of 59108 LinkedIn

Ruimte voor bevoegdhedenovereenkomst of onaanvaardbare doorkruising?

Reageer

Afbeeldingmr. R.D. Lubach (Rense)

 

Op 24 maart 2017 (ECLI:NL:HR:2017:483) zette de Hoge Raad op een rij welke speelruimte een overheid heeft om over de uitoefening van de haar toekomende bevoegdheden met een bedrijf of een burger een overeenkomst aan te gaan (een bevoegdhedenovereenkomst). Deze speelruimte is groter dan de enkele maatregel waarop de bevoegdheidsuitoefening ziet en wordt bepaald door de wet en de daarin neergelegde beleids- en beoordelingsvrijheid die de overheid toekomt bij het uitoefenen van de bevoegdheid.

De Ruimte voor Ruimte (RvR)-regeling

Wat was de aanleiding voor de uitspraak van de Hoge Raad? Ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van gebieden met intensieve veehouderij stimuleert de overheid sinds 2000 de sloop van agrarische bedrijfsgebouwen in die gebieden, door in ruil voor sloop extra woningbouw toe te staan. Voor de provincie Noord-Brabant is deze zogenoemde Ruimte voor Ruimte (RvR)-regeling uitgewerkt in het Streekplan. Per bouwkavel diende te worden aangetoond dat ten minste 1000 m2 agrarische bedrijfsbebouwing was gesloopt en dat deze was herbestemd met milieuwinst tot gevolg.

 

Bevoegdhedenovereenkomst

Een consortium van bouwers, BMV, wilde in de gemeente Bladel een woningbouwproject realiseren en sloot daartoe met de gemeente een overeenkomst. In ruil het tot stand brengen van een bestemmingsplan voor het project door de gemeente, verplichtte BMV zich tot het naleven van de voorwaarden van de RvR-regeling. Het betrof dus een bevoegdhedenovereenkomst: een overeenkomst waarin een bestuursorgaan, of het overheidslichaam waartoe dat orgaan behoort, zich bindt met betrekking tot de uitoefening van de hem toekomende publiekrechtelijke bevoegdheden. Omdat BMV zich niet hield aan de voorwaarden uit de RvR-regeling, onder meer doordat niet kon worden aangetoond dat de milieuvergunningen  waren ingetrokken en dat de agrarische bedrijfsgebouwen daadwerkelijk waren gesloopt en herbestemd, startte de gemeente een procedure wegens wanprestatie en vorderde schadevergoeding.

 

Onaanvaardbare doorkruising of nietigheid wegens strijd met de wet?

BMW trachtte onder de door haar met de gemeente gesloten bevoegdhedenovereenkomst uit te komen, door te stellen dat deze de regelgeving inzake de ruimtelijke ordening onaanvaardbaar zou doorkruisen, dan wel dat de overeenkomst nietig zou wegens strijd met de wet (artikel 3:40 BW). Volgens BMW zouden in ruil voor realisering van een bestemmingsplan enkel voorwaarden mogen worden gesteld die op die planologische maatregel (het bestemmingsplan) zelf en niet op ruimtelijke ordeningsdoelstellingen elders in de gemeente of de provincie. Daarnaast zou sprake zijn van een onaanvaardbare doorkruising van het stelsel van kostenverhaal, zoals neergelegd in de Gemeentewet en de WRO (oud). Rechtbank en hof gingen niet in het betoog van BMV mee en wezen de vorderingen van de gemeente toe.

 

Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad stelt in zijn oordeel voorop dat een bevoegdhedenovereenkomst kan worden aangegaan indien en voor zover de wet waarop de bevoegdheidsuitoefening is gebaseerd daartoe de ruimte laat. Die ruimte is in beginsel aanwezig indien het bestuursorgaan beleids- of beoordelingsvrijheid toekomt. Anders dan BMW heeft betoogd, is het niet zo dat een gemeente bij de uitoefening van haar planologische bevoegdheden (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan) uitsluitend mag letten op de gemeentelijke planologische belangen of zelfs uitsluitende die belangen rond het plangebied. In het stelsel van de ruimtelijke ordeningsregelgeving ligt besloten dat een gemeente mede rekening dient te houden met rijks- en provinciaal beleid, zoals uitgewerkt in het streekplan. Een gemeente mag dus in het kader van de RvR-regeling als voorwaarden voor planologische medewerking stellen dat er stallen worden gesloopt en daarmee samenhangende milieurechten worden ingetrokken. Een gemeente kan deze voorwaarden ook bedingen in een bevoegdhedenovereenkomst. Ook van onaanvaardbare doorkruising van het stelsel van kostenverhaal was geen sprake, omdat BMW voor planologische medewerking van de gemeente niet had hoeven te betalen. Het ging ook niet om  kosten die de gemeente zelf zou hebben moeten maken als BMW zich niet aan de voorwaarden uit de RvR-regeling zou houden. Kortom, het cassatieberoep werd verworpen en de bevoegdhedenovereenkomst bleef in stand.

 

Meer informatie

Neem voor meer informatie over dit of andere onderwerpen op het terrein van het overheidsprivaatrecht contact op met mr. Rense Lubach, advocaat overheidsprivaatrecht en -aansprakelijkheidsrecht, E: rense.lubach@nysingh.nl | T: 026 357 57 15 | M: 06 51 65 91 59

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

Nysingh advocaten-notarissenAfbeelding

Afbeelding

mr. P.L.G. Haccou (Patrick)

T 026 357 57 35

www.nysingh.nl

Meer nieuws

 

Afbeelding

Op de hoogte blijven? Volg Nysingh

Afbeelding Afbeelding Afbeelding

Afbeelding