Volg ons op: , LinkedIn of

Kijk snel bij: Abonnementen Vacatures BB Magazine

Hoofdrol politie bij rampen

Hans Bekkers 0 reacties
Bij nationale rampen moet de minister-president de leiding nemen. En het is ook beter als de politie meer bevoegdheden krijgt om crises te beheersen, adviseert de Raad voor het Openbaar bestuur.

De huidige opzet van de rampenbestrijding en crisisbeheersing is volgens de Raad voor het openbaar bestuur (Rob) ‘een garantie voor ongelukken’. Volgens een gisteren uitgebracht advies van de raad aan de minister van Binnenlandse Zaken, moet de verantwoordelijksverdeling bij rampenbestrijding en crisisbeheersing eenvoudiger. Bestuur, organisatie en wetgeving zijn nu te ingewikkeld en niet consistent.

 

De raad kiest voor twee duidelijke breukvlakken met de huidige structuren: het primaat van de politie bij de operationele leiding en de rol van de premier bij crisisbeheersing. Op alle niveaus worden dan dezelfde organisatie- en indelingsprincipes doorgevoerd, waardoor de kans op miscommunicatie en nodeloos overleg in plaats van handelen een stuk vermindert. Een heldere verantwoordelijkheidsverdeling en een reductie van de complexiteit van structuren van rampenbestrijding is volgens de raad hard nodig om risico’s die zich nu voordoen bij rampenbestrijding en crisisbeheersing te voorkomen.

 

Zo hoort er direct na het uitbreken van een ramp of crisis niet langer een operationele uitvoeringstaak weggelegd te zijn voor het bestuur. ‘Bij optreden in de responsfase gelden operationele commandostructuren, geen bestuurlijke overlegstructuren: de operationele diensten voeren het bevel’, aldus de Rob. Uitgangspunt is dat de professionals van de hulpverleningsorganisaties wel handelen binnen de politiek-bestuurlijke randvoorwaarden.

 

Inrichting

 

Om de complexiteit van de vele structuren rondom rampenbestrijding en crisisbeheersing te vereenvoudigen moet er ook een andere inrichting komen van het stelsel. Goed operationeel leiderschap in de responsfase vereist dat er met overzicht en gezag sturing wordt gegeven aan de samenwerkende professionele hulpverleningsdiensten. Die rol valt de politie toe, omdat er volgens de raad bij rampen telkens weer blijkt dat er tijdens de responsfase feitelijk geen sprake is van operationeel leiderschap door de brandweer. ‘De focus van de brandweer is in de responsfase gericht op de bestrijding van de oorzaken van het incident, niet op de processen die daar omheen spelen. Het overzicht over het grotere geheel is bij de politie wel aanwezig’, aldus de Rob.

 

Bijkomend voordeel is dat de politie, in tegenstelling tot de brandweer, ook in staat is om door te dringen tot degenen die op bestuurlijk niveau besluiten nemen. Door haar vertegenwoordiging in de driehoek met het bestuur (korpsbeheerder en burgemeester) en het openbaar ministerie (hoofdofficier van justitie) kan de politie gemakkelijk coalities smeden om toegang te krijgen tot het hoogste politieke en ambtelijke niveau. Daarnaast is de relatie met het bestuur zichtbaar bij de positie van de korpschef, die wordt benoemd, geschorst en ontslagen bij Koninklijk Besluit op voordracht van de minister van Binnenlandse Zaken. Verder heeft de politie vanwege haar betrokkenheid bij de organisatie van grote evenementen veel ervaring met grootschalige ( bestuurlijke) besluitvorming.

 

Belangrijk is ook dat de politie een landelijke pendant heeft in de vorm van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD), waardoor de politie als enige in staat is binnen de eigen organisatie op te schalen van het lokale naar het landelijke niveau. De politie wordt daarom het beste in staat geacht om effectief commando te voeren bij grote rampen en leiding te geven aan de operationele diensten in de responsfase van een ramp die het lokale overstijgt.

 

Geen bemoeienis

 

Het beheer over politie en brandweer komt te liggen bij de voorzitter van de veiligheidsregio – de huidige korpsbeheerder. De keuze om de nadruk bij het optreden in de responsfase te leggen bij de operationele commandostructuren, brengt met zich mee dat de voorzitter van de veiligheidsregio geen bemoeienis heeft met de operationele uitvoering. Ook voor nationale crises moet er een heldere verantwoordelijkheidsverdeling komen en een minder ingewikkelde structuur.

 

Als het aan de Rob ligt, beslist de minister-president straks welk departement de leiding krijgt bij de aanpak van een crisis. Bij crises die de verantwoordelijkheid van diverse departementen overstijgen en waar tegengestelde belangen kunnen spelen, krijgt de minister- president doorzettingsmacht: in de besluitvorming heeft hij een doorslaggevende stem. Hij kan dan bijvoorbeeld ook de afzonderlijke ministers een aanwijzing geven over de inzet van hun bevoegdheden. Verder wordt de minister-president – vergelijkbaar met de burgemeester op lokaal niveau – verantwoordelijk voor de bestuurlijke coördinatie binnen het kabinet tijdens een ramp.

 

Een en ander moet via formele wetgeving worden geregeld. De rol die de ministerpresident wordt toebedacht is nieuw ten opzichte van de bestaande situatie, maar volgens de adviesraad niet zo heel vreemd als wordt gekeken naar de langzaamaan veranderende positie die hij inneemt in het kabinet.

 

Verder pleit de Rob voor invoering van een zogeheten veiligheidstoets om op die manier meer eenheid in het veiligheidsbeleid te krijgen. Op terreinen waaraan aspecten zitten van territoriale veiligheid, economische veiligheid, ecologische veiligheid, fysieke veiligheid of sociale en politieke stabiliteit, zou een paragraaf kunnen worden gewijd aan veiligheidseffecten van de voorgenomen wetgeving. Zo’n veiligheidstoets kan als standaard onderdeel van het beleids- en wetgevingsproces leiden tot onder meer grotere bewustwording en betere afwegingen.

 

Print dit artikel
Mail dit artikel
Deel dit artikel op

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Vacatures

Partner Bijdragen

recente bijdragen