of 59232 LinkedIn

'Maak Omgevingswet niet ingewikkelder dan nodig'

Vijf adviesraden vinden dat minister Schultz de wet niet ingewikkelder moet maken dan Europa verlangt. Dat gebeurt nu wel in omgevingsrecht.
1 reactie

De nieuwe Omgevingswet moet beter aansluiten bij het Europees recht. ‘We moeten het niet ingewikkelder maken dan Europa van ons verlangt’, menen de vijf adviescommissies die deze week hun eerste gezamenlijke advies over de wet aanboden aan minister Schultz van Haegen.

Vijf commissies

De vijf commissies (Wonen en Cultuur, Milieu en Energie, Verkeer en Vervoer, Natuur, Water) adviseren de minister van Infrastructuur en Milieu de komende tijd over het formuleren van de Omgevingswet. Daarin wordt de wet- en regelgeving op het gebied van omgevingsrecht gebundeld.

 

Europees recht

Het Europees recht moet daarbij uitgangspunt zijn, stellen de commissies in hun gezamenlijk advies. Waar mogelijk worden de richtlijnen overgenomen zonder verdere vertaling of uitwerking. ‘Dat lijkt voor de hand te liggen’, zegt Carla de Rie namens de vijf commissies. ‘Maar de huidige praktijk is dat Nederland heel veel regels en voorwaarden toevoegt aan Europese wetgeving.’

 

Eén bestuursorgaan

Een tweede belangrijk punt is dat straks nog slechts één bestuursorgaan verantwoordelijk is voor afwegingen en besluitvorming. Ook de bezwaarprocedure komt dan bij één bestuursorgaan te liggen, wat de procedures aanzienlijk kan verkorten en vereenvoudigen.

 

Eén besluit

De Rie: ‘Bij het aanleggen van bijvoorbeeld een snelweg hebben we nu te maken met een tracébesluit van het rijk, maar ook met besluiten van provincies en gemeenten over kapvergunningen, bestemmingsplannen, enzovoorts. Met de nieuwe Omgevingswet moet dat straks allemaal in één besluit worden geregeld, door één bestuursorgaan dat verantwoordelijk is voor het volledige project. Burgers kunnen dan tegen één beslissing, op één plek bezwaar maken.’

 

Samenhang

Om die reden pleiten de adviescommissies er ook voor dat alle aspecten van de leefomgeving, zoals gezondheid, veiligheid, ecosysteem, leefbaarheid, natuur en culturele waarden, in samenhang worden afgewogen.

 

Onderzoekslast verminderen

Tot slot dringen de commissies er op aan de onderzoekslast te verminderen en alle bestaande onderzoeksverplichtingen samen te voegen in één wet. In de periode tot eind 2012, als het wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gaat, mogen de adviescommissies zich nog drie keer buigen over een conceptwet, zegt De Rie.

 

Meer adviseurs

Ze zijn niet de enige. Ook de gezamenlijke provincies (IPO) en gemeenten (VNG) en de Raad van State bemoeien zich met het ontwerpproces van de Omgevingswet. Evenals de Raden voor de Leefomgeving en Infrastractuur (RLI).

 

Aandacht voor kleine projecten

Ook de RLI presenteerden deze week een advies aan Schultz. De aanpak van één besluit door één coördinerend bestuursorgaan geldt wat hen betreft bij grote projecten. ‘Voor middelgrote projecten wordt een lichter proces bepleit: een ‘Elverding-light’ procedure. Voor kleinere projecten geven de raden handreikingen gericht op een routinematige en snelle afhandeling bij gemeenten’, aldus de RLI.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Govert Apol (Directeur) op
De discussie rond de op stapel staande nieuwe Omgevingswet lijkt zich louter toe te spitsen op alle juridische haken en ogen die daaraan verbonden zijn.
Los daarvan wil ik de aandacht vestigen op een ander wezenlijk aspect. En dat is de bedoeling die Minister Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu) met de invoering van de Omgevingswet voor ogen staat. Zij schrijft in de brief waarmee zij deze wet bij de Tweede Kamer aankondigde: “Ik denk dat flink investeren in de voorkant van het proces zal leiden tot een grote verbetering in de kwaliteit van de projecten. En, ook niet onbelangrijk, het scheelt heel veel tijd en geld”.
Ook in de Nederlandse code voor goed openbaar bestuur en in ‘Prettig contact met de overheid’, wordt aangespoord tot samenwerking en participatie. Het gaat dus om burgerparticipatie en om communicatie.
Tijdwinst kan dus worden geboekt als reeds in het stadium waarin plannen voor aanpassing en verandering van de fysieke omgeving worden bedacht, contact wordt gezocht met de burgers die de gevolgen daarvan zullen ondervinden, veel “gedoe” kan worden voorkomen. Deze burgers zijn immers belanghebbenden van hun eigen woonomgeving. En zij kennen hun buurt het beste. Deze wijze van benadering kan veel winst opleveren: een aanzienlijke besparing in geld, tijd en menskracht. Bovendien levert dit een significatie bijdrage op aan verbetering van het imago van de overheid.
Als deze aanpak deel uitmaakt van het omgevingsmanagement van de overheid en van de doelstellingen van de projectontwikkelaars, wordt een relatief kleine investering in tijd en geld aan de voordeur gedaan, om eindeloze kostenverhogingen aan de achterdeur te voorkomen.
Communicatie lijkt gemakkelijk, maar het is een vak apart. Het valt dus aan te raden om daarvoor deskundigen in te schakelen.

Afbeelding