of 59045 LinkedIn

Meer doen met eigenheid

In zijn boek Naar een eigen ruimtelijke identiteit wil Herman Dekkers, expert ruimtelijke kwaliteit, de discussie op gang brengen over het onderscheidende vermogen van gebieden binnen en buiten de stad.

Voor het onderscheidend vermogen van dorpen, binnensteden en gebieden is ruimtelijke identiteit essentieel. Met enkel welstandsbeleid – veelal verworden tot regelgeving – kom je er niet; schakel hulp van burgers, ondernemers, architecten en politici in om de eigenheid van een gebied te vinden.

In zijn boek Naar een eigen ruimtelijke identiteit wil Herman Dekkers, expert ruimtelijke kwaliteit, de discussie op gang brengen over het onderscheidende vermogen van gebieden binnen en buiten de stad. Dekkers, werkzaam geweest als architect, secretaris van diverse welstandscommissies en stadsbouwmeester, meent dat ruimtelijke identiteit kan helpen om het onderscheidende karakter van gebieden te vergroten.

Gelijk behandelen
Het boek is bedoeld als leidraad om te komen tot gebieden met meer onderscheidend vermogen. Volgens Dekkers wordt over de problemen van de stadscentra veel gesproken en geschreven, maar niet over het visuele aspect. Terwijl juist dat, naar zijn mening, aan de basis staat van alle stedelijke problematiek. “Veel gemeenten of provincies hebben binnen hun werkgebied meerdere kernen. Het is goed indien deze kernen meer specifiek worden. Niet alle gelijk behandelen, zoals nu veelal het gebruik. Men zou met ‘eigenheid’ meer kunnen bereiken. Bewoners en ondernemers in de gebieden zijn aan zet. Net als de politiek en de architecten. Zij kunnen meer bijdragen aan het plaatselijke onderscheidende ruimtelijke en sociale belang”, aldus de auteur.

'Naar een eigen ruimtelijke identiteit' is te bestellen bij SDU.nl

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Herman Dekkers (adviseur ruimtelijke identiteit) op
Dank Niels voor je reactie.
Ik denk dan al gauw aan outlet-centra en attractieparken. Dit zijn gebieden met een specifieke functie, vaak een bijzondere vormgeving en trekken in het algemeen veel bezoekers. Hier geldt een economische belang.
Museum Voorlinden is, qua marketing, een goed voorbeeld hoe een (bijzonder) gebouw/gebied op de kaart te zetten. Een empirisch onderzoek is een mogelijkheid, maar waaraan refereer je?
Door Niels op
Hoe we dat doen? Ik heb niet het ei van Columbus, maar wat zou kunnen helpen is de letterlijke economische waarde empirisch proberen te benaderen. Dat spreekt de huidige generatie beslissers waarschijnlijk wat meer aan als "Leve het Amsterdammertje"
Door Herman Dekkers (adviseur ruimtelijke identiteit) op
Welstandscommissie en Stadsbouwmeesters toetsen plannen aan het beleid dat algemeen is opgesteld en er van uitgaat dat een zeker minimum aan kwaliteit gehaald kan worden. De burger is hierover in het algemeen tevreden, maar deze werkwijze gaat voorbij aan wat gemeenten aan ruimtelijke kwaliteit werkelijk nodig hebben. Nederland wordt steeds mooier, maar wat is nog het onderscheidende vermogen tussen de gemeenten / de gebieden onderling? Waarom zou ik nog naar die gemeente of dat winkelcentrum gaan als dat lijkt op dat andere? Overal lijkt op overal. Het ontbreekt de gemeenten qua ruimtelijke beleving aan onderscheidend vermogen. Slechts bij een enkele stad komt imago en het ruimtelijk beeld overeen. Als alles kan overal, dat is saai en onaantrekkelijk. Als voorbeeld: In buitengebieden kunnen villa's gebouwd worden en in stadscentra worden platte gebouwen gerealiseerd die op bedrijfsterreinen niet misstaan. Waar is nog de beleving te vinden, waar je werkelijk bent? De marketing en identiteit van de ruimte is verloren gegaan of ontbreekt. Daarbij is de modernisering van gebouwen en de openbare ruimte vaak een nivellering geworden van wie je als stad bent. Het gaat m.i. om de eigenheid niet om te realiseren wat elders ook al is. Dat is het verkeerde voorbeeld / een verkeerde raadgever. Iedereen heeft een mening over mooi en lelijk maar niemand raagt zich af of dat nieuwe bebouw of die nieuwe bestrating aansluit op de gebiedsidentiteit. Daarbij elke 4 jaar een andere wethouder op ruimtelijke ordening, elke 4 jaar het gelijk aan zijn zijde. Dat maakt geen consistent beleid. En, als er al een richting gevend beleid is dan is het mogelijk dat de winkeliersvereniging dwars ligt. Tijd voor een andere aanpak!
Hoe kom men tot een bewustwording over de eigen ruimtelijke identiteit en hoe pak ik dat mogelijk aan. En, hoe zorg ik dat alle diensten die betrokken zijn bij de openbare ruimte mee doen aan de zelfde richting? Het moet weer gaan over de eigen ruimtelijke identiteit. Niet voor alle gebieden, maar zeker wel voor gebieden die belangrijk zijn voor gemeenten.Voor meer informatie kijk eens op: www.ruimtelijkeidentiteit.nl of bestel het boek bij Sdu. Het boek “Naar een eigen ruimtelijke identiteit” is geschreven, omdat de zorg voor de ruimtelijke kwaliteit in een gemeente verworden is tot het controleren op regelgeving.



Door Kees Terlouw (Politiek Geograaf) op
Ruimtelijke identiteit is belangrijk, maar heeft veel meer te maken met lokale gemeenschappen dan met gebouwen. Hoe wordt omgegaan met identiteiten in het bestuur is veel belangrijker dan hoe de ruimte wordt ingericht, dit blijkt bijvoorbeeld uit een studie die ik voor BZK heb gedaan: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporte …
Door JaapvV (adviseur, o.a. voorzieningen) op
Prima idee, dat meer onderscheidend vermogen. Maar het is echt onzin om te stellen dat kernen meer specifiek moeten worden. dat zijn ze namelijk al 30 jaar en de bewoners en ondernemers zijn de eersten om dat te bevestigen. Zij benadrukken voortdurend de eigenheid van hun woonkernen. Er zijn ook honderden dorpsplannen ontwikkeld en in uitvoering die juist uitgaan van onderscheid. En er zijn vele gemeenten die er in hun beleid net zo over denken.