of 59232 LinkedIn

Waterschap botst met nieuwe Omgevingswet

‘Als we de Omgevingswet niet aanpassen, zal de bestuurlijke drukte toenemen rond het waterbeheer’, aldus dijkgraaf Johan de Bondt van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht.

De waterschappen vrezen extra bestuurlijke drukte op het water bij invoering van de nieuwe Omgevingswet. ‘Dit moet echt anders.’ 

‘Als we de Omgevingswet niet aanpassen, zal de bestuurlijke drukte toenemen rond het waterbeheer’, aldus dijkgraaf Johan de Bondt van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht. ‘Voor waterschappen dreigt een onaanvaardbare breuk te ontstaan met de praktijk van collegiale samenwerking met de provincies in de regio’, zegt De Bondt. 

Meer concreet bedoelt hij te zeggen dat de wet, zoals deze nu in een toetsingsversie voor inspraak klaarligt, de waterveiligheid in gevaar brengt. De Bondt vreest ‘Duitse toestanden’, verwijzend naar de overstromingen bij onze oosterburen. ‘Die hebben geen waterschappen die over de kwaliteit en veiligheid van het water waken.’

Probleem met de nieuwe Omgevingswet is dat deze de waterschappen degradeert tot uitvoeringsorganen. In het wetsvoorstel is het immers zo geregeld dat de provincies de beleidsbevoegdheid krijgen toebedeeld waar het om water- en gebiedsplannen gaat. ‘Daarmee raken we als gekozen bestuur de vrijheid van handelen kwijt’, aldus De Bondt. ‘Dat is de meest verwoestende passage van de Omgevingswet.’ Het bestuur van het waterschap voerde onlangs onder begeleiding van AT Osborne een officiële ‘botsproef’ uit met de nieuwe Omgevingswet.

De conclusies bevestigden voor De Bondt de knelpunten rondom de nieuwe wet: ‘Met deze nieuwe Omgevingswet zijn er in het waterbeheer te veel overheden plannen op elkaar aan het stapelen, waardoor de bestuurlijke drukte alleen maar toeneemt. Een onwenselijke situatie. Goede waterveiligheid vereist complementair bestuur en dat betekent dat er sprake is van een partnership tussen waterschappen en provincies. Niet met dezelfde dingen bezig zijn en op elkaars stoel willen zitten.’

Confronterend
De Bondt wil daarom dat het provinciale waterprogramma wordt geschrapt, zoals ook is afgesproken in het Bestuursakkoord Water: ‘De provincie moet zich concentreren op kaderstelling in termen van regie en visie.

Het instrument daarvoor is de provinciale omgevingsvisie. Dan kan het waterschap daar vanuit de eigen verantwoordelijkheid rekening mee houden in de strategie en de uitvoering van het waterbeheer.’

Om de werking van de nieuwe Omgevingswet in de praktijk te testen werd in 2012 de botsproef geïntroduceerd door het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Het bestuur van het waterschap wilde dat voor zichzelf ook eens uitproberen. De botsproef is gedaan met een actuele praktijkcasus van het waterschap. De bestuurders werden in teams verdeeld en speelden de rol van het waterschap of juist van een provincie of gemeente. En sommige teams speelden de rol van een directe belanghebbende burger of een belangenorganisatie.

‘De botsproef was leuk en leerzaam, maar ook confronterend. We botsten wel iets te hard’, aldus dijkgraaf De Bondt. Al snel bleek dat de waterschappers vinden dat het Bestuursakkoord Water niet goed genoeg in het wetsvoorstel is verwerkt. De provincie krijgt de beschikking over instrumenten voor waterbeheer, die juist de waterschappen nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. ‘Tijdens de proef hebben we ervaren dat de wet wel tot vereenvoudiging leidt maar dat onze taken niet doelmatig zijn geregeld. Dit moet echt anders.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Edward Stigter (directeur interdepartementaal programma Eenvoudig Beter, ministerie van Infrastructuur en Milieu) op
In het artikel ‘Waterschap botst met nieuwe Omgevingswet’ (BB13) heeft Johan de Bondt, dijkgraaf waterschap Amstel, Gooi en Vecht zijn zorgen geuit over de taakverdeling tussen provincie en waterschappen op het gebied van waterbeheer. In zijn ogen krijgen provincies in de Omgevingswet de beleidsbevoegdheid toebedeeld waar het gaat om water- en gebiedsplannen en worden waterschappen gedegradeerd tot uitvoeringsorganisaties.

De concept-Omgevingswet laat echter de bestaande taakverdeling intact en sluit zo veel mogelijk aan bij de huidige praktijk en Europese eisen aan het waterbeleid. Het stelsel van de Omgevingswet is op enkele punten aangepast om de belangen waarop de waterbeheerder zich richt beter te borgen. Over de precieze uitwerking vindt nog overleg plaats met de Unie van Waterschappen.

De afspraak uit het Bestuursakkoord Water om het regionaal waterprogramma te schrappen bleek niet in lijn met de Europese regels. Het is vanwege Europese regels echt nodig dat het waterbeheerprograma van de waterschappen rekening houdt met het regionaal beheerprogramma van de provincie. In de concept-Omgevingswet is verduidelijkt dat het “rekening houden met ” beperkt blijft tot de Europese elementen; hiermee kan ook onnodige stapeling worden voorkomen.