Gemeenten experimenteren met vergunningenstelsels
De gemeente Maastricht is in afwachting van een proefproces dat moet uitwijzen of het sinds kort gehanteerde vergunningenstelsel voor de rechter wel houdbaar is. 'Tot nu toe hebben alle mensen eieren voor hun geld gekozen. Er is nog geen enkele rechtszaak geweest', stelt coördinator veiligheid Michel Detisch. Ook in Breda, dat sinds een jaar met een soortgelijk stelsel werkt, is het wachten op de eerste rechtszaak. Wel heeft de externe adviescommissie bezwaarschriften daar vorige maand geadviseerd een weigering van een vergunning in te trekken en te heroverwegen. Dat draaide echter om een procedurele fout, niet om de principiële vraag of het stelsel wel door de juridische beugel kan.
Maastricht en Breda en nog enkele andere gemeenten in Nederland werken sinds enige tijd met een vergunningplicht voor head-, smart- en growshops (verkoop van hulpmiddelen voor kweek en gebruik van softdrugs, en niet-traditionele drugs als paddo's).
De Limburgse provinciehoofdstad heeft het stelsel ingevoerd in de hele stad, Breda heeft speciale gebieden aangewezen waar een exploitant een exploitatievergunning moet aanvragen. Via die achterdeur van de vergunningaanvraag kan vervolgens de wet Bibob (bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) van stal worden gehaald. Headshops en belshops vallen overigens niet onder die integriteitswet, smart- en growshops wel. Via een vergunningenstelsel kan er tevens een maximum worden gesteld aan het aantal toe te laten shops.
'De onderliggende juridische vraag bij dit alles is echter, of een lokale overheid via een vergunningenstelsel de detailhandel wel aan banden mag leggen. Ergens zal er toch iemand moeten gaan procederen tegen dit stelsel om helderheid te verkrijgen', aldus de Maastrichtse coördinator Detisch. Een tweede vraag is waar de precieze grens ligt tussen een (internet)café, een (bel)winkel en een dienstverlenend bedrijf. Die laatste categorie valt niet onder de winkeltijdenwet en kan dus in principe 24 uur per dag open blijven.
Overlast
Waar Maastricht het vergunningenstelsel heeft afgeroepen voor de hele gemeente, heeft Breda dat beperkt tot die gebieden waar de meeste overlast is. In de apv (algemene plaatselijke verordening) is vastgelegd in welke zones van de stad een vergunning nodig is voor het exploiteren van zo'n head-, smart- of growshop, belshop of internetcafé. Ook 'droge' horeca (coffeeshops, snackbars, horeca waar geen alcohol wordt geschonken) valt net als natte horeca onder deze vergunningbepalingen.
'We hebben niet de hele stad aangewezen, omdat we niet kunnen beargumenteren dat er overal sprake is van overlast, verloedering of aantasting van het leefklimaat. Zo'n smartshop is op zich geen probleem, alleen de concentratie daarvan', zegt Wilma Loeffen, juridisch adviseur openbare orde en veiligheid van de gemeente Breda. 'We willen dit soort zaken ook niet geheel verbieden, maar alleen reguleren in de meest kwetsbare gebieden van de stad.'
Net als Maastricht heeft Breda twijfels of het stelsel bij een rechtszaak stand houdt. 'In hoeverre een dergelijke apv-regeling juridisch houdbaar is, is nog niet duidelijk. Dat hangt erg af van de plaatselijke omstandigheden', stelt het Bredase raadsvoorstel expliciet.
Sinds de invoering van het stelsel anderhalf jaar geleden is in de West-Brabantse gemeente één exploitant in het geweer gekomen. Volgens de uitbater van Koffiehuis Afrika is hem ten onrechte een vergunning geweigerd. 'In andere delen van de stad, hier vlakbij, worden dit soort zaken wèl getolereerd. Dit is nattevingerwerk', aldus Emin Schijlen, juridisch adviseur van het koffiehuis. De adviescommissie bezwaarschriften erkende dat Koffiehuis Afrika ten onrechte een vergunning was geweigerd, al is de commissie niet toegekomen aan de inhoudelijke beoordeling van de bezwaren. Het college van B en W is volgens de commissie wel degelijk bevoegd vergunningsplichtige gebieden aan te wijzen maar de publicatie van het maximum aantal shops heeft niet op correcte wijze plaatsgevonden.
Een evaluatie van het Bredase vergunningensysteem is in de maak. De ervaringen tot dusverre zijn wisselend. 'In de straten die zijn aangewezen heeft het een rustgevend effect. Maar we merken wel dat bepaalde shops om de hoek gaan zitten. En ze zoeken uitvluchten, ze proberen onder de definitie uit te komen, gaan zich ineens kadoshop of bazaar noemen. Al krijg je dat laatste natuurlijk ook als je het stelsel invoert in de hele stad', aldus juriste Wilma Loeffen. 'Op het assortiment wordt dan ook strikt gecontroleerd.'
Benieuwd
Behalve Breda en Maastricht zijn experimenten met dergelijke vergunningenstelsels ook bekend uit Kerkrade, Venlo en Roosendaal/ Bergen op Zoom, vertelt Luuk Olsthoorn van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid dat op verzoek van Binnenlandse Zaken en Justitie de ontwikkelingen volgt.
Olsthoorn: 'Ook wij zijn benieuwd hoe dit eventueel gaat lopen bij een rechter. Als een growshop is gevestigd op een industrieterrein, wordt het wellicht lastiger om te beargumenteren dat er op deze plek sprake is van overlast. Het is dan ook de vraag of je de hele gemeente mag aanwijzen, of alleen bepaalde gebieden in die gemeente. Maar zolang er geen jurisprudentie is, weten we gewoonweg niet wat er juridisch mogelijk is.'