De provincies vinden dat er voor hun krimpregio’s een structureel investeringspakket nodig is van het rijk: een meerjarige impuls van 350 tot 400 miljoen per jaar over een periode van 15 tot 20 jaar. De Achterhoek, De Marne, Eemsdelta, Oost-Groningen, Maastricht-Heuvelland, Parkstad, Westelijke Mijnstreek, Zeeuws-Vlaanderen en Noordoost-Fryslân zijn door het rijk erkende krimpregio’s. (ANP)