of 59045 LinkedIn

Kleine gemeenten duurzamer, grote steden lopen terug

Dat blijkt uit de Nationale monitor duurzame gemeenten 2016, die jaarlijks wordt uitgebracht door Telos, onderdeel van de Tilburg School of Economics and Management van de Universiteit Tilburg.

Kleine gemeenten zijn de afgelopen drie jaar meer vooruitgegaan op het gebied van duurzaamheid, dan 100.000plus gemeenten. In grote steden gaat de totale duurzamheid zelfs achteruit. Economisch en ecologisch zitten veel gemeenten in de lift, maar sociale duurzaamheid blijft achter.

3 P's 

Dat blijkt uit de Nationale monitor duurzame gemeenten 2016, die jaarlijks wordt uitgebracht door Telos, onderdeel van de Tilburg School of Economics and Management van de Universiteit Tilburg. Telos gaat voor de analyse uit van de 3P-benadering van duurzaamheid: People, Planet en Profit. Die drie thema's zijn opgebouwd uit 105 indicatoren, waaronder cijfers over werkloosheid, sociaal welzijn, politiek vertrouwen, gezondheid, energiebesparing, schone lucht en afval. 

 

Stap vooruit 

Het algemene beeld van de monitor is dat gemeenten een stap vooruit zijn gegaan op duurzaamheidsvlak, zeker ten opzichte van vorig jaar, toen weinig verbetering was te melden. De vooruitgang is echter niet gelijk verdeeld over de drie P’s – duurzaamheidskapitalen genoemd – en evenmin over de 390 gemeenten. Door de aantrekkende economie en de aandacht voor klimaatmaatregelen, gaan de scores voor het economisch kapitaal en het milieukapitaal vooruit. Maar op sociaal-cultureel gebied is de eerdere teruggang nog niet omgebogen. 

 

Sociaal vlak niet beter 

‘Iedereen is bezig met windmolens en laadpalen en ook economisch gaat het beter, maar op sociaal vlak nog niet’, zegt Bastiaan Zoeteman, projectleider van de Telos-monitor. Vooral de langdurige werkloosheid is fors verslechterd en ook sociale participatie scoort slecht. ‘Het gaat dan over betrokkenheid van burgers bij de samenleving en bij besluitvorming. Iedereen heeft er de mond vol van, maar slechts weinigen weten hoe ze dat moeten organiseren en het mag allemaal geen stuiver kosten.’ 

 

Kleine versus grote gemeenten

Wat opvalt is dat de totale duurzaamheid in kleine gemeenten gemiddeld genomen sterker vooruit is gegaan dan in grotere gemeenten. Het economisch herstel is in de gemeenten met minder dan 50.000 inwoners krachtiger dan in de 100.000plus gemeenten, er is gemiddeld geen sociale teruggang bij de kleine gemeenten, terwijl die in de grote gemeenten nog doorzet. De verbeterde milieuprestaties zijn in de kleine gemeenten minstens zo groot als in de grote gemeenten, blijkt uit de monitor.

 

Steden achteruit

Diverse grote steden zijn echt achteruit gegaan, stelt Zoeteman vast. Hij noemt Den Haag, Rotterdam, Utrecht, en ook Den Helder, Delfzijl en andere steden met een industrieel signatuur. ‘Lokale besturen doen hun best, maar deze steden profiteren niet op sociaal vlak van het aantrekken van de economie. Er ontstaat geen groei van werkgelegenheid en de groepen die door de crisis zijn geraakt, voelen zich terecht in de kou staan.’ Zoeteman waarschuwt voor onvrede en sociale problemen die de spankracht van sommige gemeenten te boven gaat. Hulp van rijk en provincies is hier volgens hem nodig. Van de G4 weet alleen Amsterdam de teruggang beperkt te houden, en ook de Brabantse steden doen het redelijk goed. 

 

Gunstige ligging 

Topscoorders op het totale gebied van duurzaamheid zijn nog steeds de welvarende gemeenten die profiteren van de nabijheid van een sterke stad en een gunstige ligging in het groen. Die gemeenten - Midden-Delfland voorop - krijgen een hoop goede scores in de schoot geworpen, zegt Zoeteman, waar andere gemeenten juist de pech hebben om in krimpgebied te liggen. De lijst met slechtstscorende gemeenten is daarom evenmin verrassend. Onder meer vijf Oost-Groningse gemeenten bungelen onderaan de ranglijst.

 

Koppeling met beleid

Later dit jaar verwacht Zoeteman een interessanter overzicht te kunnen bieden. Dan wordt zijn monitor gekoppeld aan een analyse van het duurzaamheidsbeleid per gemeente, zowel de voornemens als de uitvoering daarvan. Telos werkt daarvoor samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het ministerie van Infrastructuur en Milieu. ‘Dan zal je zien dat een gemeente als Rotterdam, die zich heel erg inspant voor duurzaamheid, een stuk hoger scoort.’  

 

De tien hoogst scorende gemeenten in 2016

Midden-Delfland (hoogste gemiddelde van de drie duurzaamheidskapitalen)

Rozendaal

Laren (NH)

Blaricum

Bloemendaal

Oegstgeest

Bunnik

Scherpenzeel

Vught

Houten

 

De tien laagst scorende gemeenten in 2016 

Pekela (laagste gemiddelde van de drie duurzaamheidskapitalen)

Nissewaard

Oldambt

Den Helder

Menterwolde

Stadskanaal

Rotterdam

Schiedam

Delfzijl

Veendam

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Marlene Simoons (Raafslid en Personal Coach) op
Privé investeringen in zonnepanelen vertekenen de mate van Duurzaamheid in een gemeente, bijv. Oegstgeest, waar de overheid slechts beperkte ambities heeft en weinig budget en capaciteit voor investeringen in Duurzaamheid. De koppeling met beleid gaat daarom heel interessant worden!
Door Wim Vreeswijk (Financieel adviseur) op
Dat lijkt mij vrij logisch: Bunschoten had per 1-1-2016 20.823 inwoners of 684 per km2 en Utrecht (in dezelfde provincie) had toen 334.176 of 3596 inwoners per km2, dus dat veel kleinere gemeenten veel eerder duurzaam zijn is dan ook getalsmatig volstrekt logisch