of 59045 LinkedIn

Gemeenten maken samen visie voor landelijk gebied

De samenwerking tussen de drie gemeenten is enerzijds logisch, maar tegelijkertijd niet vanzelfsprekend, legt gemeentesecretaris Gert Veenhof van Bunnik uit. ‘Het Kromme Rijngebied vormt landschappelijk gezien een eenheid, gebruikers voelen dat als één gebied. Terwijl de maatschappelijke oriëntaties heel verschillend zijn. Onze inwoners gaan fietsen in Wijk, maar voor school of theater gaan ze naar Zeist of Utrecht.’

Rond het Utrechts natuurgebied Kromme Rijn werken drie gemeenten – Bunnik, Wijk bij Duurstede en Houten – aan een gezamenlijke omgevingsvisie. Zodat het beleid rond zonnepanelen, gewasbescherming en beeldkwaliteit aan beide oevers en langs het grootste deel van het stroomgebied van de rivier hetzelfde is.

De samenwerking tussen de drie gemeenten is enerzijds logisch, maar tegelijkertijd niet vanzelfsprekend, legt gemeentesecretaris Gert Veenhof van Bunnik uit. ‘Het Kromme Rijngebied vormt landschappelijk gezien een eenheid, gebruikers voelen dat als één gebied. Terwijl de maatschappelijke oriëntaties heel verschillend zijn. Onze inwoners gaan fietsen in Wijk, maar voor school of theater gaan ze naar Zeist of Utrecht.’

 

Wel eigen visies voor de kernen

Toch haakten alle partijen - gemeenten, gebruikers en bewoners van het gebied – als vanzelfsprekend aan toen Houten het initiatief nam voor een gemeenschappelijke visie. Die geldt uitdrukkelijk alleen voor het landelijke gebied rondom ruim twintig kilometer Kromme Rijn. Voor de kernen maken de gemeenten hun eigen visies; de historische stad Wijk bij Duurstede heeft nu eenmaal een ander karakter dan forensenplaatsen Bunnik en Houten.

 

In het Kromme Rijngebied kampen de drie gemeenten met vergelijkbare vraagstukken, schetst Veenhof. Leegstaande boerderijen, zorgen om behoud van mobiliteit, de spanning tussen recreatie en agrarische sector, de zorg voor landgoederen en historisch cultuurlandschap. ‘Daar liepen we allemaal tegenaan. Vroeger was de provincie de hoeder van het landelijk gebied, nu zie je dat gemeenten daar zelf vorm aan willen geven en zich de vraag stellen: wat is de kwaliteit van ons buitengebied, en hoe kunnen we dat versterken? Dan is het belangrijk om af te stemmen met elkaar.’

 

Provinciaal beleid schiet tekort

Ook al omdat het provinciale beleid op essentiële punten tekort schiet, vult Fred Odijk aan, beleidsmedewerker en projectleider vanuit Bunnik. ‘Bijvoorbeeld als het gaat over innovatie van de landbouw. Wij willen bijvoorbeeld niet te rigide zijn over het slopen van lege stallen. Die bieden kansen voor nieuwe functies, zoals wonen, kleine bedrijfjes of recreatie. Dat kan juist de vitaliteit van het gebied vergroten.’

 

Lees in Binnenlands Bestuur nr. 22 meer over deze visie. En over de eerste beleefbare gebiedsvisie van Nederland, in Capelle aan den IJssel.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Wim van den Haak (Eigenaar Planinzicht ) op
Wat een mooi initiatief! Kan ik mijn kennis en ervaring inbrengen?