of 59045 LinkedIn

Wet dieraantallen 'onuitvoerbaar' voor provincies

De wetenschappelijke onderbouwing voor de relatie tussen veehouderijen en gezondheidsrisico's ontbreekt. Dat stelt het IPO.

Provincies kunnen niet uit de voeten met de nieuwe wet die ervoor moet zorgen dat gemeenten en provincies het aantal dieren in veehouderijen kunnen beperken vanwege gezondheidsrisico’s. Het IPO (Interprovinciaal Overleg) heeft het wetsvoorstel van staatssecretaris Sharon Dijksma (Economische Zaken) als “onuitvoerbaar” bestempeld. 

Wetenschappelijke onderbouwing ontbreekt

Het instrument dat Dijksma daarvoor heeft ontwikkeld is niet goed doordacht, stelt het IPO. Het is de bedoeling dat gemeenten en provincies kunnen sturen op de veedichtheid in een gebied. Zij zouden uit oogpunt van risico’s op overdraagbare dierziekten – zoals Q-koorts – de dieraantallen in veehouderijen moeten kunnen beperken. Probleem is echter dat de wetenschappelijke onderbouwing die nodig is om een dergelijk besluit juridisch te rechtvaardigen, nog ontbreekt. Op dit moment wordt onderzoek gedaan naar de gezondheidsrisico’s van wonen in de buurt van grote veehouderijen.

 

Provincies worden boksbal

De provincies onderkennen de maatschappelijke ongerustheid over de risico’s van intensieve veehouderij. Zij onderstrepen ook de noodzaak om gezondheid als criterium mee te kunnen wegen in vergunningverlening en in het ruimtelijk beleid. Maar zonder onderbouwing, kunnen ze het instrument dat nu voorligt in de Wet Dieren niet gebruiken, stelt IPO portefeuillehouder Jan Jacob van Dijk (Gelderland, CDA) in een toelichting. Hij vreest dat provincies de juridische boksbal zullen worden tussen belanghebbenden, tussen de vóór- en tegenstanders van maatregelen. ‘De staatssecretaris heeft met dit wetsvoorstel verwachtingen gewekt. Uit de reactie in de consultatie blijkt dat er al partijen zijn (natuur- en milieuorganisaties, red.) die werk willen maken van het instrument.’

 

Instrument ligt vast klaar

Uit een gesprek met het ministerie heeft Van Dijk inmiddels begrepen dat de staatssecretaris er vooral voor wil zorgen dat het wettelijk instrumentarium toereikend is, zodat overheden dat kunnen gebruiken zodra het wetenschappelijke bewijs er ligt. Prima, vindt Van Dijk, maar dan moet zij wel publiekelijk kenbaar maken dat gemeenten en provincies tot die tijd aan handen en voeten gebonden zijn.

 

Niet met IPO en VNG gesproken

Het IPO was trouwens “wat chagrijnig”, zegt Van Dijk, over het feit dat in de ontwerpfase van de wet niet met de provincies en gemeenten is gesproken, terwijl dat wel was toegezegd. Volgens hem had de staatssecretaris door tijdig overleg ook een ander probleem in het wetsvoorstel kunnen voorkomen: onduidelijkheid over de verdeling van bevoegdheden tussen gemeenten en provincies. De ruimtelijke ordening over natuur en milieu is een provinciale bevoegdheid, stelt Van Dijk. In het wetsvoorstel staat nu dat zowel provincies als gemeenten het instrument kunnen gebruiken.

 

Liever in de Omgevingswet

Wat het IPO betreft is bovendien de keuze voor de Wet Dieren onlogisch, waarin vooral dierenwelzijnszaken zijn geregeld. ‘Dit beleid heeft vooral met ruimtelijke ordening en omgevingsrecht te maken. Logischer zou zijn om dat in de Omgevingswet op te nemen.’ 

 

VNG: Drastisch anders

Ook de Verniging van Nederlandse Gemeenten (VNG meldt dat gemeenten het huidige wetsvoorstel onwerkbaar vinden. Volgens de VNG moet het voorstel drastisch anders: niet sturen op dieraantallen, maar op effecten (emmissies) of blootstelling.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.