Tweeduizendjarig Nijmegen nu nóg ouder
Dat blijkt uit het onderzoek dat archeologe Fleur Kemmers deed naar 3500 munten, afkomstig uit Nijmeegse opgravingen. Aan de hand van de munten is het oudste kamp te dateren in de periode 19 - 15 (of 12) jaar voor Christus.
Het kampdorp van het Tiende Legioen in Nijmegen was tussen ongeveer 70 en 105 na Christus op dezelfde plek gehuisvest als het oudste kamp. De muntvondsten geven een duidelijke aanwijzing dat de Romeinse overheid munten gebruikte als propagandamiddel. In reactie op een bepaalde politieke situatie kregen de legionairs in Nijmegen munten met een relevante boodschap, kort en bondig geformuleerd. Zo kregen de Nijmeegse legionairs na de Bataafse opstand munten met stimulerende teksten als ‘stabiliteit’, ‘vrede’ en ‘overwinning’. In Rome werd dus al bepaald welke munten waarheen moesten. Anders dan tot nog toe algemeen werd aangenomen was het Romeinse monetaire beleid dus allesbehalve willekeurig.
Volgens de wetenschappelijke literatuur vestigden de eerste Romeinen zich in 16 voor Christus in Nijmegen, dat daarvoor een nagenoeg onbewoond bosgebied was. De ontdekking van Kemmers onderstreept nog maar eens dat de gemeente er met de viering van 2000 jaar stad flink naast zit. Eerder gaf de gemeentelijk archeoloog zelf al aan dat het jubileumfeest als stedelijke nederzetting ‘ietwat aan de late kant is’.