of 59232 LinkedIn

Terugkomen op aanvankelijke bereidheid tot verlening omgevingsvergunning

Reageer

Afbeeldingmr. B. Veldman (Brigitte)

 

ABRS 5 maart 2014,ECLI:NL:RVS:2014:775

Vooraf
De Afdeling bevestigt in deze uitspraak dat een bestuursorgaan kan terugkomen op zijn aanvankelijke bereidheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning. Indien bij de aanvrager het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de omgevingsvergunningsvergunning zonder meer zal worden verleend, rust op het bestuursorgaan wel een zwaardere motiveringsplicht ten aanzien van de weigering. Voorts zal het bestuursorgaan een belangenafweging moeten maken en bezien of deze afweging tot enige compensatie noopt.

De casus
Appellant had een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning ten behoeve van de bouw van een woning op zijn perceel. Vast stond dat het bouwplan strijdig was met het ter plaatse vigerende bestemmingsplan. Het college van Burgemeester en Wethouders van (thans) de gemeente Alphen aan de Rijn (hierna: het College) had evenwel geweigerd om van het bestemmingsplan af te wijken, omdat het bouwplan volgens het College in strijd was met een goede ruimtelijke ordening. Appellant betoogt in hoger beroep dat het College de vergunning niet in redelijkheid heeft mogen weigeren en dat met betrekking tot die weigering een zwaardere motiveringsplicht op het College rust. Volgens appellant heeft het College bij hem het vertrouwen gewekt dat het zou meewerken aan het bouwplan. Hij beroept zich daartoe op een brief van het College van 6 februari 2009, waarin alleen een voorbehoud is gemaakt ten aanzien van enkele milieuaspecten, maar niet ten aanzien van planologische aspecten.
 
Terugkomen op eerdere bereidheid tot medewerking is mogelijk
Onder verwijzing naar zijn eerdere uitspraak (van 13 juni 2012 in zaak nr. 201101621/1/A4), overweegt de Afdeling dat aan het College niet de bevoegdheid kan worden ontzegd bij het volgen van een vrijstellingsprocedure terug te komen van zijn aanvankelijke bereidheid om met toepassing van artikel 19 Wro medewerking te verlenen aan de realisering van een bouwplan. Wel zal het College bij het alsnog weigeren vrijstelling te verlenen deugdelijk moeten motiveren waarom het van inzicht is veranderd en bij die afweging mede het bij de aanvrager gewekte vertrouwen door de aanvankelijk uitgesproken bereidheid dienen te betrekken. Daarbij zal het College de gevolgen van dit gewekte vertrouwen moeten afwegen tegen de door de weigering gediende belangen en onder ogen moeten zien of die afweging tot enige compensatie noopt. Aldus is de onder artikel 19 Wro gewezen jurisprudentie tevens van toepassing op besluiten als het onderhavige, waarin het College (met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, sub 3 van de Wabo) op een aanvraag om een omgevingsvergunning besluit.
 
Wanneer is sprake van gerechtvaardigd vertrouwen?
Voor het bestaan van gerechtvaardigd vertrouwen is volgens de Afdeling niet voldoende dat uit uitlatingen van het bevoegd gezag enkel een in beginsel positieve houding over het voorgenomen project blijkt. De definitieve beslissing over de verlening van de omgevingsvergunning vindt namelijk pas plaats bij het besluit op de aanvraag. Deze beslissing kan afhankelijk van alle in de verdere loop van de procedure naar voren gekomen feiten en belangen – ook de mogelijke belangen van derden – anders uitvallen dan het bevoegde gezag in eerste instantie heeft ingeschat, aldus de Afdeling. Er moet dan ook sprake zijn van gerechtvaardigd vertrouwen dat de omgevingsvergunning zonder meer zal worden verleend.
 
De Afdeling is van oordeel dat een dergelijk gerechtvaardigd vertrouwen in de onderhavige zaak niet aan de orde is. In de brief van 6 februari 2009 – waarop appellant zich beroept – is weliswaar een positieve houding van het College te lezen over het bouwplan, maar daaruit blijkt niet dat zonder meer een omgevingsvergunning zal worden verleend. Het ontbreken van een expliciet voorbehoud ten aanzien van de planologische aspecten kan volgens de Afdeling niet worden opgevat als een toezegging van het College dat het ten behoeve van bouwplan zonder meer een omgevingsvergunning zal verlenen. De definitieve beslissing over de verlening van de omgevingsvergunning vindt pas plaats bij het besluit op de aanvraag. Hier komt bij dat een verklaring van geen bedenkingen nodig is van de raad, aldus de Afdeling. Aldus rust op het College geen zwaardere motiveringsplicht met betrekking tot de weigering een omgevingsvergunning te verlenen.
Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

Nysingh advocaten-notarissenAfbeelding

Afbeelding

mr. P.L.G. Haccou (Patrick)

T 026 357 57 35

www.nysingh.nl

Meer nieuws

Afbeelding

Op de hoogte blijven? Volg Nysingh

Afbeelding Afbeelding Afbeelding

Afbeelding