of 59250 LinkedIn

'Hergebruik is het nieuwe verdienmodel'

Rijksbouwmeester van Dongen en voorzitter Herbestemmingsteam Stadig laten in een interview hun licht schijnen op krimp, groei en stabilisatie of stagnatie.

Ter afsluiting van de 11-delige serie krimp van Binnenlands Bestuur spreken Rijksbouwmeester Frits van Dongen en voorzitter van het Herbestemmingsteam Duco Stadig over krimp en stagnatie. ‘Als je ervoor kiest meer aan de markt over te laten, moet je daar ook de consequenties van aanvaarden.’

U heeft de serie Krimp in Binnenlands Bestuur gelezen. Welk beeld van Nederland doemde er bij u op?

Van Dongen: ‘We hebben te maken met drie grote verschijnselen: krimp, groei en stabilisatie of stagnatie in een heel groot gebied in Nederland. We maken ons druk over de uitersten krimp en groei. Met krimp hebben we nog geen ervaring, met groei wel. Maar naar mijn idee is het grote probleem voor de toekomst: het gebied dat nu stabiliseert en waarvan we nog niet weten of het gaat krimpen.’


In Groningen zit de gasbel waar heel Nederland van profiteert. Het is al vaak gezegd: de Randstad profiteert, terwijl Groningen verarmt. Verwacht u niet dat dit steeds meer gaat steken?
Van Dongen: ‘Wij hebben in Nederland zelf land gemaakt om überhaupt te kunnen wonen, werken en producten te verbouwen. Langzamerhand zijn we daar steeds verder ingegaan. Dan krijg je een spreiding van werkgelegenheid, dus extra kantoren naar Groningen en Limburg om ook daar activiteiten te ontwikkelen. Dat verandert nu, omdat we dit meer aan de markt overlaten. Het gaat een ander leven leiden. Je ziet natuurlijke verschijnselen optreden, krimp en groei, die we eigenlijk altijd hebben gehad. Dit was altijd behoorlijk geregeld door de overheid, maar nu heeft de markt het overgenomen. Ik ondersteun die lijn wel.’
Stadig: ‘Maar er zijn natuurlijk overal drama’s van mensen die hun huis niet kunnen verkopen. Dat klopt.’


U zegt dat de markt nu leidend is, waardoor activiteiten zich meer concentreren in de Randstad. Moet dit dan niet meer worden gestuurd?
Van Dongen: ‘Dat is nou typisch ­Nederlands, hè! Moet er niet meer gestuurd worden?’
Beide heren lachen.
Stadig: ‘Dat is het oude denken. Niet meer doen!’


Nou ja, u bent de Rijksbouwmeester.

Van Dongen: ‘Als je ervoor kiest meer aan de markt over te laten, moet je daar ook de consequenties van aanvaarden. Natuurlijk moet je dan waar het mogelijk is groei en krimp faciliteren. Dat is waar we mee bezig zijn. Het Herbestemmingsteam is ontstaan als gevolg hiervan. Ik vind dat heel erg goed. Wij gaan geen koersen verleggen, maar faciliteren alleen nog maar.’

We moeten het niet zoeken in nieuwbouw maar herbestemmen?

Van Dongen: ‘De nieuwbouw van de toekomst is het hergebruik en het onderhoud van de bestaande voorraad. Als je daar nog een keer goed naar kijkt, heb je een nieuw verdienmodel. Het ligt niet voor de hand, want we zijn het niet gewend en het vereist ook andere dingen: meer ambacht. We zijn terug waar ik ooit in mijn studie begon: dat je leert een schoorsteen te metselen. Dat moet er weer in. We moeten een hele transformatie ondergaan. We hebben een tijd van productie gehad en nu komt een tijd dat we teruggaan naar het ambacht en de inhoud. Dat is niet alleen belangrijk voor Nederland, maar ook voor de maatschappij. Dit is het verdienmodel van de nabije toekomst.’


De formateurs schuiven het onderwerp naar gemeenten toe. Wat verwacht u van hen? Ontmoet u weerstand of denken ze juist mee?

Stadig: ‘Bij gemeenten had je bouwtoezichtambtenaren die alles wat herbestemming was tegenwerkten. Het nieuwe Bouwbesluit heeft daar een eind aan gemaakt. Er moet iets veranderen bij gemeenten en dat gebeurt ook. Nieuwegein is een mooi voorbeeld. Daar mag bijna alles. Je kunt zo in een leeg kantoorgebouw aan de gang en wordt razendsnel geholpen aan een vergunning. Ze hebben afgesproken dat B&W dat mag afdoen, het hoeft niet naar de gemeenteraad. Dat scheelt twee maanden proceduretijd.’


Gemeenten hebben straks geen aandacht en geld meer voor ruimtelijke ontwikkelingen door alle bezuinigingen en extra taken op het sociale vlak, vreest Friso de Zeeuw, praktijkhoogleraar gebiedsontwikkeling van de TU Delft. Terecht?

Stadig: ‘Ja, volkshuisvesting en ruimtelijke ordening waren hele belangrijke onderwerpen in de gemeentepolitiek toen ik wethouder in Amsterdam was [1994-2006/red]. Nu is er in de raad een accentverschuiving naar sociaal. Dat is ook belangrijk, maar als die gemeenten een zorgrol krijgen, kan het zijn dat het ruimtelijke nog meer in het gedrang komt. Daarmee kun je niet meer scoren zoals vroeger. Dat is ook belangrijk.’

 

Wat is daar het gevolg van?

Stadig: ‘Nou, dat snel reageren en meewerken wel politiek gewild moet worden. Als daar geen aandacht voor is, heb je kans dat die slag niet of veel te langzaam wordt gemaakt. Dat is absoluut een gevaar.’

Van Dongen: ‘We hebben altijd een bouwkolom gehad die produceerde. Nu hebben we een bouwcultuur. We moeten slim denken: kleine onderdelen ontwikkelen en andere onderdelen juist niet. Een manier van denken die moet postvatten bij iedereen die daarmee te maken heeft. Dat duurt een tijd. Daar is ook nog geen blauwdruk van.’

 

Maar juist nu is wel het moment.

Van Dongen: ‘Het moment schreeuwt daarom, ja.’

Lees het hele interview met Frits van Dongen en Duco Stadig in BB 25.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.