Nieuw advies pleit toch voor ontpolderen
Niet afdoende
Het kabinet had Grontmij gevraagd te kijken naar de haalbaarheid van een alternatief voor ontpoldering: een buitendijkse oplossing, waarbij extra schorren in de rivier worden aangelegd als leefgebied voor dieren. Volgens Grontmij biedt dat voorstel geen afdoende oplossing. Dat hebben ingewijden in Den Haag dinsdag gezegd.
Compensatie
Het kabinet besluit vrijdag op welke wijze de natuur wordt gecompenseerd voor het uitdiepen van de Westerschelde. Minister Gerda Verburg (LNV) heeft tegen de Tweede Kamer gezegd dat het kabinet het onderzoek van Grontmij zal meenemen in het besluit.
Dubbelbesluit
Een commissie onder leiding van Ed Nijpels concludeerde een jaar geleden al dat ontpoldering van de Hertogin Hedwigepolder de beste oplossing is voor natuurherstel. Na verzet uit de Eerste en Tweede Kamer en van de Zeeuwen presenteerde het kabinet dit voorjaar een zogenoemd dubbelbesluit. Eerst zou gekeken worden naar het alternatief van buitendijks natuurherstel. Mocht dat niet lukken, dan kan altijd nog worden besloten tot ontpoldering.
Bekocht
Het natuurherstel is nodig wegens een verdieping van de Westerschelde, waardoor de Vlamingen grotere schepen kunnen laten aanmeren in de Antwerpse haven. Nadat de Raad van State deze zomer de werkzaamheden had opgeschort, voelden de Vlamingen zich bekocht. De uitdieping zou eind 2009 klaar moeten zijn. Nederland benadrukte daarna verscheidene keren dat het de afspraken daarover wil nakomen.
Reactie op dit bericht
Naar verluidt gebiedt de richtlijn dat er wetenschappelijk gezien redelijkerswijs geen twijfel mag bestaan dat er als gevolg van de activiteit geen schadelijke gevolgen voor te te beschermen natuurbelangen zullen optreden. Wellicht een open deur: dit leent zich voor een mooie nieuwe casus voor het Hof van Justitie van de EG in het licht van de Kokkelvisserijzaak (7 sept. 2004, artikel 6 Habitaitrichtlijn), de Europese rechtspraak m.b.t. het eigendomsrecht ex artikel 1 Eerste Protocol van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens, het bestaan van een dwingende reden van groot openbaar belang ('eeuwige' toegankelijkheid van de Antwerpse haven), de interpretatie in dit verband van de bilaterale verdragen van 1839 en 2005, het noodzakelijkheidsbeginsel en het voorzorgsbeginsel. T.z.t. wellicht als mosterd na de uitvoering van het kabinetsbesluit en de verdragenrechtelijke afspraken.