of 59236 LinkedIn

Forse verliezen voor fondsen stortplaatsen

André de Vos Reageer
De provincies verloren vorig jaar ruim 25 miljoen euro op beleggingen in de nazorgfondsen voor stortplaatsen. Grootste verliezers: Noord-Brabant en Zeeland.

Noord-Brabant heeft in 2008 17,5 miljoen euro verloren op beleggingen in het nazorgfonds voor stortplaatsen. Oorzaak: koersverlies op aandelen. Ook Zeeland verloor een fors bedrag: 5,5 miljoen euro. Ook dat verlies werd deels veroorzaakt door koersverlies op aandelen, maar vooral doordat 4,4 miljoen euro aan beleggingen in een garantieproduct bij het failliete Lehman Brothers verloren ging. De totale provinciale beleggingen in nazorgfondsen bedroegen eind vorig jaar ruim een kwart miljard euro.

 

Niet alle provincies verloren vorig jaar geld met hun nazorgfonds. Zuid-Holland scoorde een plus van anderhalf miljoen euro en Groningen, dat al het geld in deposito’s heeft zitten, behaalde een positief rendement van een kleine miljoen euro. Opmerkelijk, omdat Groningen op zijn eigen vermogen wel miljoenen verloor door geld in IJsland uit te zetten.

 

 

Slimme Friezen

 

Friesland toonde zich een stuk slimmer. Eind 2007 verkocht het nazorgfonds zijn aandelen en leende de opbrengst vervolgens uit aan de provincie, tegen 5,06 procent rente. De procentuele verschillen in rendement tussen de provincies zijn groot. Terwijl Overijssel een positief rendement haalde van 5,6 procent op het nazorgfonds, scoorde Noord- Brabant een negatief rendement van bijna 18 procent.

 

Anders dan bij het eigen provinciale vermogen, mag bij de nazorgfondsen voor de stortplaatsen wél in aandelen worden belegd. De wet Fido geldt niet voor nazorgfondsen. Er zijn echter wel aparte treasurystatuten per provincie. Die lopen behoorlijk uiteen. Zo heeft Noord- Brabant de helft van het belegd vermogen in risicovolle aandelen en vastgoed zitten, terwijl Zuid-Holland voor 90 procent in vastrentende waarden zoals obligaties en deposito’s zit.

 

De negatieve resultaten nopen sommige provincies tot actie. Noord-Brabant heeft een nieuw beleggingsstatuut opgesteld, omdat de oude wijze van beleggen een te groot risicoprofiel had en ‘te complex, niet transparant en zeer lastig te monitoren’ was, zo staat in het jaarverslag. Ook Zuid-Holland, dat een positief rendement had in 2008, heeft de beleggingsmix aangepast. In Gelderland, waar de ontwikkeling van de waarde van het nazorgfonds volgens Gedeputeerde Staten ‘op koers’ ligt, wordt het vermogensbeheer geprofessionaliseerd. Er komt een adviescommissie beleggingen voor het nazorgfonds.

 

Limburg, dat vorig jaar 2,7 miljoen euro verlies leed, laat weten dat er voortaan minder risico wordt genomen met de beleggingen en voor meer vastrentende waardes zal worden gekozen. ‘Overigens ziet het beeld van de beleggingen er inmiddels weer wat vrolijker uit’, laat een Limburgse woordvoerder weten, verwijzend naar de stijgende beurskoersen.

 

Herstel

 

De cijfers per eind 2008 zijn een momentopname. De beurzen hebben zich sindsdien enigszins hersteld, zodat de risicovol beleggende nazorgfondsen waarschijnlijk weer wat van hun verlies hebben goedgemaakt. Maar zowel in Zeeland als in Noord-Holland dreigt het gevaar dat er uiteindelijk te weinig geld in het nazorgfonds zit. De accountant van de provincie Noord-Holland constateert dat ‘gezien de beleggingsresultaten over de laatste jaren een aanzienlijk tekort wel als realistisch kan worden aangemerkt’. Zeeland heeft momenteel een tekort van een kleine zes miljoen euro. Tekorten in het nazorgfonds moeten worden aangevuld uit de algemene middelen van de provincie of via extra heffingen op de nog open stortplaatsen.

 

Nazorgfonds
Het geld in de nazorgfondsen is bedoeld voor kosten die zijn verbonden aan de eeuwigdurende nazorg van eenmaal gesloten vuilstortplaatsen die aan de provincie worden overgedragen. Het geld komt binnen via heffingen aan de exploitanten van stortplaatsen. Het gaat om beleggingen voor de lange termijn, omdat de meeste stortplaatsen pas over jaren worden gesloten. In sommige provincies zijn echter sluitingen op korte termijn voorzien. Het betekent dat er geld moet worden vrijgemaakt voor de nazorg. Per stortplaats is berekend hoeveel geld er nodig is. Sommige provincies kiezen er ook voor om het geld per stortplaats te beleggen.

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.