of 59221 LinkedIn

Breekt het Hof traditie met betrekking tot de goeder trouw bij verkrijgende verjaring van registergoederen?

Reageer

Afbeelding

Afbeeldingmr. F.J. van Beek (Frank) en mr. J.M. Fluitsma (Jonne)

Het verjaringsrecht blijft de gemoederen in beweging brengen. Nadat de Hoge Raad eerder dit jaar een belangrijk hoofdstuk aan dit leerstuk toevoegde – zie het artikel ‘Verjaarde grond weer terug’ van 16 maart 2017 – heeft afgelopen week het Hof ‘s-Hertogenbosch (15 augustus 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:3624) een uitspraak gedaan die op het eerste gezicht af lijkt te wijken van de heersende leer met betrekking tot de ‘goeder trouw’ bij verkrijgende verjaring van registergoederen.

Achtergrond

(De moeder van) appellant heeft in 1989 een tweetal stroken grond verkocht en geleverd aan de gemeente. De gemeente heeft de grond vervolgens in bezit genomen door deze te gaan inrichten als wegverbreding, sloot en berm. Niet ter discussie staat dat de gemeente op dat moment eigenaar is (geworden) van de stroken grond.
Bij de daarop volgende ruilverkaveling in 1993 is het echter fout gegaan. Deze ruilverkaveling is namelijk gebaseerd op de situatie per 1988 en de Landinrichtingscommissie heeft een fout gemaakt door de levering aan de gemeente niet te verwerken. Zij heeft de stroken grond ten onrechte opgenomen, als waren deze nog van de moeder van appellant en deze vervolgens ten onrechte weer aan de moeder van appellant toebedeeld. Deze fout is niemand – in ieder geval niet de gemeente – opgevallen.

Door een meting van het Kadaster in 2004 wordt bij toeval ontdekt dat deze fout is gemaakt. Het kadaster heeft daarop aan appellant (als rechtsopvolger van zijn moeder) kenbaar gemaakt deze fout te willen herstellen, door de stroken grond alsnog op naam van de gemeente te zetten. In weerwil van de wens van appelante, geschiedt dit op 22 juli 2005.

 

Rechtbank

In de privaatrechtelijke procedure bij de rechtbank vordert appellant een verklaring voor recht dat hij, en niet de gemeente, eigenaar is van de twee stroken grond. Door de titelzuiverende werking van de toedelingsakte uit 1993 is zijn moeder immers wederom (en rechtmatig) eigenaar geworden en hij heeft deze gronden – dit wordt niet betwist – rechtsgeldig van zijn moeder geleverd gekregen. Ondanks het verweer van de gemeente geeft de Rechtbank appellant op dit punt gelijk en wijst de vorderingen van gemeente af.

 

Gerechtshof

In hoger beroep stelt de Gemeente zich (onder meer) op het standpunt dat zij door verkrijgende verjaring ex artikel 3:99 lid 1 BW, kortom te goeder trouw eigenaar is geworden van de stroken grond. Het Hof honoreert dit beroep.
Allereerst overweegt het Hof dat vanwege het feit dat ruilverkaveling titelzuiverende werking heeft, een verjaringstermijn ex 3:99 lid 1 BW pas vanaf 2 april 1993 (de inschrijving van de akte van toedeling) kan zijn gaan lopen. De vraag is dus of (i) de gemeente vanaf dat moment gedurende ten minste 10 jaren bezitter is geweest van de stroken grond in kwestie en (ii) of de gemeente zich hiervan rechthebbende mocht wanen, kortom of zij te goeder trouw was.
Het hof beantwoordt de eerste vraag bevestigend. De wijze van gebruik van de grond door de gemeente (het hierop aanbrengen van een wegverbreding, berm en strook) voldoet volgens het Hof aan de criteria van bezit.

 

Te goeder trouw?

Anders dan de rechtbank en [appellant] is het hof van oordeel dat de gemeente gedurende deze periode ook bezitter te goeder trouw is geweest. Dit is opvallend, omdat op het moment van de aanvang van de verjaring uit de openbare registers blijkt dat de moeder van appellant eigenaar is van de stroken grond en artikel 3:24 BW bepaalt dat een beroep op goede trouw niet slaagt, als dat is gebaseerd op een beroep op onbekendheid met feiten die door raadpleging van de openbare registers zouden zijn gekend.
Toch is het Hof tot het oordeel gekomen dat de gemeente te goeder trouw was, omdat (a) kennelijk alle partijen ervan uit zijn gegaan dat de stroken grond in eigendom aan de gemeente toebehoorden, (b) de stroken grond na de ruilverkaveling bij de gemeente in eigendom zouden blijven, (c) de feitelijke situatie met betrekking tot (het bezit van) die stroken zowel voorafgaand als na de ruilverkaveling hetzelfde was en (d) de gemeente op dat moment (dus) geenenkele aanleiding had de openbare registers te raadplegen
In een zodanig geval staat aan een beroep op de goede trouw niet in de weg dat de gemeente, als zij bij aanvang van de verjaring de openbare registers had geraadpleegd, had ontdekt dat zij niet de eigendom had.

 

Afwijking van de heersende leer?

Bij haar motivering verwijst het Hof naar de uitzondering op de regel omtrent de ‘goeder trouw’ bij registergoederen, zoals deze door de Hoge Raad op 5 februari 2010 (ECLI:NL:HR:2010:BK6588) is verwoord:
“Ingeval bij de levering van een perceel naar de bedoeling van partijen ten behoeve van dit perceel een recht van overpad zou worden gevestigd en door de notaris een (vestigings)akte is opgesteld doch door een fout van de notaris daarin niet een recht van overpad is vastgelegd en dus evenmin in de openbare registers is ingeschreven terwijl de beoogde verkrijger van de erfdienstbaarheid het desbetreffende verzuim in de vestigingsakte niet heeft opgemerkt en is gesteld noch gebleken is dat hem daarvan een verwijt kan worden gemaakt, staat aan een beroep op goede trouw van degene die meent het beoogde recht daadwerkelijk te hebben verkregen, niet in de weg dat hij bij latere raadpleging van de registers het verzuim in de vestigingsakte zou hebben opgemerkt.”

De onderhavige uitspraak vertoont ons inziens inderdaad veel paralellen met bovengenoemd arrest. Daarmee is de uitspraak van het Hof opvallend, maar geen afwijking van de heersende leer met betrekking tot de ‘goeder trouw’.

 

Conclusie

Het gerechtshof heeft in dit arrest geïntroduceerd dat een bezitter te goeder trouw kan zijn als hij ten tijde van het verkrijgen van het bezit van een registergoed de openbare registers niet heeft geraadpleegd en hij ook geen enkele reden heeft gehad om deze te raadplegen. Onder die omstandigheden kan de inhoud van de openbare registers niet en nooit aan de goede trouw afdoen.

 

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. Frank van Beek, E: frank.vanbeek@nysingh.nl | M:  06 57 56 74 15 of mr. Jonne Fluitsma, E: jonne.fluitsma@nysingh.nl of M: 06 53 10 28 77

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

Nysingh advocaten-notarissenAfbeelding

Afbeelding

mr. P.L.G. Haccou (Patrick)

T 026 357 57 35

www.nysingh.nl

Meer nieuws

Afbeelding

Op de hoogte blijven? Volg Nysingh

Afbeelding Afbeelding Afbeelding

Afbeelding