had het een nacht flink gevroren. Niets aan te doen. Gelukkig doen wij niet aan monocultuur op ons perceeltje. We hebben de rest van de zomer genoten van frambozen en aardbeien (zonder gif), sla, bonen, pompoenen, courgettes enzovoort. We hebben ook genoten van de bijen en de vlinders die op onze bloemen en onkruid afkwamen.

 

Wat je dan leert is dat je nooit maar één product moet telen en dat de natuur uiteindelijk toch de sterkste is. Al is het maar, omdat het vertikt een product voort te brengen. Variatie en evenwicht, daar draait het om. Daar kan geen norm of grenswaarde tegenop. Misschien moeten we onszelf niet langer voor de gek houden met juridische constructies en eens nadenken over onze ambities en de feitelijke mogelijkheden van het buitengebied. Out of the box en into the blue.

 

Trees van der Schoot

Meer columns van Trees van der Schoot leest u hier

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door stille trom (Lawaaivluchteling) op
ZuidLimburg en één van de waddeneilanden heb ik opgegeven, overal hoor je motoren. Heeft de natuur weinig last van, voor mensen is zo'n gebied echter volkomen ongenietbaar geworden.
We zoeken het voortaan wel ergens anders, jammer maar helaas..