Rechter wijst coffeeshop aan rand Maastricht af
Maastricht wil met coffeeshops aan de randen van de stad de drugsoverlast in het centrum terugdringen. Jaarlijks trekt de stad naar schatting 1,6 miljoen softdrugsklanten. Omliggende gemeenten vrezen dat de overlast zich zal verplaatsen naar hun grondgebied. Zij verwijten Maastricht onzorgvuldig handelen omdat niet alle belangen op de juiste wijze zijn afgewogen.
De voorzieningenrechter heeft nu geoordeeld dat Maastricht niet juist heeft gehandeld bij het toekennen van vergunningen. Terwijl er geen tijdelijke vrijstelling van het bestemmingsplan was afgegeven, is er toch een bouwvergunning verleend. Verder is er geen onderzoek gedaan naar de verwachte toestroom van softdrugsklanten en ligt de coffeeshop op een route waar schoolgaande jeugd passeert.
Burgemeester Gerd Leers (CDA) van Maastricht eist dat het kabinet snel extra middelen beschikbaar stelt om de ‘exorbitante’ drugsoverlast in Maastricht te bestrijden. ‘Het kabinet is verantwoordelijk voor het belachelijke gedoogbeleid, dus het is aan de ministers om in deze grensregio extra politie ter beschikking te stellen.’ Maastricht krijgt van de rechter zes weken de tijd om het besluit tot verplaatsing van de shops uit het centrum beter te onderbouwen. Leers vindt dat minister Ernst Hirsch Ballin van Justitie deze termijn van zes weken moet gebruiken om oplossingen te bedenken. ‘En omringende gemeenten moeten een bijdrage leveren aan de keiharde aanpak van buitenlandse drugstoeristen.’
Eijsden is blij met de uitspraak en wil snel met Maastricht in overleg treden. Burgemeester Huub Broers van de Belgische grensgemeente Voeren wil de problemen op hoog niveau aanpakken. ‘Alle grensgemeenten moeten om tafel gaan zitten om het probleem van de aantrekkingskracht van Maastricht op drugstoeristen tot uit Roemenië toe, definitief op te lossen’, zegt Broers.