of 58959 LinkedIn

Ruimte voor dijkversterking nu al reserveren

gemeenten en provincies moeten zich over veertig niet laten verrassen door dan nodige dijkverzwaring. Beter is het om de benodigde ruimte nu al te reserveren in de nieuwe omgevingsplannen. Dat stelt het rapport 'De Pilot, ruimtelijk instrumentarium dijken'. Dat vergt wel goed bestuurlijk overleg.

Gemeenten, provincies en waterschappen zouden in een vroegtijdig stadium gezamenlijk moeten inspelen op in de toekomst noodzakelijke dijkversterkingen. Door besluiten over water en over ruimtelijke ontwikkelingen bij elkaar te brengen, ‘voorkom je ontwikkelingen die straks verbreding van de dijk in de weg staan’.

 

Stresstest RO-instrumentarium

Dat stelt dijkgraaf Hans Oosters, dijkgraaf van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Hij geeft hiermee een toelichting op het eerder door hem gepresenteerde eindrapport ‘Pilot ruimtelijk instrumentarium dijken’. Oosters spreekt van een stresstest van het bestaande RO-instrumentarium. Deze studie maakt als landelijk onderzoek onderdeel uit van het Deltaprogramma. Het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard is trekker van de pilot.

 

Voorkom keurslijf

Doel van de pilot was vooral het in kaart brengen van de (juridische) mogelijkheden om toekomstige dijkversterkingen nu al op te nemen in de nieuwe omgevingsplannen en –visies die gemeenten en provincies binnenkort gaan opstellen. Deze moeten in 2018 klaar zijn. ‘Veel gemeenten zijn hier al mee bezig. Om te voorkomen dat dijken ruimtelijk in een te strak keurslijf worden gedrongen moet er nu in de plannen ruimte worden gecreëerd voor toekomstige verbreding’, aldus Oosters.

 

Landelijk beleid

Want dat die versterkingen in het westen en in het rivierenland nodig zullen zijn staat volgens hem vast. Op basis van bodemdaling, klimaatverandering en hogere waterstanden kun je immers uitrekenen dat een gemiddelde dijk elke 30 tot 40 jaar zal moeten aangepakt. Dat is ook landelijke beleid onder het programma hoogwaterbescherming, zegt Oosters. ‘Het hoeft niet altijd breder of hoger, maar indien nodig moet er wel ruimte voor zijn’.

 

Belangen bij elkaar

En die ruimte moet je dus nu en hier al reserveren, is zijn betoog. ‘Een dijk ligt nooit zomaar in het landschap. Er staan huizen op, hij maakt onderdeel uit van een cultuurlandschap, er rijdt verkeer, er wordt gerecreëerd’. Daarmee komen dus ook taken en belangen van verschillende lagere overheden bij elkaar, elk met hun eigen juridische instrumentarium.

 

Twee sporen

Gemeenten en provincie leggen de ontwikkelingen vast via het Ruimtelijke Spoor, de besluitvorming van waterschappen loopt via het zogenoemde Waterspoor. Deze komen te weinig bij elkaar, zo concludeert de dijkgraaf. Wacht je met het verbreden van de keur – waarin de dijkruimte wordt vastgelegd - tot het echt nodig is, dan zal het Waterspoor altijd winnen, stelt Oosters. ‘Als de dijk niet meer voldoet ontstaat een urgente situatie, waarbij waterveiligheid al snel boven de andere belangen gaat’. Dat kan leiden tot onnodige kosten voor haastige onteigening of het aantasten van natuur en cultuurwaarden.

 

Juridisch kan het

Om dat over veertig jaar tegen te gaan moeten de betrokken overheden dus nu al de verwachte versterkingen opnemen in hun omgevingsplannen en –visies. Uit de stresstest bleek dat de juridische instrumenten om bijvoorbeeld bebouwing tegen te gaan of onteigening goed te regelen voldoende robuust zijn. ‘Je kunt nu als waterschap of als gemeenten al afspreken met bewoners dat je hun huis tegen die tijd voor bijvoorbeeld de taxatiewaarde wilt kopen. Dat voorkomt veel maatschappelijke onrust en vergroot het draagvlak voor verbreding’.

 

Functies combineren levert kansen

Dat er diverse functies op een dijk samenkomen mag lastig zijn als je de belangen niet goed van tevoren inschat, het biedt kansen als je het wel goed regelt. ‘Door er nu al over na te denken kunnen gemeenten en waterschappen hun plannen combineren en tot een meervoudig gebruik van de ruimte komen, waarbij de ene functie de andere eerder versterkt dan tegenwerkt’.

 

Bestuurlijk overleg

Dat vergt goed bestuurlijk overleg. En dat moet naar de overtuiging van Oosters nu plaatsvinden, niet als de verbreding voor de deur staat en er toch net een nieuw bedrijventerrein langs de dijk is aangelegd.

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Piet van Noort (Kustcriticus ) op
Het is toch jammer dat gemeenten, waterschap en provincie klakkeloos naar de wensen van Den Haag luisteren en onze primaire kust dijk met los wegspoelend zand proberen te verstevigen. Schade aan natuur en milieu daar willen zij niet over praten. CO² uitstoot verminderen is iets dat schijnbaar van Europa af moet komen. Werken met natuur hoeft helemaal niet zo duur !
Door Willem Jan Goossen op
Zie ook het Bestuursakkoord dat is getekend in september 2014 bij het Deltaprogramma. Daarin hebben de koepels van provincies, waterschappen, gemeenten en het rijk zich ook al gecommitteerd aan deze intentie.
Door C. van Rijswijck- aan den Boom (prive) op
Inderdaad zouden gemeenten, provincies en waterschappen zouden in een vroegtijdig stadium gezamenlijk moeten inspelen op in de toekomst noodzakelijke dijkversterkingen. Door besluiten over water en over ruimtelijke ontwikkelingen bij elkaar te brengen, ‘voorkom je ontwikkelingen die straks verbreding van de dijk in de weg staan’
Dit alles is al vastgelegd in de Beleidslijn Grote Rivieren!! Zie Beleidsbrief i.v.m. twee sporen beleid.
Beleid wordt voldoende geformuleerd. De praktijk wijst echter uit dat dit beleid niet uitgevoerd wordt en dat de Raad van State door de marginale toetsing besluiten niet meer toets aan wet- en regelgeving.
Schijnt dat alleen de burger zich nog aan de wet moet houden.
Door JHAGM Sneuf van Toetellaere (bd) op
Als je in sprookjes gelooft.......misschien een weekje Efteling nuttig.