of 59232 LinkedIn

Zorgen over verdwijnen 'inrichting' uit Omgevingswet

Die zorg uitten de Zuid-Hollandse milieugedeputeerde Rik Janssen en deskundigen tijdens de Dag van de Omgevingswet.

Het verdwijnen van het begrip 'inrichting' in de nieuwe Omgevingswet geeft problemen voor bedrijven en bedrijventerreinen. Die zorg uitten de Zuid-Hollandse milieugedeputeerde Rik Janssen en deskundigen tijdens de Dag van de Omgevingswet, georganiseerd door VVM (netwerk van milieuprofessionals) gisteren in Den Haag.

'Inrichting' wordt 'milieuactiviteit'

Janssen heeft problemen met het vervallen van het begrip “inrichting” en het daarvoor in de plaats komen van het begrip “milieuactiviteit”. Het risico daarvan is dat straks binnen één bedrijf sprake kan zijn van meerdere milieuactiviteiten waarvoor verschillende vergunningen nodig zijn, eventueel met meerdere bevoegde gezagen, aldus Janssen.


Activiteiten onder één vergunning

Het juridische begrip inrichting maakt het mogelijk dat bedrijven die samenwerken op een bedrijventerrein hun activiteiten onder één vergunning kunnen onderbrengen. Ze hoeven dan niet per bedrijf een milieuvergunning aan te vragen, maar zorgen ervoor dat ze met hun gezamenlijke activiteiten de normen niet overschrijden, die zijn vastgesteld voor het gebied als geheel. Het gaan dan bijvoorbeeld om geluid, geurhinder en uitstoot van giftige stoffen. Eindhoven werkt hiermee.

 

Janssen: Toezicht op bedrijventerrein versnippert

In de nieuwe Omgevingswet is het begrip inrichting losgelaten. Gedeputeerde Janssen bekritiseert die beslissing. Groot nadeel is dat daardoor het toezicht versnippert, meent hij. 'Voor de uitvoering is van belang dat de milieuactiviteiten binnen één bedrijf in samenhang worden beoordeeld, door één bevoegd gezag en uitmondend in één samenhangende vergunning. Het begrip inrichting zorgt daarvoor.' De adviezen na grote milieu-incidenten laten juist zien dat het milieutoezicht op risicovolle bedrijven in een hand moet zijn.

 

High Tech Campus Eindhoven

Ook voor bedrijven die samenwerken rond een thema heeft het werken met het begrip inrichting voordelen, legt Elsbeth Vogel uit. Als jurist arbeidsveiligheid en milieu bij Philips was zij nauw betrokken bij het opzetten van de High Tech Campus Eindhoven. Daarbinnen werken ruim honderd bedrijven samen in een vereniging die voor het hele gebied een vergunning heeft. 'Je ziet die ontwikkeling op steeds meer bedrijventerreinen: bedrijven die actief zijn rondom een thema - biotech, landbouw, chemie - functioneren als een ecosysteem. Ze maken gebruik van elkaars grondstoffen en restproducten en proberen samen duurzaam te zijn.'

 

Vereniging houdt veiligheid en normen in de gaten

Bij deze bedrijven, die vaak werken aan innovatieve producten, is vooraf moeilijk aan te geven hoe de werkprocessen er precies uitzien en welke milieueffecten dat heeft, stelt Vogel. Binnen een inrichting is dat geen probleem. Bedrijven op de campus kunnen hun werkwijzen aanpassen of zelfs fysiek verhuizen naar een andere locatie op het terrein. De vereniging houdt als vergunninghouder in de gaten dat de bedrijvigheid veilig is en de vastgestelde normen niet overschrijdt. 'Voor de gemeente Eindhoven werkt het ook heel prettig. Zij hoeft zich niet met honderd bedrijfjes te bemoeien, maar regelt alles met een vereniging.'

 

Havengebied Rotterdam wil vergunningen afstemmen

Ook de Rotterdamse haven zoekt naar manieren om de vergunningverlening binnen een gebied eenvoudiger te regelen en beter af te stemmen. Het uitgestrekte havengebied heeft onder de Crisis- en Herstelwet toestemming gekregen om met een koepelvergunning te werken. Maar als in de Omgevingswet het begrip inrichting wordt vervangen door 'installatie', wordt het verlenen van een koepelvergunning een stuk ingewikkelder, zegt Hans Barendregt, jurist bij de gemeente Rotterdam. Bovendien is het gebied te groot en zijn de bedrijven te divers om als een inrichting te worden beschouwd.

 

Ontwikkelingsplan en gebiedsverordening

Barendregt: 'De wens van het havenbedrijf is om te werken met een ontwikkelingsplan dat de wenselijke ontwikkelingen in het gebied voor een langere periode faciliteit. Daaronder zou een gebiedsverordening moeten hangen, die de milieugebruiksruimte vastlegt voor de activiteiten binnen het gebied. Hiermee ontstaat duidelijkheid voor de omgeving en zekerheid voor de bedrijven.'

 

Omgevingswet stelt activiteit centraal

Namens het ministerie van Infrastructuur en Milieu was Edward Stigter, programmadirecteur van Eenvoudig Beter, aanwezig op de Dag van de Omgevingswet. Volgens hem is het begrip inrichting gedateerd en voor veel bedrijvigheid niet passend. In navolging van Europa wil Nederland niet langer het bedrijf, maar de activiteit centraal stellen. In de Omgevingswet wordt geregeld dat wanneer een bedrijf meerdere activiteiten kent die onder verschillende toezichthouders vallen, er één bevoegd gezag wordt aangewezen.

 

Gebiedsprogramma

Voor situaties zoals in het Rotterdams havengebied, werkt het ministerie aan het instrument 'gebiedsprogramma', zegt Stigter. 'Dat regelt welke milieugebruiksruimte binnen een bepaald gebied kan worden benut. Afzonderlijke bedrijven hebben dan nog steeds vergunningen nodig, maar die zullen aanmerkelijk dunner zijn. Bovendien krijg je binnen het gebied meer knoppen om aan te draaien.'

 

Stigter kondigde op de bijeenkomst aan dat de Omgevingswet, die nu bij de Raad van State ligt, volgens planning in 2018 in werking treedt.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Lokaal ambtenaartje op
Terechte zorgen lijkt mij!

Afbeelding