of 59045 LinkedIn

Berlijn laat zien dat autodelen de toekomst is

Autodelen, veel verder dan carpoolen ben ik nooit gekomen. Het lijkt me ook helemaal niet handig om afhankelijk te zijn van anderen. Staat die auto er bijvoorbeeld wel als ik hem nodig heb? Toch bieden deelauto’s veel kansen voor gebruikers en de openbare ruimte. Bovendien wordt elektrisch rijden zo toegankelijk voor een veel grotere doelgroep. Reden voor ons als Over Morgen EV-team om naar Berlijn af te reizen, de deelmobiliteithoofdstad van Europa.

We zijn onze trip begonnen met het testen van het concept ride-sharing. Met twee Tesla’s zijn we naar Berlijn gereden. Dit kostte ons ongeveer een uur aan oplaadtijd bij de Tesla Superchargers, maar deze tijd hebben we benut om een overheerlijke Duitse schnitzel te nuttigen. Eenmaal in Berlijn probeerden we de auto te parkeren. Dit bleek lastig, want waar zijn alle openbare parkeerplaatsen?

 

In Berlijn hebben we ons vervolgens te voet en met de S-bahn verplaatst. Wat direct opviel is dat bij elk station de deelauto’s en -fietsen van verschillende aanbieders te vinden zijn. Deelmobiliteit is voor Berliners hartstikke normaal, zeker om de laatste kilometers af te leggen. Bij mooi weer pak je de e-bike, bij regen de auto. En voor wie het goedkoper wil, ook je deelauto kun je delen met anderen. CleverShuttle is de pas gelanceerde app hiervoor.

 

img_20161029_114814Anders dan in Nederland
De door ons bezochte EUREF-campus en E-hub Südkreuz maken slim gebruik van elektrische auto’s als energiebuffer. In een smart grid worden de auto’s en lokale accu’s geladen met lokaal opgewekte zonne- en windenergie. Wanneer er meer vraag dan aanbod is, worden de accu’s weer ontladen. Het gebruikspatroon van deelauto’s is hier uitermate geschikte voor. Als er immers drie auto’s staan te wachten op hun volgende gebruiker, kunnen twee daarvan prima als buffer dienen. Zolang de derde maar vol staat voor wie die nodig heeft.

 

De meeste van deze mobiliteitsdeelsystemen zijn free-floating, wat inhoudt dat je op punt X een auto of fiets pakt en deze op een locatie naar keuze weer achterlaat. Tijdens ons bezoek aan de Nederlandse laadpaalexploitant Allego werd ons duidelijk dat dit een heel ander laadnetwerk oplevert dan wij in Nederland gewend zijn. Waar in Nederland voornamelijk voor de autobezitter laadpalen worden geplaatst, worden ze in Berlijn geplaatst om deelmobiliteit te faciliteren. Uiteindelijk gaat het nog steeds om laadpalen in de openbare ruimte en het verplaatsen van mensen. Daardoor bleken de landen en de uitdagingen die je tegenkomt vergelijkbaar. Onze ervaring met data bleek ook voor deelmobiliteit interessant.

 

Keuzestressimg-20161031-wa0000
Met zes grote auto- en fietsdeelaanbieders en een goed OV-netwerk heb je een volwaardig alternatief om je te verplaatsen. In twee dagen tijd is mijn mening dan ook 180 graden gedraaid: Een eigen auto en fiets zijn absoluut overbodig. Het kost minder voor de gebruiker, leidt tot minder autokilometers en minder blik op straat. Daarnaast is het zeer bruikbaar als nieuw energiesysteem. Het voorbeeld Berlijn laat zien dat je je niet meer druk hoeft te maken over beschikbaarheid of het plannen van ritten. Dan moet je je druk maken over welke auto je vandaag wilt: wordt het een BMW, Peugeot of Smart?

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Jochem Floor (CIO) op
Het klopt dat autodelen (bij aanbod van 24/7 beschikbare voertuigen) een meerwaarde heeft voor mobiliteit. Deze alternatieve vervoersmodaliteit voert tot minder eigen autobezit. Dit werkt beter naarmate de overige alternatieven (OV, fiets, etc) ruimer voorhanden zijn. Het autodelen voert ook tot vermindering van het autogebruik, zo blijkt uit onderzoek. Over vrijwel de gehele linie biedt het autodelen goede mogelijkheiden voor bewuster gebruik van mobiliteit en voor reductie van het ruimtebeslag die de maatschappelijke mobiliteitsbehoefte legt.

In bestuurlijk Nederland wordt dan al snel de link wordt gelegd met de wens van elektrische aandrijving. Deze komt voort uit het (legitieme, maar onrealistische) wensdenken om de maatschappij heel snel over te laten stappen naar volledig elektrisch rijden. Daaruit volgt het maken van de denkfout dat autodelen maar het beste ook kan beginnen met elektrisch rijden. Dat is pertinent niet juist. Diverse toepassingen daarvan zijn gefaald en gestaakt. In de literatuur worden ook al verscheidene indicaties gevonden voor het tegendeel: elektrisch rijden wordt juist krachtig ondersteund door beschikbaarheid van flexibele conventionele deelauto's als flankerend element.

Waar de auto van de toekomst elektrisch aangedreven zal zijn, is dit voor de auto van heden nog zeker niet het geval. De overgrote meerderheid van auto's die vandaag, morgen en ook over drie jaar bij de fabrieken van de bond rollen, zijn conventioneel aangedreven of op zijn best hybride. Deze auto's gaan gemiddeld tot ca. 2035 mee. Ongeacht het stimuleren van elektrisch rijden, moet het beleid nog zeker zo'n 20 jaar mede worden gericht op het optimaal gebruik van deze voertuigen, c.q. op de actieve en versnelde uitfasering daarvan (kapitaalvernietiging).

Het inzetten op een (elektrische) aandrijfvorm voor de deelauto staat eraan in de weg een snelle ontwikkeling van autodelen als massaproduct te verwezenlijken en daarmee op grotere schaal mobiliteitsdoelen te halen. De conventioneel aangedreven categorie Euro6 personenauto scoort vele malen beter op kosten, op rijbereik (600+ KM), flexbiliteit en bovenal operationele betrouwbaarheid dan welke elektrische auto ook. Ter vergelijking, de aanschafprijs van een instapmodel conventionele personenauto bedraagt ongeveer de helft van een vervangend accu pakket voor de doorsnee elektrische auto. De mooie rijbereikwaarden van diverse fabrikanten van elektrische voertuigen moeten bovendien met eenzelfde korrel zout worden genomen als de voorheen geflatteerde uitstootwaarden van sommige conventionele autofabrikanten. Dit geldt te meer op het niveau van de instapmodellen. Bovenal vereist de elektrische auto substantiële aanpassingen in het gedrag van de gebruiker, zowel in het rijden zelf, als in voorbereiding daarvan.

Op al deze aspecten zullen ook de aankomende twee, drie generaties elektrisch aangedreven voertuigen conventionele voertuigen nog niet overtreffen. Nog geruime tijd zal de status quo als uitgangspunt gelden voor meest effectieve aanpak van mobiliteitsvraagstukken op korte en middellange termijn.

Contactgegevens

AfbeeldingOver Morgen

Argonstraat 28

6718 WT Ede

+31 (0) 318 624299

overmorgen.nl

Meer nieuws

Wilt u eens in gesprek met Over Morgen?
Neemt u gerust contact met ons op.

Whitepapers

Bloggers