Drugsscene in elke gemeente anders
Ruimtelijk ordeningsbeleid kan veel ellende voorkomen
'Gemeenten moeten zorgen dat er een match is tussen hun eigen, lokale drugsscene en het gevoerde beleid. Dat is veel effectiever en spaart op den duur veel geld', zegt COT-onderzoeker Edward van der Torre. 'We zien dat kleine gemeenten soms landelijk drugsbeleid kopiëren of integraal het Rotterdamse model overnemen. Wij pleiten er echter voor dat ze éérst een gedegen analyse maken van de situatie in hun eigen gemeente en vervolgens een op maat gesneden aanpak kiezen.'
Voor het Programma Politie en Wetenschap analyseerde Van der Torre de diverse types drugsscenes in Nederland. Hij onderscheidt drie hoofdtypes: de open scene (straatdealers en zwaar verslaafde junkies op een centraal gelegen locatie, bijvoorbeeld Perron Nul in Rotterdam), de verhulde scene (dealen vanuit drugspanden, zoals in Venlo en Heerlen) en de geprivatiseerde scene (drugshandel neemt feitelijk bezit van een klein stukje publiek domein, vaak in 'vergeten' wijken zoals de Millinxbuurt). Daarnaast is er de autonome drugsscene, zoals die is ontstaan in gesloten, in zichzelf gekeerde gemeenschappen als Urk en Volendam.
Een open scene kan het beste worden aangepakt langs de justitiële lijn, in combinatie met toezicht en zorg, denkt het COT. Voor de verhulde drugsscene lijkt bestuurlijke handhaving het meest aangewezen middel. Open, maar vooral geprivatiseerde scenes moeten in een vroeg stadium hard worden aangepakt door justitie, bestuur, politie en eventueel Marechaussee. 'Veel maatschappelijke schade wordt voorkomen als harde (drugs)criminelen niet de kans krijgen zich "rustig" te nestelen, maar vroegtijdig te maken krijgen met een blauwe overmacht', aldus het rapport 'De strategische analyse van harddrugsscenes'. Van der Torre: 'Als je er snel genoeg bij bent, kun je in een later stadium veel op de politie-inzet besparen.'
Het COT doet ook aanbevelingen voor 'bestuurlijke preventie' waarmee het ontstaan van drugsconcentraties kan worden voorkomen. Als ergens voldoende primaire functies (winkels, onderwijsinstellingen, overheidsdiensten en sociaal-culturele voorzieningen) aanwezig zijn, is de kans aanzienlijk kleiner dat daar een centrum van drugshandel ontstaat. Met een gericht ruimtelijk ordeningsbeleid (zoals het opkopen van panden van huisjesmelkers en het voorkomen van leegstand) kan de voedingsbodem voor drugsscenes worden tegengegaan en de negatieve spiraal waarin bijvoorbeeld Venlo en Heerlen terechtkwamen, worden voorkomen, stelt de COT-onderzoeker.