of 59054 LinkedIn

Meer speelruimte voor aanpassen monumenten

Het is een misvatting dat een pand beter af is zonder monumentale status, omdat aan monumenten niets te veranderen zou zijn. ‘Alles kan. Maar het gaat er wel om waarom je iets doet. En hoe.’

Het is een misvatting dat een pand beter af is zonder monumentale status, omdat aan monumenten niets te veranderen zou zijn. ‘Je mag van alles veranderen aan een monument’, zegt programmaleider herbestemming van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) Franke Strolenberg.

‘Alles kan. Maar het gaat er wel om waarom je iets doet. En hoe.’ De RCE’er reageert desgevraagd op een wethouder van het Zuid-Hollandse Rijswijk waar terugkeer wordt overwogen naar het stadhuis van weleer: een grotesk, met natuursteen bekleed pand dat leegstaat sinds de gemeente er in 2003 uittrok. Zou het rijksmonument zijn, redeneerde de wethouder in de vorige Binnenlands Bestuur dan zou dat mogelijk ‘te veel beperkingen’ opleggen aan de renovatie.

Andere stijl
Strolenberg schudt nee. En komt met voorbeelden. Meelfabriek Leiden: hele buitenkant vervangen door glas. Museum de Fundatie in Zwolle: kon rondom niet uitbreiden, waarop iets op het dak is gezet. ‘Schitterend, ook hoe het gedaan is: in een compleet andere stijl. Het oorspronkelijke monument valt meer op dan ooit.’

Hij begrijpt best waarom mensen denken dat je weinig tot niets mag veranderen aan een monument. Omdat dat lang zo was. Maar toch al weer een tijdje ligt dat anders; vanaf de nota Belvedère (1999), preciseert de programmaleider. Leidende gedachte: iets behouden lukt vaak beter door er iets mee te doen, want dat ‘ontwikkelen’, niet zelden in samenhang met andere functies, biedt de kans er meer van te maken, iets wat meer aanspreekt ook.

Werkgelegenheid
En als je eenmaal vindt dat aanpassing kan – steeds: zonder het karakter van een object geweld aan te doen – dan kan dat met hedendaagse technieken en materialen. Want ook dat is van alle tijden. Strolenberg komt met een voorbeeld uit de oostelijke mijnstreek. ‘In Schaesberg willen ze het kasteel, waarvan enkel de ruïne te vinden is, opnieuw optrekken en meteen een extra toren geven: eentje gemaakt van baksels van alle 3D-printers in Nederland. Het is meteen een scholings- en werkgelegenheidsproject is. Kijk, zo breng je erfgoed tot leven, geef je het betekenis in het hier en nu.’

Evengoed zitten er tussen de 62.000 rijksmonumenten best objecten, die zo uitzonderlijk zijn dat verandering amper voorstelbaar is. Als voorbeelden noemt hij het op de Veluwe gelegen Jachthuis Sint-Hubertus en het Paleis op de Dam in Amsterdam.

RCE als duider
Als programmaleider herstemming maakt Strolenberg zich vooral sterk voor de maatschappelijke betekenis van erfgoed. Hij zoekt aanknopingspunten met thema’s als water, natuur of algemener: ruimtelijke ordening, en draagt ook de relatie erfgoed–burger een warm hart toe. De RCE treedt vandaag de dag, in lijn ook met wettelijke veranderingen (komst Erfgoedwet, Omgevingswet), minder op als beschermer (gemeenten werden bevoegd gezag) en meer dan ooit als duider. En de dienst kijkt meer naar de samenhang der dingen, zoekt de verhaallijnen in de fysieke omgeving, wat verder voert dan rijksmonumenten alleen.

Ontbreken visie
Slechts enkele tientallen gemeenten, schat de RCE, hebben een visie op erfgoed dan wel zo’n visie in ontwikkeling. Wat nu als je zo’n visie ontbeert? ‘Dan loop je meer risico een kerk te redden, terwijl even later een kerk vrijkomt die cultuurhistorisch gezien veel belangrijker is, maar waar je dan het geld niet meer voor hebt.’

Erfgoed, stelt Strolenberg, is idealiter de onderlegger voor al het andere lokale beleid in het fysieke domein: collega’s daarbinnen zouden het als het vertrekpunt moeten hebben. Erfgoed moet de hoogste sport op de ‘duurzaamheidsladder’ zijn; zeker ook in geval van krimp een essentiële notie. ‘Als iemand oppert dat een monument gesloopt moet worden, zeg ik altijd: kijk eerst eens even naar andere mogelijkheden. Monumenten vormen één procent van alle panden in Nederland, dan zou het toch sterk zijn als juist zoiets tegen de vlakte moest.’

Lees het volledige artikel in Binnenlands Bestuur nr. 10 van deze week. (inlog)

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Elizabeth Wiechers (Jurist en eigenaar van een rijksmonument) op
Als eigenaar van een rijksmonument in de gemeente Drechterland wil ik daar aan toevoegen dat het vooral gaat om de bereidheid van de eigenaar om in het monument te willen investeren. Het is ons gelukt om een rijksmonument uit 1660 bijna energie neutraal te krijgen maar dat heeft veel inzet gekost. Er dienden een drietal vergunningen via de monumentencommissies te worden aangevraagd, aanzienlijke constructieve en isolerende werkzaamheden te worden uitgevoerd, met daarnaast helaas niet altijd veel begrip aan de kant van de gemeente. Jammer, gemiste kans! Dus voor gemeenten de taak weggelegd om meer waardering op te brengen voor monumenteneigenaren die bereid zijn om hun nek uit te steken. Uiteindelijk komt het ook de gemeente ten goede namelijk. Samen bereik je immers meer. Voor informatie info@adviesbureauwiechers.nl
Door Gijs van Elk (Lid commissie Heemschut Overijssel) op
Daarnaast kan een eigenaar van een rijksmonument gebruik maken van extra belastingaftrek voor woonhuismonumenren, en voor andere gebouwen gebruik maken van de rijkssubsidie voor groot onderhoud (Brim) en voor een onderzoek naar herbestemming. En wat te denken van extra rentekorting voor geldleningen uit het Restauratiefonds ! .