of 59232 LinkedIn

Eigenaar-verhuurder recreatiewoning geen overtreder bij ontbreken gebruiksverbod

Reageer

Afbeeldingmr. M.R. Kruisselbrink (Matthias)

 

De Afdeling bestuursrecht van de Raad van State (Afdeling) heeft op 20 september 2017 een voor de praktijk interessante uitspraak gedaan over de vraag of de eigenaar-verhuurder van een recreatiewoning kan worden aangemerkt als overtreder indien de woning permanent wordt bewoond door de huurder. De uitspraak heeft betrekking op de situatie waarin een bestemmingsplan van kracht is dat nog is vastgesteld onder de Wet op de ruimtelijke ordening (WRO); AbRS 20 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2545

De casus is kort en goed als volgt

Het college van B&W van Ede heeft eigenaren van recreatiewoningen in Otterlo gelast om de permanente bewoning van die woningen te beëindigen en beëindigd te houden, op straffe van een verbeurte van een dwangsom. Zij verhuurden de woningen aan huurders die deze gebruikten voor permanente bewoning. Op basis van artikel 9 lid 5 van de planregels van het geldende bestemmingsplan (vastgesteld onder de WRO) was dat in strijd met de bestemming.

Een van de eigenaren (appellant) komt in beroep tegen de opgelegde last en voert aan dat hij niet als overtreder kan worden aangemerkt omdat het laten gebruiken van gronden voor permanente bewoning niet expliciet is verboden in op basis van de planregels.

 

De Afdeling volgt het betoog van de appellant en overweegt onder verwijzing naar haar eerdere rechtspraak dat het laten gebruiken van een pand ten behoeve van een met de aan de grond gegeven bestemming strijdig doel niet verboden is, zonder een daartoe strekkend verbod. Daarbij geldt volgens de Afdeling dat het algemeen gebruiksverbod met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken zoals dat is geformuleerd in artikel 2.1 lid 1 sub c, van de Wabo niet van toepassing is op een op basis van de WRO tot stand gekomen bestemmingsplan. Dat artikel verbiedt immers volgens de parlementaire geschiedenis bij de Wabo ook het laten gebruiken van gronden en bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan.

 

Met de onderhavige uitspraak verduidelijkt de Afdeling een eerdere uitspraak van 9 november 2011 (ECLI:NL:RVS:2011:BU3757). Daaruit leek mogelijk nog te volgen dat ook de eigenaar-verhuurder als overtreder kon worden aangemerkt hoewel het geldende bestemmingsplan was vastgesteld onder de WRO en het laten gebruiken niet expliciet was aangemerkt als strijdig gebruik. Het college beriep zich in deze kwestie ook op deze uitspraak, echter tevergeefs.

 

Voor de praktijk is dus van belang om in het kader van de bestrijding van permanente bewoning van recreatiewoningen te onderzoeken of in het bestemmingsplan zelf een gebruiksverbod is opgenomen voor (ook) het laten gebruiken van recreatiewoningen voor permanente bewoning. Indien een dergelijk verbod ontbreekt en het bestemmingsplan nog tot stand is gekomen onder de WRO, dan kan de eigenaar (als verhuurder) niet worden aangemerkt als overtreder van artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo.

 

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Matthias Kruisselbrink

E: matthias.kruisselbrink@nysingh.nl | M: 06 12 15 21 23

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

Nysingh advocaten-notarissenAfbeelding

Afbeelding

mr. P.L.G. Haccou (Patrick)

T 026 357 57 35

www.nysingh.nl

Meer nieuws

Afbeelding

Op de hoogte blijven? Volg Nysingh

Afbeelding Afbeelding Afbeelding

Afbeelding