of 59045 LinkedIn

Het geheim van de tweede wederopbouw

Het geheim van de tweede wederopbouw. Twaalf professionals van gemeenten, marktpartijen, corporaties en kennisinstellingen onthullen het geheim van de toekomstige woningbouw in Nederland
1 reactie

Tot 2040 is er in Nederland behoefte aan één miljoen nieuwe woningen. Gelijk aan de naoorlogse wederopbouw. Hoe kunnen die woningen worden gebouwd? Waar en door wie? Hoe ziet het nieuwe wonen eruit? Twaalf professionals van gemeenten, marktpartijen, corporaties en kennisinstellingen onthullen het geheim van de toekomstige woningbouw in Nederland.

Eén miljoen nieuwe woningen is gelijk aan de productie van de naoorlogse wederopbouw. De omvang is gelijk, maar de aard van de opgave is volledig anders. In plaats van een sterk sturende rijksoverheid met een Nationaal Plan ligt het primaat nu bij lokale en particulieren partijen. In plaats van functiescheiding willen we functiemenging. In plaats van kwantiteit bepalen kwaliteit en differentiatie het succes. Op 11 juli 2016 ontving Twynstra Gudde twaalf woningbouwprofessionals[1] die in een rondetafelgesprek van gedachten wisselden over dominante trends en de consequenties voor de woningbouwopgave. Op minstens vijf punten kleurt het woonpalet anders dan we in Nederland gewend zijn.

 

1.       De stad in de regio

Acht van de tien woningzoekenden prefereert een woning in de stad. Een verdichtingsslag is oké, maar 800.000 nieuwe stadswoningen is teveel van het goede. Hergebruik van bestaande leegstaande gebouwen zal in een klein deel van de behoefte kunnen voorzien. De stad moet bovendien niet alleen voor high potentials uitkomst bieden. Eén kenniswerker genereert gemiddeld 5,4 fte aan laaggeschoolde arbeid. De stad heeft de regio keihard nodig. De ring van wat we rekenen tot stedelijk wonen, moet oprekken naar stedelijke regio’s. Een vitale stad houdt segregatie binnen de perken en biedt gemengde stedelijke woonmilieus op een regionaal schaalniveau.

 

2.       Kansen in krimpregio’s

Krimpregio’s zijn er altijd geweest en zullen er altijd blijven. En vergeleken met de krimpregio’s in Spanje zijn de onze peanuts. Het lijkt slimmer om te investeren in gebieden waar het goed gaat dan in gebieden waar het niet goed gaat. Maar de ene krimpregio is de andere niet. De regio rond Maastricht krimpt ook. Ook de grote steden hebben gebieden met krimp zoals Pendrecht en Pernis. Zeeland en Limburg zetten met succes in op toerisme. In Noord-Groningen lijkt dat niet te werken. Oplossingen à la Blauwe Stad ontberen succes. Voor de voedselproductie en recreatie van stedelingen zijn de krimpregio’s broodnodig. Maar misschien hebben we de krimpregio’s toch nodig om een deel van die één miljoen woningen te realiseren.

 

3.       Tussen top-down en bottom-up

Steeds meer mensen staan op en bouwen hun eigen huis. Alleen of in collectief verband. Anderen vinden dat teveel gedoe en kopen wat een ontwikkelaar in de aanbieding heeft. De overgrote middengroep wil een vorm van zeggenschap. De panelen schuiven, maar één trend overheerst: de consument staat centraal en wordt steeds meer producent. De vraag is: wie wordt de regisseur? Gemeenten hebben een taak om te zorgen dat de consument niet altijd achteraan in de rij moet aansluiten. Ontwikkelaars doen er goed aan om eerst met bewoners zaken te doen en daarna pas met de gemeente.

 

4.       Tijd voor collectieve verantwoordelijkheid

De tijd van nieuwe collectiviteit breekt aan. Consumenten slaan de handen ineen en regelen gezamenlijk hun energieproductie, mobiliteit en zorg. Waarom niet wijkbeheer en buurtveiligheid? Collectieve verantwoordelijkheid doet denken aan CPO-projecten. Gelijkgestemden zoeken elkaar op  en regelen in een VvE-achtige constructie het buurtbeheer in samenwerking met ontwikkelaars, woningcorporaties en mogelijk ook nieuwe partijen. Als de gemeente dat tenminste toestaat. De tijd is er rijp voor.

 

5.       Niet meer in vakjes denken

Niet het Rijk draait aan de knoppen van de woningproductie; het is aan gemeenten om een woonvisie te ontwikkelen. Wat voor stad wil je zijn? Daarbinnen moet de gemeente de tripartite samenwerking tussen corporaties, marktpartijen en consumenten faciliteren. Maar mogen corporaties aan de knoppen zitten? En kunnen woonconsumenten dat? Als de wetgever en de gemeente genoeg ruimte bieden, zijn er allerlei oplossingen. Wat de beste is, hangt af van lokale omstandigheden en de kracht van initiatiefnemers. Het vakjes-denken van vroeger is niet meer productief.

 

Beweegt er iets? Een publiek geheim

Aan alle kanten neemt de roep om vernieuwing in het woondomein toe. Veel initiatieven worden nu nog gesmoord in te starre regelgeving, een traditionele bouwsector, onwennige gemeenten en systeemdenken. Woonconsumenten nemen dat nu nog voor lief. Maar een omslag kan niet uitblijven. Dat is een publiek geheim.

 

‘Publiek Geheim Nieuw Wonen’ is een boek; een koffietafelboek met analyses, essays, interviews en beelden. Een boek om te lezen, te kijken, om over te discussiëren, over na te denken en ter inspiratie. Publiek Geheim Nieuw Wonen onderzoekt, beschrijft en visualiseert de consequenties van de maatschappelijke veranderingen op het wonen in 2040.

‘Publiek Geheim Nieuw Wonen’ wordt gemaakt door Theo van Oeffelt, Anneke Maessen, Chris Jagtman en Jef Reintjens en krijgt vorm in bijeenkomsten, een online platform en een magazine. Het kernteam wordt gevoed door (kennis)partners uit het werkveld, onder wie SVn, BPD, Amvest, Era Contour en Twynstra Gudde. Met andere partners wordt nog gesproken. De ronde tafel met de kennispartners is georganiseerd door Twynstra Gudde. Het boek verschijnt half november en is dan te bestellen op www.PubliekGeheim.nu.



[1] Deelnemers waren Paul van Errens Weezel (SVn), Jessie Wagenaar (BPD), Bianca Seekles (Era Contour), Arjan Schakenbos (Vestia), Jaap Modder (Stichting Hoogbouw), Gert-Jan Hagen (Spring & Co), Hamit Karakus (Platform31), Jeroen Heijdra (Era Contour/WoonLab), Damo Holt (Rebel Group), Tjeerd Herrema (Gemeente Almere), Jos Gadet (DRO, gemeente Amsterdam) en Lonneke Zuijdwijk (Woonstad). Initiatiefnemer, gastvrouw en gespreksleider was Ilta van der Mast (Twynstra Gudde).

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Gerard Maassen (voorzitter) op
Ik ben over ongeveer één jaar heel benieuwd naar de uitkomsten van alle denkkracht van betrokkenen en de concrete stappen die stakeholders dan aan het zetten zijn. De naoorlogse periode komt niet terug, want de opgave waar we nu voor staan, staat binnen een veel breder perspectief en binnen een veel dynamischer tijdsgewricht.

Adjiedj Bakas en Shah Sheikkariem zien in tegenstelling tot de opvattingen van velen juist een mooie toekomst van het platteland voor ons liggen.
Traditionele (financiële) partijen kiezen echter alleen voor de in trek zijnde grotere steden.

Hoe kijkt 'Publiek Geheim Nieuw Wonen' hier tegen aan?

Contactgegevens

Afbeelding

Ruimte, Wonen & Economie BV

Mw. Drs. I. (ilta) van der Mast, Partner

ima@tg.nl

Michiel Cappendijk, Adviseur

mcp@tg.nl

Stationsplein 1
Postbus 907
3800 AX Amersfoort
+31 (0) 6 53 210 998
+31 (0) 33 467 7230

www.twynstragudde.nl


Meer nieuws

Bloggers