of 59054 LinkedIn

Bodemverontreiniging. Gemeente vordert van drukkerij een verklaring voor recht en vergoeding van de door haar geleden schade

Reageer

Afbeeldingmr. E.I. Speelman (Erin)

 

HR 9 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:37

In deze zaak heeft de gemeente Haarlem een complex gekocht van een drukkerij. Op het complex, dat is gelegen in het stadscentrum van Haarlem, zijn vanaf 1761 tot 1991/1993 bedrijfsactiviteiten uitgevoerd door de drukkerij. Het complex is door de drukkerij bij notariële akte van 1 december 1987 aan de gemeente geleverd. Partijen zijn overeengekomen dat de drukkerij het complex tijdelijk kon blijven gebruiken en het vervolgens in fasen zou ontruimen. In 1991 is een gedeelte van de drukkerij ontruimd en aan de gemeente ter beschikking gesteld. Het resterende gedeelte is in 1993 opgeleverd.

Uit onderzoeksrapporten uit 1991 en 1992 volgt dat de bodem en het grondwater onder het complex ernstig tot zeer ernstig zijn verontreinigd. De gemeente en het rijk hebben een convenant gesloten waarin is vastgelegd dat de gemeente het terrein in eigen beheer zal saneren, waarbij de kosten voor sanering voor rekening van de gemeente blijven en het rijk zal bijspringen wanneer die kosten het bedrag van 10 miljoen gulden overtreffen.

 

De gemeente vordert van de drukkerij een verklaring voor recht en vergoeding van de door haar geleden schade, bestaande onder meer uit de kosten van onderzoek en sanering. Ten aanzien van de omliggende terreinen die aan derden toebehoren, vordert de gemeente de kosten van de bijdragen die zij ter zake van onderzoeken en sanering van de door de drukkerij veroorzaakte verontreinigingen aan de provincie zal moeten betalen. Tot slot vordert de gemeente vergoeding van de kosten van onderzoek en sanering die zien op de omliggende terreinen die de gemeente in eigendom heeft. De rechtbank en het hof wijzen de vorderingen van de gemeente af.

 

Het beroep in cassatie ziet uitsluitend op de vordering van de gemeente op basis van onrechtmatige daad tot vergoeding van de kosten van onderzoek en sanering betreffende de omliggende terreinen die aan de gemeente in eigendom toebehoren.

 

Voor het beroep in cassatie is van belang dat het hof heeft geoordeeld dat de verontreiniging van de omliggende terreinen afkomstig is van het complex en dat de drukkerij  daarmee onrechtmatig heeft gehandeld jegens de gemeente als eigenaar van deze terreinen.  Het hof wijst de vordering met betrekking tot de kosten van onderzoek en sanering echter af nu onvoldoende aannemelijk is dat de gemeente als eigenaar van de omliggende terreinen enige schade zal lijden voor kosten van onderzoek en sanering. 

 

Het hof maakt bij zijn beoordeling een onderscheid tussen de hoedanigheid van de gemeente, als zijnde de overheid die wordt geconfronteerd met kosten van onderzoek en sanering en de hoedanigheid van de gemeente als eigenaar van de betreffende percelen. Dit onderscheid komt tot uiting in het oordeel dat de vordering van de gemeente niet is gebaseerd op artikel 75 Wet bodembescherming (Wbb) maar een vordering betreft op grond van artikel 6:162 BW, als zijnde eigenaar van het verontreinigde terrein. Het hof oordeelt dat, nu geen sprake is van een vordering op grond van artikel 75 Wbb, niet valt in te zien dat de gemeente als eigenaar van de omliggende terreinen kosten heeft gemaakt of dient te maken voor onderzoek en sanering van die terreinen, zodat evenmin valt in te zien dat de gemeente in die hoedanigheid schade lijdt of zal lijden.

 

De Hoge Raad oordeelt dat nu het hof niet heeft toegelicht waarom “niet valt in te zien” dat de gemeente als eigenaar kosten zal maken voor onderzoek en sanering , het hof onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn gedachtegang. Als uitgangspunt is aannemelijk dat een grondeigenaar schade zal lijden in verband met onderzoek en sanering indien zijn grond zodanig verontreinigd blijkt te zijn dat sanering noodzakelijk is.

 

Daarnaast overweegt de Hoge Raad dat de regeling van artikel 75 Wbb onverlet laat dat een overheidslichaam op de grondslag van onrechtmatige daad vergoeding kan vorderen van schade die het in de hoedanigheid van grondeigenaar lijdt wegens kosten van onderzoek en sanering. Mocht het hof ervanuit zijn gegaan dat de gemeente de kosten waarvan zij vergoeding vordert niet kan maken als grondeigenaar, getuigt dit oordeel van een onjuiste rechtsopvatting.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

AfbeeldingNysingh advocaten-notarissen

 

mr. P.L.G. Haccou (Patrick)

T 026 357 57 35 

www.nysingh.nl

Contactgegevens

Nysingh advocaten-notarissenAfbeelding

Afbeelding

mr. P.L.G. Haccou (Patrick)

T 026 357 57 35

www.nysingh.nl

Meer nieuws

 

Afbeelding

Op de hoogte blijven? Volg Nysingh

Afbeelding Afbeelding Afbeelding

Afbeelding