of 58940 LinkedIn

Retailregels: oogje dicht loont

Ondernemers hebben binnen lokale winkel- en horecaregels veel meer ruimte voor vernieuwende initiatieven dan zij zelf denken. Dat blijkt uit een pilot van twaalf koplopergemeenten, ondernemers en Platform31. Halverwege de looptijd van de pilot constateert Platform31 dat vernieuwende winkel- en horecaconcepten vaker passen of passend te maken zijn binnen bestaande gemeentelijke regels dan bij aanvang van de pilot werd vermoed.

Ondernemers hebben binnen lokale winkel- en horecaregels veel meer ruimte voor vernieuwende initiatieven dan zij zelf denken. Belangrijk is vooral dat gemeenten bereid zijn om regels flexibel toe te passen.

Dat blijkt uit een pilot van twaalf koplopergemeenten, ondernemers en Platform31. Halverwege de looptijd van de pilot constateert Platform31 dat vernieuwende winkel- en horecaconcepten vaker passen of passend te maken zijn binnen bestaande gemeentelijke regels dan bij aanvang van de pilot werd vermoed. De hypothese was dat gemeenten veel te veel hebben dichtgeregeld – zo klinkt althans de kritiek van ondernemers.

Maar dat blijkt dus mee te vallen in de pilotgemeenten Alkmaar, Midden Drenthe, Ede, Goes, Helmond, Oss, Roosendaal, Rotterdam, Sluis, Voorburg, Zeist en Zwolle, licht projectleider Arjan Raatgever toe. Dat bleek al snel na aanvang van de pilot. Om hun winkelgebieden te verlevendigen met popupstores, mengvormen van detailhandel en horeca en andere nieuwe concepten, gingen de gemeenten aan de slag met “ontregelen”, bijvoorbeeld in hun terrassen- en uitstallingenbeleid en de apv. Volgens Raatgever bleek in veel pilotgemeenten dat er regels schrappen niet genoeg was. De gemeenten moesten ondernemers stimuleren om in beweging te komen.

Goede contacten
In gemeenten waar wel veel initiatieven tot stand komen, bleek het succes vooral te herleiden tot goede contacten tussen ondernemers, gemeente en investeerders, zegt Raatgever. ‘Oss, waar de meeste initiatieven van de grond komen, pakt het bijvoorbeeld procesmatig heel goed aan. Met ambtenaren die constructieve relaties met ondernemers onderhouden en goed contact met de hogeschool, die via stagiairs een brug kan slaan tussen ondernemers en gemeente.’

Belangrijkste conclusie is echter dat niet de regels zelf knellend zijn bij initiatieven, maar de manier waarop ze worden geïnterpreteerd en gehanteerd, stelt Platform31 in de tussenevaluatie. Of zoals een wethouder van een pilotgemeente verwoordt: ‘Het valt nogal mee met de gemeentelijke regels, het gaat vooral om de manier waarop we ze toepassen. De cruciale vraag bij handhaving moet zijn: wat bedoelde deze regel in essentie en valt een ondernemersinitiatief daarmee te rijmen?’

Uit de pilot blijkt dat deze nieuwe houding juist bij vergunningverleners en handhavers tot veel enthousiasme leidt, zegt Raatgever. ‘Dat zijn de mensen die in de praktijk tegen de knelpunten aanlopen; zij hebben altijd de boze ondernemers tegenover zich en merken nu hoeveel energie het geeft om te kunnen meedenken over de mogelijkheden. De afspraak is in veel pilotgemeenten dat als een initiatief dreigt vast te lopen op regelgeving, het plan wordt doorgestuurd naar het pilotteam. Dat gaat kijken of er toch kansen zijn.’

Kaasboer
Gemeenten blijken dan best bereid om tijdelijk een oogje dicht te knijpen. Zo was er een middelgrote pilotgemeente die een kaasboer toestemming gaf om tijdelijk een wijnwinkel in het lege buurpand te openen. Afspraak was dat de ondernemer na drie maanden zou beslissen of hij het plan voortzette en de benodigde vergunningen ging regelen, of zou stoppen. De gemeente wil niet met naam wil worden genoemd, legt Raatgever uit, ‘omdat dit soort experimenten juridisch  vaak niet waterdicht zijn. Maar deze proef toont wel aan dat gemeenten behoefte hebben aan experimenteren, sterker, dat zij dat doen. Je ziet dat ook bij pop-upstores, waar tijdelijk ineens van alles is toegestaan.’

In de heikele discussie over blurring, het vermengen van detailhandel- en horecafuncties, neemt Platform31 geen standpunt in. Aanbevelingen die de pilot hierover oplevert – zoals de wenselijkheid van experimenteerruimte in onder andere de Drank- en horecawet – zal Raatgever bij de Vereniging Nederlandse Gemeenten neerleggen. De VNG kan die meenemen in de proef die hierover loopt. Komend najaar komt Platform31 met een eindevaluatie van de pilot.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door loekoek (vm. jur.medew.gsd) op
Mooi verhaal. Maar hier staat in eerste instantie dat de ondernemers vonden dat de gemeenten de zaken hadden dicht geregeld. Dat zou dus niet zo zijn (bleek mee te vallen). Men begon met ontregelen, regels schrappen was niet genoeg. Dan denk je toch dat er wel een te grote regeldichtheid was, er moest immers geschrapt worden en wat overbleef moest anders geïnterpreteerd kunnen worden. Dus dat wat men hier stelt is gewoon ambtelijk geleuter om het eigen ongelijk niet te willen erkennen. Dan volgt waar het om lijkt te gaan. Belangrijkste conclusie is echter dat niet de regels zelf knellend zijn bij initiatieven, maar de manier waarop ze worden geïnterpreteerd en gehanteerd. Dat betekent niet meer of minder dan dat de regels niet duidelijk waren en dat valt de opstellers dan te verwijten. Het oogje dichtknijpen betekent in feite toegeven dat je regels vervelende bijwerkingen kennen. Het verhaal van de kaasboer lijkt me gezocht want kaas en wijn horen bij elkaar als boter bij de vis. Het bekt lekker als er naar een voorbeeld wordt gevraagd.