of 59054 LinkedIn

Hanteren beleidsregels bij verzoeken om nadeelcompensatie

Reageer

Afbeeldingmr. R.C.K. van Andel (Carola)

 

ABRvS 2 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3674

Deze uitspraak laat een mooi voorbeeld zien van het toepassen van beleidsregels bij het toekennen van nadeelcompensatie. Het enkele feit dat de verzoeker met een advies van een deskundige kan aantonen dat zijn daadwerkelijk geleden schade hoger is, betekent nog niet dat hem een hogere vergoeding moet worden toegekend.

Centraal stond een verzoek om schade, geleden door het oever- en kadeproject Greonterp-Westhem. Bij dit project zijn kaden opgehoogd en verbreed. Daarnaast is op een aantal plaatsen oeverbescherming toegepast. De appellant heeft vanwege deze werkzaamheden een deel van zijn landbouwgronden tijdelijk niet kunnen bezaaien en bemesten. Hiervoor heeft hij een verzoek om schadevergoeding ingediend bij het dagelijks bestuur van het Wetterskip Fryslân (hierna: het Wetterskip).

 

De appellant heeft deze schade laten berekenen door een deskundige en die concludeert dat de schade hoger is dan de schade die het Wetterskip bereid is te vergoeden conform de Schadevergoedingsregeling waterstaatswerken. De rechtbank heeft geoordeeld dat het beleid van het Wetterskip om van vaste vergoedingen uit te gaan niet onredelijk is en dat het Wetterskip in de door de appellant aangevoerde omstandigheden terecht geen aanleiding heeft gezien om van dit beleid af te wijken.

 

De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en overweegt daartoe het volgende. De door de appellant aangevoerde bijzondere omstandigheden, dat de werkzaamheden langer hebben geduurd dan aanvankelijk gedacht en dat de toegekende vergoeding zijn schade geenszins dekt, leiden niet tot het oordeel dat de schade, voor zover die boven de normbedragen uitstijgt, door het Wetterkip vergoed had moeten worden. De normbedragen zijn in samenspraak met brancheorganisatie LTO-Nederland tot stand gekomen en worden in de praktijk, ook door andere waterschappen, geacht een adequate tegemoetkoming te zijn bij het tijdelijk niet kunnen gebruiken van dergelijke gronden.

 

De omstandigheid dat de werkelijke schade van de appellant volgens verscheidene adviezen hoger zou zijn dan de vergoeding die het Wetterskip hem heeft toegekend, is op zichzelf geen grond om van die normbedragen af te wijken. Artikel 7.14 van de Waterwet strekt er immers niet toe geleden schade volledig te vergoeden. Dat de werkzaamheden langer hebben geduurd, vormt geen omstandigheid om van de normbedragen af te wijken, aangezien hierdoor de appellant ook over een langere periode een vergoeding heeft ontvangen. Weliswaar wordt hiermee tevens het bedrag aan schade dat appellant volgens het normale bedrijfsrisico zelf dient te dragen groter, maar de Afdeling ziet hierin niet een dusdanig bijzondere omstandigheid dat het Wetterskip aanleiding had moeten zien om van de normbedragen af te wijken. Tot slot acht de Afdeling van belang dat de schade van de appellant zich beperkt tot een relatief klein deel van zijn gronden, dat deze schade relatief beperkt van omvang is en dat dergelijke oever- en kadeprojecten gemiddeld slechts eens in de twintig jaar plaatsvinden.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

AfbeeldingNysingh advocaten-notarissen

 

mr. P.L.G. Haccou (Patrick)

T 026 357 57 35 

www.nysingh.nl

Contactgegevens

Nysingh advocaten-notarissenAfbeelding

Afbeelding

mr. P.L.G. Haccou (Patrick)

T 026 357 57 35

www.nysingh.nl

Meer nieuws

 

Afbeelding

Op de hoogte blijven? Volg Nysingh

Afbeelding Afbeelding Afbeelding

Afbeelding