of 59221 LinkedIn

Energietransitie: lokalen aan zet

Decentrale overheden moeten het voortouw nemen bij de energietransitie. Maar niet alle lokale initiatieven zijn meteen rendabel. Maak vaker gebruik van de Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB), betogen Jan Smits en Frank van der Kroon. Die biedt een financieel fundament zonder risico op verboden staatssteun
1 reactie

Decentrale overheden moeten het voortouw nemen bij de energietransitie. Maar niet alle lokale initiatieven zijn meteen rendabel. Maak vaker gebruik van de Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB), betogen Jan Smits en Frank van der Kroon. Die biedt een financieel fundament zonder risico op verboden staatssteun

Meer armslag

Lokale overheden hebben meer armslag dan vaak wordt gedacht om projecten van de grond te krijgen die het algemeen belang dienen. De Europese Unie heeft namelijk aan alle nationale en lokale overheden het recht toegekend zelf te bepalen wat zij als algemeen belang ziet, en de activiteiten die nodig zijn om dat belang te dienen uit te (laten) voeren. Dit gebeurt met behulp van de Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) een sterk juridisch instrument kan zijn bij het van de grond tillen van duurzame energieprojecten, en bovendien de lokale autonomie versterkt. Maatschappelijk gewenste diensten kunnen worden geleverd tegen een voor de doelgroep aanvaardbare prijs, doordat de overheid bij mag springen.


Succesvol ingezet

Het begrip DAEB is bekend in de sociale woningbouw, maar DAEB’s zijn ook al succesvol ingezet bij, onder andere, de aanleg van bewaakte parkeerterreinen voor vrachtwagens (Noord-Brabant), de herstructurering bedrijventerreinen (Overijssel), een ophaaldienst voor huisafval (Den Helder), de exploitatie en beheer van een stadstheater (Alphen aan den Rijn) en de aanleg van glasvezelnetwerken (Waalre, Heeze-Leende).

 

Redelijke winst

Het uitgangspunt hierbij is dat een nationale, regionale of lokale overheid vrij is om te bepalen wat zij als algemeen belang kwalificeert en met welke dienst dat algemeen belang wordt gediend. Als die dienst door de markt niet, of niet onder de gewenste condities met betrekking tot kwaliteit, veiligheid en toegankelijkheid, gelijke behandeling en betaalbaarheid worden geleverd (marktfalen), dan mag zij die eventueel zelf uitvoeren (vaak niet handig), dan wel door een onderneming laten uitvoeren en die onderneming daar financieel voor compenseren. Die onderneming mag op het uitvoeren van die dienst 'een redelijke winst' maken.

 

Lokale autonomie

De essentie is: als een lokale overheid bepaalt wat zij onder het algemeen belang verstaat en daar een DAEB voor in het leven roept, heeft noch een nationale overheid, noch de Europese Commissie de mogelijkheid dat te blokkeren. Dit geeft een lokale overheid dus een juridisch niet aan te vechten lokale autonomie: we maken zelf uit wat goed voor ons is, en we regelen zelf dat het gebeurt.

 

Zonnepark
Stel nu dat een marktpartij geïnteresseerd zou zijn een zonnepark aan te leggen, maar dat de koop of huur van de daarvoor benodigde grond een te grote kostenpost vormt om het commercieel interessant te maken. Bij correcte inrichting van de DAEB is de compensatie geen staatssteun, terwijl die DAEB tevens de lokale autonomie een stevig juridisch fundament geeft.


Niet met lege handen

Dit betekent dat CO2-reducerende projecten die zonder hulp niet tot stand zouden komen door een lokale overheid als DAEB toch kunnen worden gerealiseerd. En waarmee die economische activiteiten kunnen worden uitgevoerd die bijdragen aan het streven van lokale overheden om bij te dragen aan de reductie van CO2-uitstoot. Het instrument bevestigt en garandeert bovendien de lokale autonomie. U hebt als lokale bestuurders een grote rol te spelen in de energietransitie, maar u staat niet met lege handen.

 

Lees het hele essay deze week in BB16 (inlog). 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Melvin Koenings (Staatssteun adviseur) op
De DAEB-regels lijken als een nieuwe juridische oplossing naar voren te komen om rechtmatig als lokale overheid financieel of op andere wijze ondersteuning te bieden aan energietransitie projecten. Hier moeten we toch een waarschuwende vinger opsteken. Dit lijkt op de klassieke vergissing om eerst marktfalen te constateren en dan vrij automatisch de DAEB-regels in te roepen. Zo zit het EU recht echter niet in elkaar. Je kan de DAEB-regels alleen toepassen als er een dienst rechtstreeks aan een hele grote groep inwoners geleverd moet worden. Bijvoorbeeld post, ziekenhuis, openbaar vervoer of cultuurvoorziening. De markt faalt om dat soort diensten op alle plekken betaalbaar aan te bieden, en dan mag je onder strenge voorwaarden van de DAEB-regels rechtmatig compensatie verlenen.
Kijken we naar de elektriciteitsmarkt, dan kunnen consumenten op elke plek in Nederland groene stroom kopen. Dat kost dan soms wat meer dan grijze stroom, maar op zichzelf is daar geen marktfalen, want de productie van groene stroom is nu eenmaal doorgaans duurder dan grijze stroom. En er mag rechtmatig staatssteun gegeven worden aan de productie van duurzame elektriciteit via de algemene groepsvrijstellingsverordenin (AGVV). Dat kan dus niet onder de DAEB-regels! Stroomproducenten zitten namelijk op een concurrerende internationale markt en kunnen in bijna ieder huishouden leveren. Het feit dat er een transitie-opgave is in de maatschappij rechtvaardigt dan niet om zo maar de DAEB-regels toe te passen. Dan zou iedere emissie-reducerende maatregel bij elke fabriek ook onder de DAEB-regels vallen (want goed voor het milieu, dus goed voor het volk, dus een DAEB). De Europese Commissie en het Europese Hof van Justitie zijn hier vrij scherp in en er is al veel jurisprudentie opgebouwd over sectoren waar de DAEB-regels juist niet kunnen worden toegepast. Zo valt de agrarische sector bijvoorbeeld nadrukkelijk niet onder de DAEB-regels. Want duurzaam produceren is wel goed voor de maatschappij, maar de ruime verkrijgbaarheid van deze producten in de winkel voor consumenten geeft onvoldoende grond om productiesteun aan boeren onder de DAEB-regels te rechtvaardigen (aldus het EU Hof van Justitie). En daar kan je dus ook een aardige parallel trekken met duurzame stroom. Goed dat het geproduceerd wordt en er zijn staatssteun regels onder de AGVV om staatssteun voor productie te rechtvaardigen, maar je kan het niet achter het luik van de DAEB-regels “verstoppen”. Dat levert dan namelijk een manifeste fout op binnen de DAEB-regels, de Commissie mag dat afwijzen en dan moeten alsnog de reguliere staatssteun regels worden toegepast.
Als gemeenten nu op basis van dit essay op het verkeerde been worden gezet, staat de rechtmatigheid van lokale maatregelen onder druk. En dat schaadt dan weer de broodnodige transitie-ontwikkeling. Dat kan niet de bedoeling zijn! Kort samengevat zou ik het advies uit dit essay nog eens goed heroverwegen.

Afbeelding