of 59045 LinkedIn

Noord-Brabant brengt triple helix op hoger plan

Noord-Brabant brengt triple helix op hoger plan. De provincie gaat sterker vanuit inhoud en overlappende ambities samenwerken met streeknetwerken
Reageer

De provincie Noord-Brabant gaat sterker vanuit inhoud en overlappende ambities samenwerken met streeknetwerken. Dat is de volgende stap die de provincie zet in het programma Gebiedsgericht Werken. Niet top-down, ook niet bottom-up, maar als gelijkwaardige partners van ondernemers, gemeenten, maatschappelijke organisaties en onderwijsinstellingen. Op grond van een tussentijdse evaluatie van het programma heeft Twynstra Gudde aanbevelingen gedaan om de samenwerking met streeknetwerken op een hoger plan te brengen.

Huis van Thorbecke

Op steeds meer terreinen werken overheid, ondernemers en onderwijsinstellingen (de triple helix) in samenwerking aan provinciale opgaven. De overheid kan het niet alleen, maatschappelijke partners zijn nodig, staat in alle beleidsnota’s te lezen. Maar hoe zijn zeggenschap en verantwoordelijkheid belegd? “Netwerkend werken past niet in het Huis van Thorbecke,” zegt Joep van de Ven (programmamanager Gebiedsgericht Werken bij de provincie Noord-Brabant). Hiermee verwoordt hij in één zin de spagaat waarin het openbaar bestuur zich in ons land bevindt.

 

Vier O’s

De provincie Noord-Brabant heeft het programma Gebiedsgericht Werken geïnitieerd. Binnen dit programma werkt de provincie samen met tien streeknetwerken. Deze zijn in zekere zin een opvolger van de oude reconstructiecommissies, met dat verschil dat de partners binnen de streeknetwerken bottom-up werken aan de opgaven in de streek. Ook de samenstelling van de netwerken komt van onderaf tot stand: gemeentelijke overheden, onderwijs, ondernemers (de triple helix) en de vierde O: maatschappelijke organisaties. De Brabantse streeknetwerken zijn niet voor de eeuwigheid vastgelegd. Als de opgave verandert, verandert ook het netwerk. Het is maar net wat er in een bepaald gebied aan de orde is.

 

Voorwaarden

Van de Ven: “We hebben bij de start van het programma slechts twee voorwaarden aan de netwerken meegegeven. De eerste is waardencreatie door samenwerking. De tweede is het opheffen van de scheiding tussen stad en land.” Netwerken die dat in de praktijk brengen, zijn door de provincie in de benen geholpen met een budget en personele capaciteit. Na twee jaar, dat was bij de start van het programma een voorgenomen actie, is de samenwerking tussentijds geëvalueerd. Lukt het om inderdaad meer integraliteit te bereiken? Minder van bovenaf gestuurd? En is de rol van de maatschappelijke partners zichtbaar? Twynstra Gudde heeft de evaluatie uitgevoerd, onder meer door de partners in meer dan vijftig interviews en een aantal groepssessies aan het woord te laten.

 

Scepsis

De provincie was met overtuiging met het programma begonnen, maar er rezen ook twijfels over het functioneren van de netwerken, erkent Van de Ven: “Er was scepsis. Die kwam doordat lang niet alles wat in de netwerken gebeurt, op het provinciehuis goed zichtbaar is. De streeknetwerken zijn met hun gebied bezig en zijn niet altijd even goed in beeld bij de sectoraal georganiseerde provinciale programma’s. Dat is dan vaak wat diffuus. Er gebeurt veel, maar vaak buiten het zicht van de portefeuillehouders. Daar zit spanning in.” Robert Boom (adviseur en interim-manager van Twynstra Gudde) heeft geconstateerd dat die scepsis niet terecht is: “De provincie krijgt juist veel lof voor haar initiatief. Het heeft veel energie losgemaakt bij burgers, maatschappelijke organisaties en ondernemers. Veel partners zien de potenties van streeknetwerken  als hét gremium om opgaven op het grensvlak van stad en platteland samen aan te pakken.”

 

Reflexen

Van de Ven legt uit dat iedereen het erover eens is, dat de overheid niet in haar eentje de provinciale opgaven kan uitvoeren. Ieder bestuursakkoord staat bol van termen als co-creatie en triple helix, maar zodra het er echt op aan komt, heeft de overheid de neiging in oude reflexen te schieten: “In hoeverre is de overheid nog van A tot Z ter verantwoording te roepen? Bestuurders moeten er ook aan wennen dat zij niet steeds degene zijn die de lintjes doorknippen.” Er wordt frictie ervaren tussen representatieve en directe democratie. De tussenevaluatie van Twynstra Gudde laat zien dat de samenwerking op die punten soms deuken heeft opgelopen. Waar de provincie zich niet committeert aan het proces dat zich buiten de statenzaal afspeelt en de provincie uiteindelijk toch beslist wat haar goeddunkt, dreigen partners af te haken. Wat vanuit samenwerking wenselijk is, is vanuit rechtmatigheid niet altijd waar te maken. Ook dat levert spanning op.

 

Zelfvertrouwen

De tussenevaluatie van Twynstra Gudde heeft de scepsis weggenomen en het zelfvertrouwen van de provincie versterkt. Van de Ven: “Een belangrijk leerpunt is, dat de streeknetwerken van de provincie verlangen dat we ook zelf een agenda voeren. Wij waren bang voor het oude regenteske, maar de streeknetwerken zeggen nu: ‘denk ook zelf mee’. We waren bang om te dominant te zijn, maar dat is niet aan de orde. Integendeel. De netwerken vragen nu juist dat de provincie ook een inhoudelijke inbreng levert.” Kortom: zuiver top-down, noch zuiver bottom-up leidt tot bevredigende resultaten. De succesvolle praktijk ligt in het midden. Een gezamenlijke stip op de horizon is voorwaarde voor succes. Van de Ven: “Voortaan gaan we meer agenda voeren en vanuit de inhoud samenwerken. Als de opgave van een streeknetwerk niet raakt aan de provinciale opgave, zeggen we niet ‘dan mag het niet’, dan zeggen we ‘we doen niet mee’. Daar waar de opgave overlapt met de provinciale opgave, doen we wel mee. En dan doen we dat ook als gelijkwaardige partner. Doordat we elkaar binden aan een gemeenschappelijk opgave, wordt het werk van de streeknetwerken ook concreter en meer zichtbaar.”

 

Leerproces

De samenwerking met en binnen streeknetwerken is een leerproces, blijkt uit de tussenevaluatie. Het was voor de provincie verrassend  hoeveel er binnen de streeknetwerken gebeurde: meer integratie van economie, ecologie en leefbaarheid, meer participatie en betrokkenheid van ondernemers en burgers. Tegelijk zijn er ook verbeterpunten aan het licht gekomen. Twynstra Gudde adviseert de provincie om partners de kans en de tijd te geven die punten te realiseren en uit te groeien tot lerende adaptieve netwerken gericht op het creëren van waarde voor alle partners. De vierjarige periode van een provinciaal bestuur kan daarvoor wel eens te kort zijn. Iedereen wil in Nederland graag in co-creatie uitvoering geven aan beleid. De praktijk laat zien dat we daarvoor nog veel moeten leren.

 

Aanbevelingen

  • Word als provincie een gelijkwaardige partner en breng dus ook eigen belangen in.
  • Vraag om integratie, maar stel daar zelf ook een integrale belangenvertegenwoordiging tegenover. Eén mond, één mandaat.
  • Maak PS onderdeel van het proces door over de voortgang te communiceren.
  • Draag bij aan adaptieve netwerkvorming. Netwerken moeten zich kunnen aanpassen aan de opgave.
  • Kies een middenweg tussen top-down en bottom-up. Geef richting én ruimte. Wees duidelijk over de gewenste richting én biedt ruimte voor oplossingsvarianten.
  • Geef netwerken de tijd om te leren en zich te ontwikkelen.
Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

Afbeelding

Ruimte, Wonen & Economie BV

Mw. Drs. I. (ilta) van der Mast, Partner

ima@tg.nl

Michiel Cappendijk, Adviseur

mcp@tg.nl

Stationsplein 1
Postbus 907
3800 AX Amersfoort
+31 (0) 6 53 210 998
+31 (0) 33 467 7230

www.twynstragudde.nl


Meer nieuws

Bloggers