of 59054 LinkedIn

Duurzame inkoop: steden op 1

Kleine gemeenten blijven achter; zij missen de expertise om aandacht te geven aan duurzaam inkopen. Dat blijkt uit onderzoek dat is uitgevoerd door Telos (maker van de Nationale Monitor Duurzame Gemeenten), Tilburg University, en VNG International, in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

De grote steden en grote centrumgemeenten zijn het meest ambitieus als het gaat om duurzaam inkopen. Grote gemeenten zijn ook beter dan de kleinere in staat interne regie te voeren op het meenemen van duurzame criteria bij inkoop- en aanbestedingsbeslissingen.

Meer inkoopkracht

Dat blijkt uit onderzoek dat is uitgevoerd door Telos (maker van de Nationale Monitor Duurzame Gemeenten), Tilburg University, en VNG International, in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. De grote gemeenten hebben niet alleen meer ambitie, ze beschikken ook over grotere inkoopkracht - waarmee zij innovaties in de markt kunnen teweegbrengen - en zijn beter in staat om intern regie over hun budgethouders te voeren en zo beter hun eigen duurzaamheidsagenda te realiseren, stellen de onderzoekers.

 

Verschillen in uitvoering

Sinds 1 januari 2015 zijn gemeenten verplicht om 100 procent duurzaam in te kopen, maar nog niet alle gemeenten voldoen daaraan. Het ministerie liet daarom onderzoek verrichten naar hoe het staat met de duurzame ambities van gemeenten. Volgens onderzoeksleider Bastiaan Zoeteman van Telos en bijzonder hoogleraar aan Tilburg University vinden alle gemeenten duurzaam inkopen belangrijk, maar verschillen ze behoorlijk in de uitvoering van hun ambities.

 

Miljarden te besteden

‘Hoe groter de gemeente, hoe meer men er feitelijk mee bezig is. De allergrootste gemeenten proberen echt te innoveren en verder te gaan dan de standaardeisen. Die eisen zijn naar hun mening niet scherp genoeg of niet meer actueel, want duurzame technieken veranderen snel; dat geldt voor zonnepanelen, maar ook voor kopieerapparaten en straatmeubilair.’ Grote gemeenten hebben miljarden te besteden en kunnen eisen stellen aan leveranciers, zegt Zoeteman. Op die manier stimuleren zij innovatie.

 

Standaardeisen

Bij middelgrote gemeenten ligt het anders, legt Zoeteman uit. ‘Die passen vooral de standaardeisen toe en verwijzen bij hun aanbestedingen naar de vastgestelde criteria van PIANOo (het expertisecentrum aanbesteden, red.).’

 

Te weinig experts

Minst ver zijn de kleine gemeenten, met een inwonertal onder 50.000. Zoeteman: ‘Duurzaam inkopen; ze weten ervan, maar komen er niet toe om het ook daadwerkelijk te doen. Ze hebben te weinig experts die daarop kunnen letten, daar zou je in kunnen faciliteren.’ Sommige kleine gemeenten hebben afspraken over gezamenlijke inkoop, maar volgens Zoeteman zijn die meer bedoeld om kosten terug te brengen dan om duurzaam in te kopen.

 

Keurmerken up-to-date

Het onderzoek noemt diverse aandachtspunten. Zo moet er meer aandacht zijn voor scholing en kennisuitwisseling voor budgethouders en andere medewerkers die zich bezig houden met duurzaam inkopen. Ook informatie over keurmerken en leveranciers moet up-to-date worden gehouden.

 

Tegenstrijdige instructies

Een ander punt is de interne instructie over inkopen. Voor budgethouders – bijna 10.000 bij de Nederlandse gemeenten - luidt die vaak: koop in op laagste prijs, terwijl de in veel gemeenten geïntroduceerde duurzaamheidsadviseur juist hamert op duurzaam inkopen. Het komt nogal eens voor dat er geen regie wordt gevoerd op de afstemming van die twee, aldus het onderzoek,  “Het gevolg is dat de doorgaans op prijs sturende budgethouders een dominante rol vervullen.” Volgens Zoeteman ligt daar ook een rol voor bestuurders. ‘Zij zeggen “we moeten bezuinigen”, maar ook “we moeten duurzaam inkopen”. Omdat duurzame investeringen vaak in eerste aanleg duurder zijn en zich pas op termijn terugverdienen, kiezen veel budgethouders voor de goedkopere, niet-duurzame variant.’

 

Interessante oplossingen

De G4 hebben hiervoor interessante oplossingen bedacht, zegt Zoeteman. Zo heeft Den Haag de regie voor alle grote aankopen bij één directeur gelegd. Die kan zo de investering en de exploitatie van een aankoop met elkaar in verband brengen. Amsterdam koos een andere aanpak. Daar heeft elke budgethouder nu ook een eigen doelstelling CO2 te beperken. ‘Die moet aan het eind van het jaar laten zien hoeveel CO-2-reductie hij voor de gemeente heeft verdiend. Dat geeft natuurlijk een goede impuls.’

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.